In de aanloop naar het Reformatie-herdenkingsjaar 2017, is het jaar 2016 is uitgeroepen tot Bijbeljaar. Dat heeft een reden. Op 1 maart 2016 was het 500 jaar geleden dat Desiderius Erasmus zijn eerste uitgave van de Griekse brontekst van het Nieuwe Testament publiceerde. Die uitgave is voor de Reformatie van grote betekenis geweest. De reformatoren hebben er dankbaar gebruik van gemaakt bij hun pogingen door te dringen tot de oorspronkelijke bedoeling van Gods Woord.

Desiderius_Erasmus.wikipedia

“Op 1 maart 2016 was het 500 jaar geleden dat Desiderius Erasmus zijn eerste uitgave van de Griekse brontekst van het Nieuwe Testament publiceerde. Die uitgave is voor de Reformatie van grote betekenis geweest. De reformatoren hebben er dankbaar gebruik van gemaakt bij hun pogingen door te dringen tot de oorspronkelijke bedoeling van Gods Woord.”

Humanisme

De Reformatie is dan ook niet los te denken van het Humanisme. Dat Humanisme was iets anders dan het tegenwoordige humanisme, dat vooral draait om een positief mensbeeld. Het Renaissance-humanisme dat opkwam aan het eind van de Middeleeuwen, wilde terug naar de bronnen van de oudheid klassieke oudheid. Humanisten zagen de literatuur, wetenschap en cultuur van de oude Grieken en Romeinen als hét grote voorbeeld. Humanisten hechtten veel waarde aan onderwijs. En in dat onderwijs draaide het vooral om het bestuderen van de teksten van schrijvers uit de oudheid. Die moest je kennen. Hun taal moest je beheersen. Hun stijl moest je je eigen maken. In een tijd waarin iedereen christen was, had dat natuurlijk ook gevolgen voor de theologie. Ook theologen wilden terug naar de bronnen. Sommigen gingen daarin verder dan anderen. Niet iedereen trok daaruit dezelfde consequenties. Maar het was wel een streven dat veel breder leefde dan alleen bij reformatoren als Luther en Calvijn.

Erasmus

In dat kader past Erasmus’ uitgave van de Griekse brontekst van het Nieuwe Testament. Erasmus was een humanist bij uitstek. Hij nam geen genoegen met de algemeen geaccepteerde vertaling van de Bijbel in het Latijn, de Vulgaat. Hij maakte zijn eigen vertaling. En hij kwam met de brontekst zelf, zodat iedereen die Grieks en Latijn kende, zelf kon oordelen. Bovendien hoopte hij een impuls te geven aan het vertalen van de Bijbel in volkstalen, zodat ook leken de Bijbel konden leren kennen. Dat laatste is gelukt. Luther gebruikte Erasmus tweede uitgave uit 1519 voor zijn Duitse vertaling van 1522. En in de eeuwen daarna zijn er nog vele vertalingen gevolgd, waaronder de Nederlandse Statenvertaling uit 1637 en de Engelse King James Version uit 1611, allemaal gebaseerd op Griekse uitgaven die weer gebaseerd zijn op het werk van Erasmus.

Textus Receptus

Erasmus zelf verzorgde vijf edities. Anderen bouwden op zijn werk voort. Calvijns opvolger in Genève, Beza, bijvoorbeeld verzorgde tussen 1565 en 1604 ook een aantal uitgaven van het Griekse Nieuwe Testament, gebaseerd op het werk van Erasmus. Het werk van Erasmus en zijn opvolgers was algemeen geaccepteerd als de basistekst voor het Griekse Nieuwe Testament. In 1633 verscheen er een editie van de broers Elsevier in Leiden, met daarin de volgende opmerking:

Textum ergo habes, nunc ab omnibus receptum.

(Vertaling: U hebt dus de tekst die nu door iedereen aanvaard is.)

Deze zin leverde de naam voor deze Griekse tekstversie: de Textus Receptus. De ‘aanvaarde tekst’. Echter, tegenwoordig is deze tekstversie verre van algemeen aanvaard! Er verschijnt wereldwijd vrijwel geen Bijbelvertaling meer die voor het Nieuwe Testament uitgaat van de Textus Receptus. In Nederland vormt de Herziene Statenvertaling een uitzondering, omdat deze uitgaat van de vertaalprincipes van de Statenvertaling. Daarom wordt bij de HSV ook dezelfde brontekst gevolgd. Maar verder zijn alle Nederlandse Bijbelvertalingen van de laatste decennia gebaseerd op andere versies van de Griekse brontekst. Ook de NBG-vertaling van 1951. Hoe komt dat?

Meerderheidstekst

open_book.pixabay

“Als de Bijbel niet Gods Woord is, mag je inderdaad vrezen dat het origineel verloren is gegaan en dat we nooit verder komen dan een gebrekkige benadering. Juist gereformeerden hebben daarom altijd vertrouwen gehad in de Meerderheidstekst. Juist die biedt kansen om tot een eenduidige tekstversie te komen.”

Erasmus putte voornamelijk uit Griekse handschriften die behoorden tot wat nu het ‘Byzantijnse teksttype’ genoemd wordt. Je moet je voorstellen: de Griekse tekst is natuurlijk overgeleverd en verspreid door het steeds maar weer overschrijven van de handschriften. Die handschriften zijn natuurlijk niet allemaal identiek. Schrijvers maakten fouten. En die fouten werden vervolgens ook weer gekopieerd. Op die manier ontstond er als het ware een hele stamboom van handschriften, met daarbinnen duidelijk te herkennen families: teksttypes. Eén van die teksttypes is dus het Byzantijnse teksttype. Van dat type zijn verreweg de meeste handschriften overgeleverd. Dit type, samen met nog een aantal andere handschriften die er veel op lijken, wordt daarom ook wel de ‘Meerderheidstekst’ genoemd.

Het lijkt simpel: als de meeste handschriften een bepaalde tekstvariant hebben, zal dat wel de betrouwbaarste variant zijn. Toch is dat niet zo simpel. Sinds het eind van de negentiende eeuw zijn er verschillende argumenten aangevoerd waarom de Meerderheidstekst juist het minst betrouwbaar zou zijn.

  • Al die handschriften van de Meerderheidstekst lijken terug te gaan tot één bron. Eigenlijk vormt de Meerderheidstekst dus maar één variant naast andere.
  • De handschriften van de Meerderheidstekst zijn niet erg oud. Andere teksttypes kennen oudere handschriften. En hoe ouder, hoe betrouwbaarder. Immers, oudere handschriften staan dichter bij het origineel.
  • De Meerderheidstekst wekt de indruk dat er door de kopiisten expres dingen veranderd zijn. Zinnen die niet goed lopen, zijn gecorrigeerd. Verschillen tussen vergelijkbare passages in de verschillende evangeliën zijn geharmoniseerd. Hier en daar zijn dingen toegevoegd of juist weggelaten, ogenschijnlijk omdat dat beter paste bij de leer van de kerk.
  • Nestle-Aland

    Kortom, de Meerderheidstekst is in diskrediet geraakt. Dat is begonnen in 1881, bij een uitgave van het Griekse Nieuwe Testament door Wescott en Hort. Zij stelden een tekstversie samen op basis van verschillende teksttypen, maar voornamelijk op basis van de zogenaamde Codex Vaticanus en de Codex Sinaiticus. De eerste was al eeuwen bekend. Hij werd bewaard in het Vaticaan en komt vrijwel overeen met de Vulgaat. De andere was pas in de negentiende eeuw ontdekt. In een klooster in de Sinaïwoestijn werd het perkament gebruikt om vuur aan te maken. Grote delen van de Griekse vertaling van het Oude Testament waren al verstookt. Het Nieuwe Testament kon net op tijd gered worden door de Bijbelwetenschapper Von Tischendorf, die min of meer toevallig op bezoek kwam. Sinds Wescott en Hort is het onder Bijbelwetenschappers algemeen aanvaard dat je de oorspronkelijke tekst van het Griekse Nieuwe Testament het best kunt benaderen door een tekst samen te stellen op basis van de Vaticanus, de Sinaiticus en nog een aantal, vaak fragmentarische, oude handschriften. Dat gebeurt op basis van tekstkritiek, een wetenschappelijke benadering waarbij per tekstvariant gekeken wordt wat de meest waarschijnlijke lezing is. In de praktijk komt dat, oneerbiedig gezegd, neer op een soort knip- en plakwerk. Uit het ene handschrift wordt dit stukje gebruikt en uit een ander handschrift weer iets anders. En daarbij wijzigen de inzichten voortdurend.

    De meeste gezaghebbende uitgave van de Griekse Nieuwe Testament is tegenwoordig die van Nestle-Aland. Die gaat terug op een uitgave van Eberhard Nestle uit 1898. Hij bouwde voort op het werk van Tischendorf en Wescott en Hort. En zijn werk werd voortgezet door zijn zoon Erwin en later Kurt Aland. Vandaar de naam Nestle-Aland. In 2012 verscheen de 28e editie.

    Meerderheidstekst of Nestle-Aland?

    Nestle-Aland geldt tegenwoordig dus als basistekst voor Bijbelvertalingen. Toch zijn er altijd theologen geweest die een voorkeur bleven houden voor de Meerderheidstekst, of die op z’n minst vonden dat die tekst ten onrechte buiten beschouwing gehouden werd. Vooral de laatste decennia lijkt de Meerderheidstekst weer breder waardering te krijgen. Zelfs Nestle-Aland lijkt in de laatste edities de Meerderheidstekst heel voorzichtig weer iets serieuzer te nemen. Maar de Vaticanus en Sinaiticus zijn nog steeds leidend. Nu zijn er ook goede argumenten te verzinnen die pleiten voor de Meerderheidstekst:

  • Het Byzantijnse teksttype stamt uit het huidige Turkije. Byzantium is immers Constantinopel of Istanbul. Deze tekst komt dus uit het gebied waar de oudste christelijke kerken waren. Het gebied van Paulus’ zendingsreizen. Het lijkt logisch om te veronderstellen dat men daar ooit over de meeste betrouwbare handschriften beschikte.
  • Dat er geen oude Byzantijnse handschriften zijn, daar zijn best plausibele verklaringen voor te bedenken. Het klimaat was minder droog dan in bijvoorbeeld Egypte, waar oudere handschriften vandaan komen. In een droger klimaat blijven handschriften langer bewaard. En: handschriften worden gebruikt en dan natuurlijk vooral de betrouwbaarste. Juist die slijten daardoor het eerst. En juist die worden het vaakst gekopieerd, waarna het versleten origineel kan worden weggegooid, terwijl minder betrouwbare handschriften ongeschonden overleven (zolang ze niet gebruikt worden om vuur te stoken).
  • Een aantal kerkvaders citeert al Byzantijnse tekstvarianten vóór de tijd waaruit de oudste Byzantijnse handschriften stammen. Het Byzantijnse teksttype is dus ouder dan de oudste handschriften die bewaard zijn gebleven.
  • Er is geen overtuigend bewijs dat juist het Byzantijnse teksttype veel redactionele wijzigingen bevat. Theorieën daarover gaan uit van opzet, omdat kopiisten de tekst begrijpelijker, harmonischer en dogmatischer wilden maken. Maar is het wel zo plausibel om dit te veronderstellen? Is het niet logischer dat kopiisten uit eerbied voor Gods Woord de tekst zo origineel mogelijk wilden laten? Als dat zo is, is het logischer dat er eerder per ongeluk dingen uit de tekst verdwenen dan dat er dingen werden toegevoegd. Wetenschappers gaan nu vaak uit van het principe: hoe korter en hoe onlogischer, hoe betrouwbaarder. Maar waarom zou het niet precies andersom zijn?
  • Dit laatste argument laat zien dat het hier ook een kwestie is van: hoe kijk je tegen de Bijbel aan? Als de Bijbel Gods Woord is, mag je er dan niet vanuit gaan dat God zelf ervoor zorgt dat de Bijbel op een betrouwbare manier wordt overgeleverd? Als je de Bijbel meer als een gewoon boek ziet, is het begrijpelijker dat je uitgaat van een soort wantrouwen tegen kopiisten die op eigen houtje allerlei aanpassingen doen. Als de Bijbel Gods Woord is, is het zoeken naar het origineel geen onbegonnen werk, omdat je erop mag vertrouwen dat God zelf zijn Woord bewaart. Als de Bijbel niet Gods Woord is, mag je inderdaad vrezen dat het origineel verloren is gegaan en dat we nooit verder komen dan een gebrekkige benadering. Juist gereformeerden hebben daarom altijd vertrouwen gehad in de Meerderheidstekst. Juist die biedt kansen om tot een eenduidige tekstversie te komen. Zonder de Meerderheidstekst, wordt de tekstkritiek zomaar een moeras waar je niet uitkomt. Alle reden dus om juist in de Meerderheidstekst Gods bewarende hand te zien, zoals veel christenen gedaan hebben.

    Meerderheidstekst of Textus Receptus?

    Hans_Holbein_d._J._-_Erasmus_-_Louvre.wikipedia

    “Toen Erasmus zijn eerste editie uitgaf, stond hij onder tijdsdruk. In Spanje werd ook gewerkt aan een uitgave van het Griekse Testament en Erasmus’ uitgever in Basel wilde perse eerder zijn. Daarom kon Erasmus slechts een beperkt aantal handschriften raadplegen.”

    Daarbij speelden ook weleens irrationele overwegingen mee. Er doen zelfs hele complottheorieën de ronde. Dat Bijbelvertalers de Meerderheidstekst in de ban gedaan hebben, is volgens sommigen het gevolg van slinkse pogingen om de kerk weer Rooms te maken. De Vaticanus en de Sinaiticus sluiten immers heel goed aan bij de Roomse Vulgaat. Het is dus net alsof protestanten in de afgelopen eeuw hun zuivere Bijbel hebben ingeruild voor een onzuivere Roomse Bijbel. Van de weeromstuit zijn er christenen die de Textus Receptus zo’n beetje heilig verklaard hebben. Vaak zijn dat dezelfde mensen die ook perse willen vasthouden aan de Statenvertaling of de King James Version.

    Maar hoe groot de overeenkomsten tussen de Textus Receptus en de Meerderheidstekst ook zijn, ze vallen bepaald niet samen. Toen Erasmus zijn eerste editie uitgaf, stond hij onder tijdsdruk. In Spanje werd ook gewerkt aan een uitgave van het Griekse Testament en Erasmus’ uitgever in Basel wilde perse eerder zijn. Daarom kon Erasmus slechts een beperkt aantal handschriften raadplegen. Een aantal verzen moest hij zelfs terug vertalen uit het Latijn, omdat ze in geen enkel handschrift dat hij kende, voorkwamen. In later edities verwerkte hij steeds meer handschriften. Maar hij had niet de beschikking over alle handschriften die we nu kennen. Ook niet wat betreft het Byzantijnse teksttype. Daarom zijn moderne kritische edities van de Meerderheidstekst of het Byzantijnse teksttype veel betrouwbaarder dan het werk van Erasmus en de daarop gebaseerd Textus Receptus. De verschillen tussen de Meerderheidstekst en de Nestle-Aland zijn groter, maar ook tussen de Meerderheidstekst en de Textus Receptus bestaan veel verschillen. Persoonlijk vind ik het dan ook jammer dat bij de Herziene Statenvertaling niet gekozen is voor een moderne versie van de Meerderheidstekst, in plaats de achterhaalde Textus Receptus. Natuurlijk wel begrijpelijk, gezien de link met de Statenvertaling. Maar toch een gemiste kans.

    Betekenis

    Maar doet dit alles er nu toe? Maakt het voor ons geloof uit of we nu uitgaan van de Meerderheidstekst, de Textus Receptus of Nestle-Aland? We moeten het belang ervan in elk geval niet overdrijven. Er mogen dan duizenden verschillen zijn tussen de verschillende versies, het gaat meestal maar om details. Slechts in enkele gevallen gaat het om één of meer zinnen. Heel soms om een langere passage. Maar nooit is er een dogma in het geding! Aan de andere kant, het gaat wel om Gods Woord. Jezus zelf zegt dat van Gods wet geen tittel of jota – geen punt of komma, zeg maar – verloren zal gaan. Als dat voor het Oude Testament geldt, geldt het natuurlijk niet minder voor het Nieuwe Testament. Als je de Bijbel leest en uitlegt, moet je dus op de details letten. Ze doen ertoe. Kortom, het heeft wel degelijk zin om uit te zoeken wat er nu exact gestaan heeft in het origineel. Maar ons geloof staat of valt er niet mee.

    Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen. Het originele artikel is hier te vinden.

    LEUK ARTIKEL?
    Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

    Written by

    Drs. G. Veldman (1975) studeerde geschiedenis in Utrecht en haalde vervolgens zijn eerste-graads onderwijsbevoegdheid. Hij heeft enkele boeken vertaald vanuit het Engels. Grote hobby's zijn orgel spelen en stamboomonderzoek. Als christen volgt hij kritisch de ontwikkelingen in kerk en maatschappij.

    5 Comments

    Gerrit Veldman

    Het Comma Johanneum (1 Johannes 5:7-8) is een goed voorbeeld van een verschil tussen Textus Receptus en Meerderheidstekst. De eerste heeft het wel, de laatste niet. Maar de leer van de Drie-eenheid staat of valt er echt niet mee.

    Herma

    Het verhaal van von Tischendorf is [m.i.] wel erg fantastisch, hij redt werken uit de vuurkorf? Bovendien zijn er in de tekst van de Sinaïticus tienduizenden fouten en “verbeteringen”, dus om die dan betrouwbaar te noemen? Misschien goed om er toch eens in te duiken er zijn nl. ook andere verhalen bekend over de Sinaïticus. In America is iemand bezig met onderzoek en die heeft verrassende zaken boven tafel gehaald. Zijn naam is Chris Pinto.

    Reply
    Chan

    De toevoeging 1 Joh 5: 7 lijkt uitsluitend aangebracht om het leerpunt van de Drie-eenheid te stipuleren. Daarom is de term ‘vervalsing’ hier gerust op zijn plaats. Het staat volgens mij nu alleen nog in de Statenvertaling. Als het ergens om dogmatiek ging dan is het hier wel, want de Drie-eenheid staat nergens expliciet in de bijbel. Alleen hier. Voor de RK Kerk levert dit overigens theologisch geen probleem op want de H. Traditie is wel expliciet over de Drie-Eenheid.

    Reply
    Herma

    @Chan
    Hoe weet jij dat dat een vervalsing is? Laten we wel wezen jij nog ik zijn er bij geweest toen de bijbel geschreven is, ook niet toen de Vaticanus of de Sinaïticus geschreven is (al is de laatste veel jonger dan gesuggereerd wordt). Bovendien, als die codeci inderdaad de echte tekst bevatten zijn er een aantal boeken uit de canon verwijdert, want in ieder geval de Herder van Hermus is ook in de Sinaïticus. En wat betreft de Drie-eenheid, daar heeft de roomse kerk wel een iets ander idee over. Bij de protestanten, die [m.i.] een voortzetting van de apostolische kerk zijn, is er buiten de Drie-eenheid niemand die aanbeden mag worden, en de titel Heilige Vader komt alleen God de Vader toe en de Plaatsvervanger van Christus is de Heilige Geest (…). Maria en de apostelen vallen dus onder de gewone mensen die alleen geheiligd zijn door het geloof in Christus sla hun Verlosser evenals iedere andere echte gelovige heilig is.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

     tekens over