Al heel lang ben ik geïnteresseerd in het onderwerp ‘ontwerp in de natuur’. Dit komt denk ik, van mijn achtergrond als computerontwerper. Ik heb veel boeken gelezen die met schepping of evolutie te maken hebben. Een belangrijke vraag waar ik nooit een antwoord op kon vinden was hoe een cel nu bepaalt op welk moment welk gen moet worden vertaald naar een eiwit.

Op mijn verjaardag kreeg ik het boek ‘The edge of evolution’ van Michael Behe. Daar ben ik meteen enthousiast aan begonnen. Het eerste boek van Behe, ‘De zwarte doos van Darwin’ had mij ook al erg geboeid. In dit eerste boek maakt Behe vooral duidelijk dat de functies die uit meerdere onmisbare componenten bestaan niet door heel veel darwinistische kleine stapjes kunnen zijn ontstaan. De voorbeelden daarin van immuunsysteem, bloedstolling en zweepstaart vind ik erg aansprekend en overtuigend. In dit tweede boek gaat Behe dieper in op dit onderwerp. Hij stelt dat de theorie van Darwin in feite bestaat uit drie ideeën, willekeurige mutatie, natuurlijke selectie en gemeenschappelijke afstamming. Hij vindt dat deze drie ideeën onafhankelijk moeten worden onderzocht op hun geldigheid.

The edge of evolution

De eerste twee hierboven genoemde ideeën behandelt hij samen omdat ze alleen helemaal niets kunnen. Nu is er tot sinds kort nooit een mogelijkheid geweest om deze zaken in de natuur of in het laboratorium te bestuderen, omdat je enorme aantallen nodig hebt om een kans te hebben op voldoende mutaties. Maar Behe heeft een gebied gevonden waarop dit nu, mede door de enorme voortgang in de biochemie, wel kan en dat is de strijd tussen malaria en de mens (Ook mij is dit al eens als duidelijke voorbeeld van evolutie door atheïsten voor de voeten geworpen). Op boeiende wijze beschrijft hij hoe deze strijd een soort loopgravenoorlog is. Daarin vallen alleen slachtoffers en het levert zeker geen vooruitgang op. Het resistent worden van malaria voor medicijnen vergelijkt Behe met een leger dat op de vlucht is voor de vijand en vervolgens een brug opblaast zodat de vijand hen niet kan inhalen. Dit is dus geen constructieve actie, maar een destructieve. Ook de mens vindt een wapen tegen malaria, de sikkelcel, maar dit wapen blijkt alleen een voordeel in deze barre strijd tegen malaria, terwijl het in feite afbreuk doet aan het functioneren van de mens en soms een ernstige ziekte oplevert. Dus alweer geen constructieve actie, maar destructief. Deze strijd is dus bepaald geen wapenwedloop die steeds betere wapens oplevert, zoals Richard Dawkins stelt.

Behe behandelt ook de wiskundige grenzen van mutatie en selectie. Hij behandelt ook nog het HIV-virus waar iets vergelijkbaars geldt. Daarmee toont hij m.i. zeer overtuigend aan dat willekeurige mutaties plus natuurlijke selectie nooit nieuwe complexe functies kunnen maken. Hij beschrijft ook wat deze twee dan wel samen kunnen, maar dat blijkt bitter weinig te zijn. Hij gelooft wel in een gemeenschappelijke afstamming, maar dan wel een waarbij een intelligente ontwerper steeds heeft ingegrepen. Of deze visie wel zo steekhoudend is waag ik te betwijfelen. Hij noemt bijv. de gemeenschappelijke foutjes in het DNA van mens en aap waardoor beiden geen vitamine C kunnen maken. Maar omdat we helemaal niets weten van het ontwerpproces tijdens de scheppingsweek lijkt het me dat we hier heel voorzichtig moeten zijn met het trekken van conclusies.

Een ander uiterst boeiend verhaal is de beschrijving van het bouwen van de trilhaar door een cel. De liftjes, met verschillende motortjes, het maken van de juiste onderdelen op het moment dat ze nodig zijn, het is een uiterst fascinerend gebeuren waar heel veel planning voor nodig is, waarbij je je afvraagt hoe iemand die in een evolutietheorie kan inpassen. In zijn eerste boek schreef Behe over de onderdelen van een trilhaar, maar hier beschrijft hij ook de acties die moeten worden uitgevoerd om een trilhaar te maken, en dat maakt een evolutionistische ontwikkeling van de trilhaar nog veel onwaarschijnlijker. Behe is ervan overtuigd dat er heel weinig ruimte is voor de combinatie willekeurige mutatie/ natuurlijke selectie en is er daarom van overtuigd dat er een intelligente ontwerper moet zijn. Ook behandelt hij de ongelooflijke finetuning in de kosmos zonder welke intelligent leven niet mogelijk zou zijn. Iets wat overigens wel een beetje ver buiten zijn eigen vakgebied ligt. Tot slot geeft hij een figuur waarin hij aangeeft waar de grens ligt.

Voor mij een uiterst boeiend en leerzaam boek waaruit ik bij de beschrijving van het bouwen van de trilhaar toch een redelijk antwoord heb gekregen op mijn vraag hoe een cel ‘weet’ welk eiwit hij op welk moment moet maken. Tot slot is het belangrijk om te weten dat Behe geen jonge-aarde-creationist is. Hij gelooft wel in algemene afstamming, maar die afstamming is dan wel door een creatieve intelligentie tot stand gebracht en zeker niet door willekeurige mutaties en natuurlijke selectie tot stand gekomen. Toch kunnen wij veel van dit boek leren.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Al heel lang ben ik geïnteresseerd in het onderwerp ‘ontwerp in de natuur’. Dit komt denk ik, van mijn achtergrond als computerontwerper. Ik heb veel boeken gelezen die met schepping of evolutie te maken hebben. Een belangrijke vraag waar ik nooit een antwoord op kon vinden was hoe een cel nu bepaalt op welk moment welk gen moet worden vertaald naar een eiwit.

...
Read more