Vraag een christen waar de ark van Noach is gestrand en de kans is groot dat je als antwoord ‘de Ararat’ krijgt. Generaties zijn opgegroeid met het idee dat deze hoogste berg van Turkije de Bijbelse locatie is. En door de jaren heen zijn er tientallen expedities geweest, op zoek naar de restanten van de ark. Maar is de Ararat wel wérkelijk de berg waar je moet zoeken?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: er zijn bar weinig historische aanwijzingen dat de Araratberg in Turkije de Bijbelse plaats is waar de ark strandde. Bijna alle verwijzingen naar deze berg als zijnde de plek van de ark dateren van nà Christus. Waarschijnlijk vraag je je af hoe het dan mogelijk is dat de berg zo populair is als arklocatie. Het antwoord vind je in de geschiedenis. In het jaar 301 n.Chr. was Armenië het eerste land ter wereld dat het christendom als staatsgodsdienst erkende. De gekerstende Armenen projecteerden de Bijbelse geschiedenis over de ark op de hoogste berg in hun omgeving: Masis(Ararat). In de middeleeuwen werd deze gedachtegang nog meer aangewakkerd, waardoor het bijna gemeengoed werd. Dat is verbazingwekkend als je je beseft dat er voor de middeleeuwen niet één historicus naar deze specifieke berg verwees. Er is zelfs twijfel of de vulkanische berg Ararat er al in zijn huidige vorm was ten tijde van de zondvloed, aangezien vloedsedimenten en -fossielen op de berg ontbreken, terwijl je die wel op andere bergen aantreft. De berg is mogelijk dus zelfs veel te jong om de berg van de ark te zijn.

WAT ZEGT DE BIJBEL?
In Genesis 8 vers 4 staat: ‘En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand, op de bergen van Ararat.’ Genesis spreekt niet over de berg Ararat (in het enkelvoud), maar over de bergen van Ararat (meervoud). Genesis wijst dus niet op één specifieke locatie. Nu was Ararat (of Urartu) in de oudheid een uitgestrekt berggebied ten noorden van het oude Assyrië, en dat maakt elke berg in de wijde omgeving een kanshebber.

Welke dan wél?

Er is een andere berg die tegenwoordig bij het grote publiek vrijwel onbekend is, maar die historisch gezien een veel grotere kanshebber is om de plek van de ark te zijn: de berg Judi. Deze berg ligt een stuk zuidelijker dan de Ararat, in het gebied waar tegenwoordig Turkije, Syrië en Irak aan elkaar grenzen. Zijn er historische verwijzingen naar deze berg? Jazeker, en ze dateren van vóór de tijd dat de Ararat de show begon te stelen.

Flavius Josephus

Onze zoektocht begint met Flavius Josephus, de officiële geschiedschrijver van het Joodse volk voor het Romeinse rijk. Josephus had toegang tot alle bibliotheken en archieven. Zijn beschrijvingen zijn daarom van onschatbare waarde voor historici. Josephus noemde de resten van Noachs ark meermaals in zijn boek Antiquitates Judaicaen (Joodse Oudheden). De eerste keer citeert hij meerdere auteurs uit de oudheid over de ark, en vermeldt daarbij: ‘Men zegt dat er nog een deel van het vaartuig bestaat, in Armenië, bij de berg van de Cordyeeërs, en dat men er stukken asfalt vanaf haalt en meeneemt.’

Later in zijn werk verwijst Josephus nogmaals naar de berg van de ark, wanneer hij vertelt over de koning van het rijk Adiabene. Deze koning, Monobazus, had zijn zoon een district van zijn land gegeven. Josephus zegt erover: ‘Monobazus (…) gaf hem het land Ceron, dat zeer vruchtbaar is van de geurige plant Amomum (een gemberachige plant, -red.), en waar nog ten huidige dage de overblijfselen van de ark, waardoor Noach aan de zondvloed ontkwam, te zien zijn.’

Op basis van Josephus’ vermeldingen weten we nu dat de ark terechtgekomen zou zijn in Armenïe. Om preciezer te zijn: in de bergen van de Cordyeeërs (oftewel Gordyene). Ook weten we dat de berg ooit tot het land Adiabene werd gerekend.

Zowel de Ararat als de Judi lagen in het oude Armenië, maar enkel de Judi lag in het gebergte Gordyene en in het gebied van het koninkrijk Adiabene. Adiabene werd aan de westkant omsloten door de Tigris en aan de noord- en zuidkant door de Zab-rivieren – de directe omgeving van de berg Judi.

Flavius Josephus

Heidense tradities

Ook onder heidense schrijvers vind je vermeldingen van de rustplaats van de ark. Om te beginnen in de werken van de Babylonische schrijver, historicus en priester Berossus uit de derde eeuw voor Christus. Berossus vertelde dat de ark ‘…landde in Armenië; een deel ligt nog steeds in de bergen van de Gordyaeanen in Armenië, en sommigen halen pek van het schip door het eraf te schrapen en gebruiken het voor amuletten.’ Berossus gaf dus een zeer exacte locatie voor het schip: de bergen van de Gordyaeanen.

Volgens het oude Assyrische vloedverhaal en het Babylonische Gilgamesj-epos landde de ark op een berg genaamd ‘Nisur’ of ‘Nisir’. Deze benamingen zijn tegenwoordig niet meer in gebruik. Om erachter te komen welke berg bedoeld werd, moet je naar geografische beschrijvingen kijken. De Assyrische koning Assurnasirpal vermeldde dat de berg Nisir gesitueerd was nabij de Tigris en de Grote Zab. Ook journalist en auteur Werner Keller vermeldde hoe de oude spijkerschriftteksten zeer nauwkeurig beschrijven waar de berg Nisir lag: ‘…tussen de Tigris en de rivier de Kleine Zab, waar de met grillige kloven rijk voorziene bergketens van Koerdistan steil oprijzen uit het vlakke oevergebied van de Tigris.’

Deze beschrijvingen kloppen niet voor de berg Ararat maar wel voor die van de Judi. Ook Hermann Volrath Hilprecht, de Amerikaanse assyrioloog die gezien wordt als een autoriteit op het gebied van spijkerschrift, bevestigde dat de berg die door de Assyriërs ‘Nisir’ en later ‘Nipir’ werd genoemd, de moderne berg Judi is. Hoe is het mogelijk dat de Assyriërs de locatie zo specifiek wisten? Het antwoord is dat ze – net als Berossus – getuige waren van de restanten van de ark. Zo schreef koning Sennacherib (circa 705-681 v.Chr.) na een bezoek aan de berg dat de woonplaatsen op de berg ‘van zeer oude dagen’ waren, en hij nam een plank van de ark mee terug naar Ninevé.

Vroegchristelijke tradities

Ook in de eerste eeuwen van het christendom werd meermaals naar de berg van de ark verwezen. Een goed voorbeeld is de Peshitta, de Bijbel van de Syrische christenen. De Peshitta zegt in Genesis 8 vers 4 dat de ark op de ‘bergen van Quardu’ strandde. In de derde eeuw na Christus vermeldde kerkvader Eusebius dat er een klein overblijfsel van de ark lag in de ‘Gordyaanse bergen’. In de vierde eeuw na Christus vertelde historicus Faustus het verhaal over Sint Jacob van Nisibis, een monnik die God vroeg of hij de ark mocht aanschouwen. De locatie die Faustus aan de restanten van de ark toeschreef was ‘de Kanton van Gordukh’ of de ‘Gordyaanse bergen’.

De bisschop van Salamis uit de vierde eeuw van Christus, Epiphanius, stelde in zijn geschriften tweemaal dat de ark strandde op een plaats in ‘de bergen van Armenia en Gordyene’. Epiphanius zei dat de resten er nog steeds zichtbaar waren en dat zelfs het altaar van Noach er nog te vinden was.

Verder vermeldde Isodorus van Sevilla, aartsbisschop van Sevilla en encyclopedieschrijver uit de zesde en zevende eeuw, dat de ark was terechtgekomen in de ‘Gordyaanse bergen’. In dezelfde periode zou de Byzantijnse keizer Herakleios de Judi beklommen hebben om de plaats van de ark te bekijken. Eutychius, de bisschop van Alexandrië in de negende eeuw, noemde eveneens dat de ark tot rust kwam ‘…op de bergen van Ararat, dat is Jabal Judi nabij Mosul.’ Eutychius wijst daarmee in het uitgestrekte Araratgebied de berg Judi aan.

Berg Judi!

Als je op die manier alle historische vermeldingen van de rustplaats van de ark langsloopt, zie je dat zowel Joodse als heidense tradities vrijwel unaniem zijn over de locatie. De ark zou terechtgekomen zijn in het Araratgebied en in Armenië, en dan specifiek in het gebergte Gordyene. De historische verwijzingen zijn stuk voor stuk veel beter te rijmen met de berg Judi dan met de tegenwoordig populaire berg Ararat. In dit licht kun je veilig zeggen dat Judi, in historisch perspectief, een betere kandidaat is om de berg van Noach te zijn.

ZULLEN ZE DE ARK OOIT VINDEN?
Is er een kans dat de ark ooit nog teruggevonden wordt op de Judi? Gezien het grote aantal verwijzingen naar de restanten, lijkt dat niet onmogelijk. Toch moet je niet te snel enthousiast worden…

De Judi was in de vroege middeleeuwen de woonplaats van Nestoriaanse monniken, die de traditie rond de ark levend hielden. Zij bouwden verscheidene kloosters rondom de berg waaronder één met de opmerkelijke naam ‘klooster van de ark’. Een Nederlands geschrift uit 1741 zegt: ‘Op de bergen Cardu was weleer een vermaerd klooster, het klooster der Arke geheeten. De Nestorianen plagten daer, op de plaets, daerze meenden dat d’Ark gerust hadt, een jaerlijks feest te houden.’ Helaas werd dit ‘vermaerde’ klooster in het jaar 766 n. Chr. vernietigd door de bliksem. George Sale, expert op het gebied van Oosterse talen en beschavingen, vermeldde: ‘Sinds die tijd lijkt de traditie (rond Judi als locatie van de ark, -red.) te zijn afgenomen om plaats te maken voor een ander, namelijk de gedachte dat de ark tot rust zou zijn gekomen op de berg Masisin Armenië, die door de Turken Aghir Dagh genoemd wordt, de zware of grote berg.’ Inderdaad raakte de berg Judi in de eeuwen die volgden steeds meer in de vergetelheid.

Geen spaan heel

Een van de zaken die bijdroegen aan het verval van de Judi was het feit dat de machtige kalief Umar ibn Al-Khattāb (ca. 583 -644 n.Chr.) restanten van de ark in een moskee zou hebben verwerkt. Zo vertelde de Joodse onderzoeker
Benjamin van Tudela uit de twaalfde eeuw over zijn reis ‘naar Jezireh Ben Omar (…), een eiland in de Tigris aan de voet van de berg Ararat (…) waar de ark van Noach rustte. Omar Ben al-Khatab verwijderde de ark van de top van de twee bergen en maakte er een moskee van.’ De stad Jezireh Ben Omar is de moderne stad Cizre, aan de voet van de Judi. Ook de Perzische geograaf en auteur Zakariya al-Qazwini vermeldde dat het hout van de ark werd gebruikt om een heiligdom te bouwen. Aangezien de oudste moskee van Cizre dateert uit de twaalfde eeuw, is het aannemelijk dat van de betreffende moskee uit de zevende eeuw niets meer over is.

Recente verwijzingen

Toch lijkt het erop dat niet alle restanten van de ark in de moskee zijn verwerkt, want in tiende eeuw na Christus beweerde de Arabische geschiedschrijver Al-Masudi dat de plek van de ark nog steeds bekeken kon worden op de Judi. Ook in recentere tijden waren er nog verwijzingen naar arkrestanten. De Engelse reiziger John Macdonald Kinneir
(1782-1830) beschreef hoe hij langs de Tigris van Cizre naar Nahrwan reisde: ‘Er liep een bergketen parallel aan onze weg aan de linkerkant. Deze keten wordt de Juda Daggenoemd door de Turken, en een van de inwoners van Nahr Van verzekerde mij dat hij regelmatig de resten van de ark van Noach had gezien op een hoge top achter dat stadje.’

Ook de Britse archeologe Gertrude Bell bezocht de berg in 1910, en beschreef hoe de plaatselijke bevolking haar naar de resten van de ark leidde. Zij heeft het door de traditionele bevolking aangewezen graf van Noach bezocht, dat aan de zuidkant van de berg zou liggen. Tot op de dag van vandaag zijn er nog altijd plaatselijke inwoners die over de restanten van de ark spreken.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Evenboer, T., 2015, Wat is de échte berg van Noach: Ararat of Judi? Een reconstructie op basis van historische bronnen, Weet 36: 38-41 (PDF).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.