Op de foto hieronder ziet u een normaal olielampje uit de Oudheid. Het ronde gedeelte is nog geen 7 cm in doorsnee. Het reservoir voor olie is 1 cm hoog. Je had ook iets grotere modellen.

Professor A. Sizoo, die lang geleden christelijk Grieks en Latijn doceerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, had ook zo’n lampje. In zijn boek “De antieke wereld en het Nieuwe Testament” vertelt hij, dat hij er eens een proef mee had gedaan. Hij had het laten branden. Het brandde 3 of 4 uur – juist herinner ik mij dat niet meer. Ik bezit het boek niet meer.

Jezus vertelde een gelijkenis over lampen (Mattheüs 25: 1vv.)

Dan zal het koninkrijk van de hemelen gelijkgesteld worden aan tien meisjes die hun lampen namen en vertrokken om de bruidegom tegemoet te gaan. Vijf van hen waren dwaas en vijf verstandig. Want de dwaze namen hun lampen, maar namen geen olie mee. Maar de verstandige namen olie mee in hun vaten / kruiken / kruikjes, samen met hun lampen. Toen de bruidegom uitbleef, begonnen ze allen te knikkebollen en sliepen in. Maar middenin de nacht was er geschreeuw: ‘Let op! De bruidegom! Gaat hem tegemoet!’ Al die meisjes werden daarop wakker en maakten hun lampen in orde. De dwaze zeiden tegen de verstandige: ‘Geeft ons (iets) van je olie, want onze lampen zijn aan het uitgaan!’ De verstandige antwoordden: ‘We lopen gevaar, dat er niet genoeg is voor jullie en ons. Gaat liever naar de verkopers en koopt voor jezelf (olie)!’ Toen ze (olie) gingen kopen, kwam de bruidegom. Degenen die voorbereid waren, gingen met hen naar het bruiloftsfeest en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden: ‘Heer, heer, open de deur voor ons!’ Maar hij antwoordde: ‘Het is waar wat ik je zeg: Ik ken je niet’. Weest dus waakzaam, want je kent de dag en het uur niet!

De meisjes hadden hun lampen laten branden. Wegens het uitblijven van de bruidegom waren de lampjes leeg. De bruidegom kwam laat en na 3 of 4 uur was de olie op in een brandende lamp. Maar hoeveel olie moesten de meisjes bij zich hebben om hun lampje opnieuw te vullen? 7 cm doorsnee, 1 cm hoog bij het gangbare model lamp of iets meer bij een groter exemplaar. Dat is maar een klein flesje of kruikje. Wij zouden zeggen: “Dat steek je in je binnenzak”.

De Statenvertaling heeft het over vaten. De vertaling van 1951 heeft het over kruiken. In beide gevallen denk je dan aan liters inhoud. Arme meisjes! Die hebben moeten slepen! Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, is ἀγγεῖον (angeion). Dat wordt zeer algemeen gebruikt voor allerlei flessen, kruiken, zakken. De vertaling ‘kruikje’ is zeer wel mogelijk en, als je de situatie bekijkt, ook voor de hand liggend. Inmiddels zijn heel wat generaties opgevoed met Bijbelverhalen die spreken over vaten en kruiken. Een belangrijk punt is hun daardoor ontgaan. Hoe weinig moeite was voldoende geweest om thuis een klein kruikje te vullen en mee te nemen. Daarvoor waren de dwaze meisjes te ellendig geweest. In de toepassing van de gelijkenis: hoe weinig moeite kost het om in orde te zijn met het verwachten van Jezus’ terugkomst – al blijft Hij uit.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.