In de Nederlandse Wet foetaal weefsel is vastgelegd wat er met geaborteerd weefsel mag gebeuren: Het bewaren en gebruiken van foetaal weefsel is slechts toegestaan ten behoeve van geneeskundige doeleinden, medisch- en biologisch wetenschappelijk onderzoek en medisch- en biologisch wetenschappelijk onderwijs (artikel 2 lid 1).

Toestemming van de vrouw én de man

Voor gebruik van dit weefsel is toestemming nodig van de moeder van het kindje. Echter als de vader (degene van wie de spermacellen afkomstig zijn) van het kindje geen toestemming geeft dan mag er niets worden bewaard of gebruikt (artikel 4 lid 4). Hoe gaat dat in de praktijk? Weten de vaders hiervan af? Krijgen zij de mogelijkheid aangeboden om bezwaar te maken? In Nederland is een abortuscentrum krachtens deze wet verplicht om de moeder hiervoor toestemming te vragen (artikel 3) en haar te informeren over de aard en het doel van het gebruik van het weefsel van het geaborteerde kindje. Als de moeder hierover is geïnformeerd, zal ze hiervoor een document ondertekenen. Gebeurt dit ook en controleert de inspectie dit?

Gebruik van Foetaal Weefsel

Dat wet- en regelgeving omtrent het gebruik van foetaal weefsel geen overbodige luxe is, blijkt uit een aantal publicaties, onder andere in de Provinciale Zeeuwse Courant van 5 juni 1993. In dit paginagrote artikel wordt geschreven over de handel in weefsel van geaborteerde kinderen. Een schokkend artikel waarbij vrouwen in Rusland hun abortus zelfs gratis kregen wanneer ze hun kindje zouden afstaan aan het Internationaal Instituut voor Biologische Geneeskunde (IIBM) van dr Gennady Soechich. (red. ook wel geschreven als Sukhikh)

In het artikel is te lezen dat foetaal weefsel tot 10 weken geschikt zou zijn voor behandeling tegen Parkinson. Ook behandelingen tegen Alzheimer en diabetes worden besproken. Foetaal weefsel tot 22 weken zou kunnen worden gebruikt voor transplantatie doeleinden. Ook in een meer recent artikel uit 2005, in The Lancet, blijkt dat deze arts actief blijft in die sector. Daarin beweert professor en directeur van het Institute of Experimental Cardiology, de heer Smirnov, zelfs dat vrouwen tot wel 200 dollar betaald kunnen krijgen als ze kiezen voor een abortus na 15 weken zwangerschap.

In de NRC van 6 juli 1999 komt weer het gebruik van foetaal weefsel in de krant. De NRC meldt: ‘voor transplantatie van bestanddelen, het aanmaken van vaccins en wetenschappelijk onderwijs en onderzoek’ en ‘Ook zou foetaal hersenweefsel mogelijk kunnen dienen tegen aandoeningen als de ziektes van Parkinson, Huntington en Alzheimer. In de jaren vijftig werd in het buitenland al gebruik gemaakt van celkweken van foetaal nierweefsel voor de productie van het vaccin tegen polio.’ In het jaarverslag van de abortusketen CASA 2015 staat waar foetaal weefsel voor wordt gebruikt (pag. 12). In Leiden, Den Haag, Maastricht en Rotterdam wordt samengewerkt met academische ziekenhuizen in het kader van wetenschappelijk onderzoek met foetaal materiaal. In het Leids Universitair Medisch Centrum vindt onderzoek plaats naar stamcellen van hartspier en geslachtsorganen. Het brandwondencentrum in Beverwijk onderzoekt de genezing van de foetale huid. In Maastricht wordt meegewerkt aan een onderzoek naar een zeldzame kanker (chordoom). Het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam (afdeling hematologie) doet met behulp van foetaal weefsel onderzoek naar de ontwikkeling van het immuunsysteem.

In 2015 komt de VPRO met een documentaire “De volmaakte mens”. In het eerste deel laat de arts Susana Chuva Sousa de Lopes zien dat in de eierstokken van geaborteerd weefsel van meisjes al voorstadia van eicellen aanwezig zijn. Het gaat hier om geaborteerde meisjes van ongeveer tien à twaalf weken oud. Met uit huidcellen verkregen kernen wordt onderzocht of het mogelijk is om een techniek te ontwikkelen om zelf eicellen op te kweken en de kernen te vervangen. Met deze techniek kunnen straks ook stellen die een kinderwens hebben maar geen kinderen kunnen krijgen alsnog worden geholpen.

Juist deze uitzending zou veel vragen moeten oproepen bij de Nederlandse samenleving en regering. Immers, in de Wet foetaal weefsel staat in artikel 10: “Het is verboden geslachtscellen en andere bestanddelen afkomstig van een menselijke vrucht te bewaren en te gebruiken voor voortplantingsdoeleinden en nietgeneeskundige doeleinden.” Het is de vraag of wat zij doet, binnen de grenzen van de Wet foetaal weefsel valt, maar de Inspectie controleert hier niet op. De wet functioneert problematisch schrijft de NRC al in 2008.

Uit een publicatie van het Medisch Contact blijkt dat de placenta, navestreng, vliezen en vruchtwater niet onder de wet foetaal weefsel vallen.
Op de website van abortuscentrum Het Vrelinghuis staat te lezen: “Het Vrelinghuis participeert in wetenschappelijk onderzoek over de trofoblast proliferatie, migratie en invasie tijdens de vroege zwangerschap van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU).” De trofoblast zorgt voor de innesteling.

Navraag bij de heer Querido (directeur Vrelinghuis) door een journalist leert dat het gaat om beschikbaarstelling van geaborteerd weefsel. Het UMCU geeft in een verklaring aan: ‘Het betreft hier onderzoek in het kader van een onderzoeksprotocol voorgelegd aan de METC van het UMC Utrecht. Wij verzamelden voor dit onderzoek geen embryo’s, het betrof placenta weefsel. Wij waren voor dit onderzoek m.n. geïnteresseerd in het maternale deel van de placenta, dus in feite patiënt materiaal van de zwangere en niet het embryo.’

In 2015 publiceert The Center for Medical Progress de eerste video gemaakt met verborgen camera’s bij Planned Parenthood abortuscentra in Amerika. Daarin is te zien dat er wordt onderhandeld over de organen van geaborteerde kinderen. Deze serie video’s heeft veel stof doen opwaaien. Een juridische strijd over de betrouwbaarheid van de video’s volgde evenals een mogelijke strafvervolging voor de makers van video’s. De inhoud van de video’s bleef echter overeind staan. De wetgeving in Rusland waar we deze paragraaf mee begonnen en Amerika waar we mee afsloten is anders dan in Nederland. Maar de voorbeelden laten wel zien hoe noodzakelijk het is om in ons land de vinger aan de pols te houden.

Controle

Bij een evaluatie van de Wet foetaal weefsel in 2008 luidde de conclusie: ‘Het toezicht op de naleving van de wet is opgedragen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Bij navraag is gebleken dat toezicht niet plaatsvindt’ (pag. 11). NB dan staat er: “Over de naleving van het verbod op het geven of ontvangen van een vergoeding zijn in het evaluatieonderzoek geen negatieve signalen naar voren gekomen, noch van de instellingen waar foetaal weefsel beschikbaar komt noch van betrokken vrouwen. Er zijn evenmin voorbeelden waar genomen van verboden gebruik van foetale geslachtscellen of uit foetaal weefsel in kweek gebrachte cellen, noch van handelen in strijd met het verbod om bestanddelen uit een nog in leven zijnde menselijke vrucht te verwijderen.” De vraag is: Hoe kan je deze conclusie trekken als je net daarvoor gezegd hebt dat het toezicht niet plaatsvindt? Dan is het toch gewoon niet bekend? Dat is wat anders dan dat het niet gebeurt.

Nader onderzoek en openbaarheid

Al deze bevindingen geven aan dat foetaal weefsel om verschillende redenen voor de medische wetenschap heel interessant en gewild is. Tevens roepen al deze berichten in de media grote vragen op. Wat gebeurt er nu werkelijk met weefsel van geaborteerde kinderen? Is het onderzoek in het LUMC wel wettelijk toegestaan? Hoe staat het met de controle op de naleving van de wet? Hoe worden vrouwen geïnformeerd over wat er met hun kindje wordt gedaan na hun abortus? Hoe zien de formulieren die vrouwen bij een abortus moeten ondertekenen er werkelijk uit en wat staat daar in? We vinden hier niets over op de websites van de abortuscentra. Het wordt tijd voor openheid. Al is het alleen maar om de vragen en onduidelijkheden weg te nemen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Leef Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Helden, K. van, 2019, Wat gebeurt er met het weefsel van geaborteerde kinderen?, Leef 35 (2): 8-10 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

K. van Helden studeerde marketing en management. Na zijn studie vervulde hij diverse commerciële communicatieve functies binnen verschillende organisaties als Retail, Bank en drukkerijen. In 2009 startte hij de landelijk campagne Schepping of Evolutie op en trad daarbij op als als woordvoerder. Van Helden is betrokken bij WEET magazine en het Logos Instituut. Sinds januari 2014 is hij een dag in de week gaan werken voor Stichting Schreeuw om Leven en per 1 juni 2014 werkt hij fulltime voor deze stichting.