Zonder het zicht op de eerste Adam en de erfzonde kan er geen werkelijk zicht zijn op de tweede Adam en de betekenis van Zijn kruis en opstanding, betoogt dr. P. de Vries.

Heeft Adam echt bestaan? Als student in Utrecht hoorde ik een hoogleraar Oude Testament van rooms-katholieken huize zeggen: „Dat is voor mij geen vraag.” Daarin kon ik hem de hand geven. Toch was er een heel groot verschil. Voor hem stond vast dat Genesis 2 en 3 mythologisch zijn en Adam en Eva geen historische personen zijn. Voor mij gold en geldt dat ik zeker wist en weet dat ook Genesis 2 en 3 geschiedschrijving bieden, dat Adam en Eva echt het eerste mensenpaar zijn en dat de gehele mensheid van hen afstamt. Heel duidelijk is het dat de persoon en het werk van Jezus Christus moeten worden verstaan tegen de achtergrond van de zondeval. De eerste Adam bracht de lichamelijke, geestelijke en eeuwige dood over de mensheid. Jezus heeft als de tweede of laatste Adam de lichamelijke dood overwonnen. Wie met Hem tot een nieuw leven wordt opgewekt, zal de eeuwige dood niet hoeven te smaken.

Genesis 3

Steeds luider wordt het geluid gehoord dat christenen zich niet te druk moeten maken over de evolutieleer. Genoeg is het als zij benadrukken dat zij God als Schepper belijden en zo hun verantwoordelijkheid voor de samenleving nemen. Dat is echter een volstrekt onaanvaardbare reductie van het Bijbelse getuigenis over de oorsprong van de wereld en de realiteit van haar huidige toestand. Hemel en aarde, met alles wat erin en erop is, zijn door God geschapen. De Bijbel zegt ons niet van welke processen God gebruikt heeft gemaakt bij Zijn scheppingswerk. De Bijbel zegt ons wel dat de mens als enige schepsel naar Gods beeld werd geschapen en daarom wezenlijk verschilt van zelfs het hoogst ontwikkelde dier. De eerste mensen, Adam en Eva, werden in een bijzondere verhouding tot God geplaatst. Als hoofd van de mensheid vertegenwoordigde Adam zijn gehele nageslacht.

Wie beweert dat God uit een bestaande, door evolutie ontstane menselijke populatie Adam en Eva heeft gekozen om Zijn beeld te gaan dragen, en daarmee de bestaande mensheid te vertegenwoordigen, houdt wel vast aan een historische Adam, maar Adam is dan niet langer de eerste mens.
Het betekent dat mens-zijn niet onlosmakelijk verbonden is met het staan in een liefdesverhouding tot God. Een liefdesverhouding die door de zondeval werd verbroken. Het betekent ook dat de lichamelijke dood van de mens niet het gevolg is van de zondeval, maar feitelijk bij de goede schepping hoort. Genesis 3 maakt ons nu echter juist duidelijk hoe het komt dat de mens moet sterven. Het sterven hoort niet bij Gods goede schepping maar is een gevolg van de zondeval.

Opstanding

Een predikant die niet erkent dat Adam de eerste mens is en de zondeval een historisch dateerbaar feit is, zal op een begrafenis niet meer ronduit kunnen zeggen dat wij herinnerd worden aan de zondeval en geconfronteerd worden met zijn gevolg. Het spreken over de zonde zal meer en meer beperkt worden tot concrete zonden. Het getuigenis dat wij allen door ons deelgenootschap aan Adams zondeval onder Gods toorn liggen en de eeuwige rampzaligheid hebben verdiend, zal verbleken. Hoe kan dit getuigenis overeind worden gehouden, als we de historische en feitelijke basis ervan niet erkennen?!

Wat exact de gevolgen van de zondeval voor de wereld om ons heen waren, is nog niet zo eenvoudig vast te stellen. Echter, over de lichamelijke dood van de mens hoeft geen twijfel te bestaan. Zeker is dan ook dat de wereld zoals wij die nu zien niet gelijk mag worden gezet met Gods oorspronkelijke schepping. Het is een schepping die zucht onder de gevolgen van de zondeval.

We moeten ons verstand gevangen laten nemen tot gehoorzaamheid aan Christus, om te erkennen dat Adam de eerste mens is, en de lichamelijke dood en daarmee verbonden de eeuwige dood het gevolg zijn van zijn val. Dat geldt niet minder als het gaat om de historiciteit van de opstanding van Jezus Christus. Als de lichamelijke dood van de mens niet op zich al te maken zou hebben met de zonde, was het niet echt nodig geweest dat de dood werd overwonnen. Het Bijbelse getuigenis van eeuwige dood en eeuwig leven is verbonden met de zondeval van de eerste Adam en de opstanding uit de doden van de tweede Adam.

Pascal

Tegenover Adam, die de hele oude mensheid vertegenwoordigt, staat Jezus Christus, Die de gehele nieuwe mensheid vertegenwoordigt. In de zeventiende eeuw begon er binnen christelijke kring al twijfel te ontstaan over de vraag of Adam wel echt de eerste mens was. Hier en daar werden er alternatieve geluiden gehoord. Als geestelijke leerling van Augustinus kwam Pascal op voor de realiteit van Adam als de eerste mens. Wie dat loslaat, komt tot een ander verstaan van God, van de wereld om ons heen en van de boodschap van het Evangelie. Pascal verwoordde het als volgt: „Heel het geloof bestaat in Christus en in Adam, en heel de ethiek in de begeerte en in de genade.” De erfzonde en het kruis vormen voor Pascal terecht de tweeslag die de inhoud van het christelijk geloof stempelt.

Wedergeboren

Zonder het zicht op de eerste Adam en de erfzonde kan er geen werkelijk zicht zijn op de tweede Adam en de betekenis van Zijn kruis en opstanding. Van de moederbelofte in het paradijs tot aan het neerdalen van het nieuwe Jeruzalem uit de hemel wordt ieder mens als kind van Adam en daarmee als kind des toorns geboren. Van de moederbelofte tot aan de wederkomst van Christus worden mensen door Woord en Geest wedergeboren tot een levende hoop. Een zaak die sinds de opstanding van Jezus Christus uit de doden heel uitdrukkelijk met die opstanding is verbonden. Wie Christus toebehoort, heeft Hem lief met een onuitsprekelijke en heerlijke liefde, al heeft hij Hem nooit gezien. Christus heeft hem immers verlost van de toekomende toorn, die hij alleen al om zijn deelgenootschap aan de zondeval van Adam heeft verdiend. Laten wij in de kerken, in de gezinnen en op de scholen aan deze kern van het Evangelie vasthouden en die onbeschroomd publiek belijden.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Vries, P. de, 2017, Was Adam echt de eerste mens?, Reformatorisch Dagblad 47 (143): 15. (Artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Pieter de Vries

Written by

Dr. P. de Vries werd op 23 april 1956 geboren te Kinderdijk (gemeente Nieuw-Lekkerland) in de Alblas­serwaard. Van 1974 tot 1981 studeerde hij the­ologie en Semitische talen aan de Rijks­universi­teit van Utrecht. Het kerkelijk exa­men werd in 1980 afgelegd en het doctoraal examen (oude stijl) in 1981 met als hoofdvak gereformeerde theolo­gie en als bijvakken Oude Testament en Nieuwe Testament. In 1999 promoveerde hij aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn. De titel van zijn dissertatie luidde Die mij heeft liefgehad. De gemeenschap met Christus in de theologie van John Owen (1616-1683). In 2010 promoveerde hij voor de tweede maal aan de Universiteit van Amsterdam op een dissertatie met als titel De heerlijkheid van JHWH in het Oude Testament en wel in het bijzonder in het boek Ezechiël. Daarnaast verschenen van zijn hand meerdere boeken. Twee daarvan gaan over de apologetische betekenis van Cornelius van Til en Alvin Plantinga. Sinds september 2005 is hij docent bijbelse theologie en hermeneutiek aan het Hersteld Hervormd Seminarium verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Van 2005 tot 2009 gaf hij daar ook apologetiek. Vanaf november 2011 is hij daarnaast parttime predikant van de Hersteld Hervormde Gemeente te Boven-Hardinxveld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over