“Wie was de vrouw van Kaïn?” is geen onoplosbare vraag!

by | jun 4, 2024 | Apologetiek, Logos Basics, Vraag-en-antwoord

“Wie was de vrouw van Kaïn?” is geen onoplosbare vraag!

Heb je jezelf wel eens afgevraagd waar Kaïn zijn vrouw vandaan heeft gehaald? Als je niet zelf op die vraag bent gekomen, dan heb je de vraag vast wel eens uit de mond van een scepticus of een twijfelende vriend gehoord. Het lijkt een onoplosbare vraag, maar dat is het niet! In dit filmpje legt Jan Rein de Wit in het kort uit wat het probleem is en hoe je daar als christen op kunt antwoorden. Het volgende artikel gaat dieper in op de vraag en wil je helpen om die met vrijmoedigheid tegemoet te treden. De vraag hoeft ons niet in verlegenheid of aan het twijfelen te brengen. Voor het antwoord hoeven we niet ver in de Bijbel te zoeken. Ook de genetische wetenschap werpt licht op de zaak. Lees snel verder!

Kaïn ploegt

Kaïn ploegt de aarde (sculptuur in Florence, Italië)

Introductie van het probleem

De vraag wie de vrouw van Kaïn was, is een van de van de meest gestelde vragen, zowel door gelovigen als ongelovigen. Het kan zijn dat iemand oprecht op zoek is naar een antwoord en dat hij geïntrigeerd wordt door deze geschiedenis. Een ander stelt de vraag triomfantelijk, overtuigd als hij is van zijn eigen gelijk, en suggererend dat het een onoplosbare kwestie is, waarop geen antwoord te geven is. Oppervlakkig gezien lijkt het inderdaad een onoplosbare valstrik voor wie de Bijbel voor waar aanneemt.

Drie kinderen van Adam en Eva worden bij name genoemd: Kaïn, Abel en Seth. Kaïn vermoordt Abel en dan staat er nog een verwijzing naar zijn vrouw. Maar waar kwam zij vandaan?

De Bijbel maakt duidelijk dat er in het begin slechts twee mensen door God werden geschapen: Adam en Eva. Adam wordt ‘de eerste mens’ genoemd (1 Kor. 15:45,47) en Eva de ‘moeder van alle levenden’ (Gen. 3:20). Om een grote bevolking te laten beginnen met één echtpaar zijn onderlinge huwelijken onvermijdelijk, zeker in de eerste generaties, en is er ten minste één huwelijk tussen een broer en een zus nodig. Wanneer Kaïn niet zelf met een eigen zus getrouwd was maar met een nicht, dan betekent het dat ten minste een van zijn broers met een van zijn zussen getrouwd moet zijn geweest. Het lijkt erop dat wie de Bijbel voor waar aanneemt, voor een dilemma staat.

1. Het (klaarblijkelijke) biologische probleem
Uit de zeldzame voorbeelden waarin sprake is van een huwelijk tussen een broer en een zus, is gebleken dat er een zeer grote kans bestaat op nageslacht met allerlei misvormingen en gebreken. Dat is een biologisch gegeven.

2. Het (klaarblijkelijke) morele probleem
Verbiedt God niet dat een broer en een zus onderling huwen? Ja, Gods wet, die de Israëlieten via Mozes hebben ontvangen, laat er geen twijfel over bestaan dat nauwe verwanten niet met elkaar mogen trouwen. Zelfs een huwelijk met een halfzus was streng verboden, zoals blijkt uit de details in Leviticus. De wetgeving in veel landen kent vergelijkbare verboden.

Vormen ‘andere mensen’ een reële oplossingsmogelijkheid?

Mensen hebben geprobeerd dit probleem op te lossen door te stellen dat er in die tijd ook andere mensen bestonden. Dat wil zeggen dat God meer dan één man en één vrouw had geschapen. Maar die veronderstelling veroorzaakt nog meer moeilijkheden. Ten eerste, en daar is al op gewezen, dat het onbevangen lezen van de diverse Bijbelgedeelten geen andere conclusie toelaat dan dat Adam en Eva de eerste mensen waren. Mensen die sceptisch staan tegenover de Bijbel, wijzen daar maar al te graag op.

Daarnaast schrijft Paulus in het Nieuwe Testament dat alle mensen afstammen van Adam. In Handelingen 17:26 staat dat God ‘uit één bloede het ganse geslacht der mensen heeft gemaakt’. In Genesis 2:20, waar Adam de dieren hun naam geeft, komt duidelijk naar voren dat er niemand anders aanwezig was van Adams ‘soort’. Geen enkel levend wezen op aarde was geschikt om de partner van Adam te zijn.

Een belangrijker bezwaar is de suggestie die erin opgesloten ligt, namelijk dat er mensen zouden zijn die niet van Adam en Eva afstammen. Dat ondermijnt namelijk de logica van het Evangelie zoals het Nieuwe Testament die verkondigt. Om behouden te worden is het ontegenzeggelijk een voorwaarde dat men een daadwerkelijke nakomeling is van Adam. Jezus Christus wordt de ‘laatste Adam’ genoemd (1 Kor. 15:45). Jezus Christus wordt ook de ‘verwant-losser’ genoemd (Engels: kinsman-redeemer). Dat verwijst naar de betekenis zoals die in Jesaja 59:20 staat: ‘En er zal een Verlosser tot Sion komen.’ Hier staat hetzelfde woord, verlosser, en dat is het Hebreeuwse woord (gôēl), dat ook gebruikt wordt om de relatie te beschrijven tussen Ruth en Boaz in Ruth 4:14. God de Zoon heeft de menselijke natuur aangenomen, terwijl Hij Zijn goddelijke natuur niet aflegde, en is zo de volmaakte God-mens geworden.

Dit was Gods oplossing voor het probleem van de zonde. De ongehoorzaamheid van de eerste Adam heeft de vloek van dood en bloedvergieten in de schepping veroorzaakt. De wél gehoorzame, laatste Adam vergoot Zijn bloed in Zijn lijden en sterven en overwon de dood door Zijn opstanding. Dat is de kern van Paulus’ betoog in 1 Korinthiërs 15:21, 22. Daarin schetst hij dat degenen die door Gods genade geloof en vergeving van zonden ontvangen, niet langer onderworpen zijn aan de eeuwige vervloeking, maar eeuwig leven hebben.

Dit betekent dat, om behouden te kunnen worden, iemand een daadwerkelijke nakomeling van Adam moet zijn. Anders zou de Verlosser niet zijn verwant zijn.1 Het Bijbelboek Hebreeën legt uit dat Jezus Christus de menselijke natuur aannam om het menselijk geslacht te kunnen redden, maar dat Hij daarbij niet de engelen op het oog had. We kunnen worden gered, omdat de laatste Adam in onze menselijke stamboom is binnengekomen. Hij stamde daarmee van de eerste Adam af, net als wij. Het herhaalde verband tussen Adam en Christus is hiermee duidelijk. Dat zou ook de reden kunnen zijn waarom het voor Eva zo belangrijk was dat zij lichamelijk van Adam afstamde (‘Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees de vrouw gemaakt uit de rib van de man!’), want hoe zou ze anders behouden kunnen worden? Als zij helemaal afzonderlijk geschapen zou zijn, net als Adam van basismateriaal, zou zij geen ‘afstammeling’ van Adam geweest zijn.

Dit is het principe dat duidelijk maakt waarom het geloof in miljoenen jaren zo kwetsend is voor mensen zoals de Australische Aboriginals. Wanneer zij inderdaad al zo’n 40.000 jaar in Australië leven (volgens dateringen met de koolstof-14-methode, die door velen kritiekloos wordt aanvaard, zie hoofdstuk 4), hoe kunnen ze dan afstammen van Adam, die volgens de Bijbel slechts zo’n 6000 jaar geleden leefde? Dit zou betekenen dat zij niet verwant zijn aan Christus, en hoe kunnen zij dan behouden worden?

Het verband met het Evangelie is een belangrijke reden waarom de kwestie van Kaïns vrouw voor christenen van belang is. De andere reden is dat het een zeer algemeen gebruikt kritiekpunt is waarmee de betrouwbaarheid, en dus het gezag, van de Bijbel ter discussie wordt gesteld en aangevallen wordt.

De veronderstelling als zouden er inderdaad mensen zijn geweest die als echtgenoten voor Kaïn en zijn nakomelingen konden dienen, zet de deur open voor allerlei bizarre en zelfs racistische ideeën. Stel je voor dat sommige mensen wel menselijk genoeg waren of zijn om ermee te huwen, maar onvoldoende mens om door de Heere Jezus behouden te worden.2

Terug bij af

Alles bij elkaar is het Bijbels gezien onaanvaardbaar om het dilemma van Kaïns vrouw op te lossen door uit te gaan van ‘andere (geschapen) mensen’. Daarmee zijn we weer terug bij onze vraag: De Bijbel vertelt ons dat Kaïn een vrouw had, maar hoe kan dat? Misschien is het helemaal niet zo verwonderlijk dat sceptici dit gedeelte van Genesis juist voortdurend hebben aangevallen. Zij probeerden immers redenen te vinden om niet in de Bijbel te geloven en anderen daarvan te weerhouden. Ze zijn ervan overtuigd dat er geen rationele oplossing voor dit dilemma bestaat.

Een van de bekendste criticasters was de agnostische antitheïst Clarence Darrow. Hij was de advocaat die de evolutionisten bijstond in het beroemde Scopes-proces in de VS. Hij onderwierp de anti-evolutionistische getuige William Jennings Bryan aan een kruisverhoor. Hij vernederde zijn tegenstander toen Bryan niet in staat bleek antwoord te geven op de vraag wie Kaïns vrouw is geweest.3 Door het eenzijdige verslag dat de antichristelijke H.L. Mencken van het proces bracht, werd Bryans verlegenheid met de vraag geprojecteerd op iedereen die geloofde in de waarheid van de Bijbel. In de Hollywood-film Contact, naar een boek van de atheïstische evolutionist Carl Sagan, zegt de atheïstische heldin, gespeeld door Jodie Foster, dat zij haar kinderlijke geloof verloor toen haar voorganger niet in staat bleek de vraag te beantwoorden waar Kaïns vrouw vandaan kwam. De boodschap die deze film aan miljoenen mensen uitdroeg was overduidelijk: ‘Er bestaat geen antwoord op deze vraag en het christelijk geloof is niet rationeel te verdedigen.’

Wanneer Hollywood had verwacht dat christenen eenvoudig in staat zouden zijn deze vraag te beantwoorden, zouden ze deze dialoog niet lichtzinnig in de film hebben opgenomen, uit angst voor gezichtsverlies bij het publiek.

Niet onbelangrijk!

Het is bedroevend dat veel christenen, misschien wel de meesten, door de jaren heen geen antwoord hebben kunnen geven op deze vraag. Ze vermijden de vraag liever en noemen de zaak ‘onbelangrijk’. Maar het signaal dat toeschouwers daaruit oppikken is eenvoudig: ‘Zij willen geen antwoord geven, omdat ze geen antwoord hebben!’ Een andere reden waarom we niet in staat zijn te antwoorden, zou gelegen kunnen zijn in het feit dat we niet gewend zijn om vanuit een samenhangend bijbels wereldbeeld te denken, waarin alles zijn plaats heeft. In de regel zijn we gewend om in ons denken onderscheid te maken tussen geestelijke zaken en natuurlijke zaken, waaronder de feiten uit de wetenschap, de geschiedenis, enzovoort.

Toch is de Bijbelse boodschap van verlossing stevig geworteld in de geschiedenis. Als de Bijbel ernaast zit als het gaat om de vroegste geschiedenis van de wereld, hoe betrouwbaar is zij dan als het gaat om onze geestelijke bestemming? Jezus zei in Johannes 3:12: ‘Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?’ Wanneer Jezus het had over personen in Genesis, had Hij het altijd over echte, normale mensen en Hij beschouwde de gebeurtenissen erin als daadwerkelijke geschiedenis.4

Gevolgen van zwijgen of weglopen voor de vraag

Een sympathisant van de organisatie Creation Ministries International (CMI) vertelde eens over een kennis van hem die op zijn sterfbed lag, een man van in de negentig. Jarenlang had hij zich verzet tegen elk christelijk getuigenis, ook dat van deze zegsman, zijn vriend. Toen die sympathisant er bij hem op aandrong om in Christus te geloven voordat hij zou overlijden en het te laat zou zijn, gaf de stervende man hem ten antwoord dat hij niet in de Bijbel kon geloven. De reden was dat geen enkele christen zijn vraag had kunnen beantwoorden over Kaïns vrouw. Daarom had hij het jaren geleden al opgegeven, en was hij zelfs gestopt die vraag te stellen.

Een paar jaar geleden toonde een CMI-vertegenwoordiger een groot model van de ark van Noach op een jaarmarkt in Goondiwindi in Australië. De mensen dromden er omheen, gefascineerd door de grote afmetingen van het schip in verhouding tot de getoonde dierenmodellen. Een ruwe, luidruchtige vrouw drong zich door de menigte naar voren. Met een voldaan lachje vroeg ze met een sterk plaatselijk accent: ‘Wedden dat u mijn vraag niet kunt beantwoorden? Ik heb deze vraag in de loop der jaren aan allerlei christenen gesteld en niemand wist het antwoord te geven. Zelfs niet wanneer ik hun 1000 dollar beloofde als ze me het antwoord konden geven. Dus nu is het uw beurt’, zei ze met leedvermaak in haar stem tegen die vertegenwoordiger van CMI ten aanhoren van alle toeschouwers, ‘u krijgt 1000 dollar wanneer u mijn vraag kunt beantwoorden.

‘Wat wilt u dan weten?’ vroeg de man die daar namens CMI stond. Met haar handen in haar zij, sprak de vrouw triomfantelijk: ‘Oké dan, waar kwam Kaïns vrouw vandaan, nou?’ Toen ze het antwoord kreeg (en zoals we nog zullen zien, is dat rationeel, samenhangend, en zowel bijbels als wetenschappelijk verantwoord), was ze volkomen ontdaan. Ze liep verdwaasd rond en herhaalde steeds bij zichzelf: ‘Ze hebben mijn vraag beantwoord …, ze hebben mijn vraag beantwoord …’ (Misschien was ze nog veel meer ontdaan nadat ze te horen had gekregen dat ze haar 1000 dollar kon houden!)

Waar het om gaat in deze lange aanloop naar het antwoord, is om te laten zien dat het veel voorkomt dat mensen geen antwoord kunnen geven op dergelijke uitdagingen en de gevolgen ernstig kunnen zijn. Gelovigen worden opgeroepen altijd bereid te zijn verantwoording af te leggen over hun geloof (1 Petr. 3:15).5

Maar, wat is dan het antwoord?

Het biologische aspect beantwoorden

Het is niet zo dat als iemand met een familielid trouwt, er onvermijdelijk misvormingen bij de kinderen optreden, en allerlei verschijnselen die doorgaans het gevolg zijn van inteelt; immers, iedereen die trouwt, trouwt met een familielid! We zijn allemaal in verschillende graden aan elkaar verwant, omdat we afstammen van hetzelfde eerste mensenpaar. (Als je man of vrouw geen verwante van je is, heb je wel een probleem, want dan ben je niet met een mens getrouwd!)

De biologische problemen (en de morele en wettelijke belemmeringen) hebben te maken met het huwen met een eerste- of tweedegraads familielid. Daarom is het goed om na te gaan waarom er gebreken en misvormingen optreden in het nageslacht van paren met een eerste- of tweedegraads verwantschap. Waar komen die gebreken vandaan?

Om dat te kunnen begrijpen hebben we enkele basisbegrippen uit de genetica nodig. De erfelijke informatie die van generatie op generatie wordt doorgegeven, ligt vast in strengen DNA, waartoe de bekende ‘genen’ behoren.6 Wanneer die informatie wordt gekopieerd, gebeurt dat scheikundig gezien ‘letter voor letter’. Tijdens dit herhaaldelijk kopiëren kunnen fouten ontstaan. Die fouten noemen we ‘mutaties’. Mutaties zijn de oorzaken van duizenden erfelijke ziektes, zoals taaislijmziekte, hemofilie, progeria, sikkelcelanemie en fenylketonurie. Deze worden doorgegeven aan volgende generaties, omdat als er eenmaal een kopieerfout is ontstaan, die telkens opnieuw gekopieerd wordt. (Wanneer een computerprogramma of een bestand een fout heeft en dat programma of bestand gekopieerd wordt, zit die fout ook in de kopie.)

Ziekten

Mutaties hebben zich sinds de zondeval opeengestapeld en zijn de oorzaak van vele menselijke ziekten.

Wanneer er voortdurend kopieën van kopieën gemaakt worden, zoals bij de voortplanting in de levende natuur, wordt een fout niet alleen steeds doorgegeven, maar vroeg of laat ontstaat er een tweede kopieerfout, die boven op de eerste komt. Zou er een bepaalde populatie bestaan met genetisch gezien één fout, dan ontstaat daar op een zeker moment een tweede, dan een derde en zo steeds verder. Toekomstige defecten hebben de neiging zich op de bestaande te stapelen. Dit verschijnsel van toenemende genetische belasting (Engels: ‘load’) is een algemeen bekend verschijnsel.7 Met andere woorden: in de loop van de tijd stapelen deze genetische fouten zich op.

Overerven van mutaties

overerven

  1. Sommige defecte (gemuteerde) genen zijn overigens al schadelijk wanneer de persoon slechts drager is. Dit is een zeldzaam verschijnsel en deze genen verdwijnen in de regel door natuurlijke selectie, b.v. doordat de persoon overlijdt voordat hij/zij kinderen krijgt.
  2. Het genetisch systeem is onvoorstelbaar ingewikkeld en dit is onvermijdelijk een sterke vereenvoudiging, maar wel waarheidsgetrouw.

Het aantal genetische defecten in een bepaalde populatie neemt steeds sterker en onophoudelijk toe. Dat is de reden waarom ieder van ons honderden van zulke genetische missers met zich mee draagt. Zij vormen de overerfde opgestapelde kopieerfouten die zijn opgetreden toen onze voorouders zich voortplantten.

Waarom vertonen wij dan niet allerlei gebreken en misvormingen die uit die genetische fouten voortkomen? Dat heeft vooral te maken met het gegeven dat onze genen in paren zitten.8 Een gen dat verantwoordelijk is voor een bepaalde taak, bijvoorbeeld de mogelijkheid om insuline aan te maken,9 wordt van zowel vader als moeder geërfd.

Daardoor is er direct een soort back up-exemplaar met alle informatie voor het geval een van de twee defect is. Laten we zeggen dat je een gebrekkig gen erft met instructies voor bijvoorbeeld de ‘vorming van F’ (wat dat dan ook mag zijn, laten we zeggen de vorm van je oren). Het punt is dan dat hetzelfde gen van de andere ouder wel alle instructies om F te vormen bevat, en daardoor is F (de vorm van je oren) in het algemeen toch in orde. Maar wat gebeurt er nu wanneer je hetzelfde defecte gen van beide ouders meekrijgt? Dan is er geen zuivere informatie hoe F op een goede wijze moet worden gevormd. En dus komt F op een gebrekkige wijze tot stand (zie het schema hiernaast).

Dit verklaart meteen waarom de kinderen uit een hedendaags huwelijk zelden door mutaties veroorzaakte gebreken vertonen.10 Alhoewel beide ouders drager zijn van honderden fouten en die ook doorgeven aan hun nageslacht, zijn de fouten bij de ene ouder gewoonlijk totaal verschillend van die bij de andere ouder. Dat komt omdat zij beiden normaal gesproken ouders hebben van een heel verschillende genetische achtergrond en daardoor ieder een heel ander stel genetische fouten dragen. Een bepaald fout gen zal in de meeste gevallen ‘bedekt’ of ‘gecompenseerd’ worden door het normale, goede gen met de juiste informatie, afkomstig van de andere ouder.

Soms komt het in onze gevallen wereld voor, dat zelfs wanneer man en vrouw niet nauw aan elkaar verwant zijn, twee genetische fouten samenvallen en tot uitdrukking komen. Dezelfde fout is afkomstig van beide ouders; een tragische, maar vrij zeldzame omstandigheid. Een broer en een zus hebben echter dezelfde ouders, wat betekent dat zij beiden uit dezelfde bron hun genetische fouten hebben ontvangen. Daarom is er een sterk verhoogde kans dat het nageslacht uit een gemeenschap tussen broer en zus zeker minstens één paar genen ontvangt waarin precies dezelfde genetische fouten zitten.11 Dat is de reden voor de grote kans op misvormingen en andere gebreken wanneer een broer en een zus huwen en nageslacht voortbrengen.

Mensen die nauw aan elkaar verwant zijn, maar verder weg dan broer en zus, zoals halfbroer en halfzus, hebben een kleinere, maar nog steeds aanzienlijke mogelijkheid op nageslacht met gebreken. Hoe nauwer de verwantschap, des te groter het risico. Biologisch gezien is het zinvol om wettige en morele belemmeringen op te werpen tegen huwelijksrelaties bij een eerste- en tweedegraads verwantschap.

De clou

Wat heeft dit te maken met de vrouw van Kaïn? Dat is niet zo moeilijk: naarmate de tijd verstrijkt zal een populatie steeds meer genetische fouten bevatten, maar hoe eerder in de tijd, des te minder van dat soort missers er voorkomen. Uiteindelijk zul je zo kunnen uitkomen in een tijdperk waarin er geen genetische defecten voorkwamen. Vanuit Bijbels gezichtspunt is dat heel aannemelijk, omdat de eerste man en de eerste vrouw, geschapen in een volmaakte wereld en onaangetast door de zonde, geen enkel verkeerd gen hadden. Ter herinnering: God noemde Zijn schepping ‘zeer goed’ (Gen. 1:31). Na de zondeval (Gen. 3) konden kopieerfouten optreden. Toch was er veel tijd voor nodig, generaties lang, vele honderden jaren, voordat de fouten zich zo zouden hebben opgestapeld dat er een verhoogd risico ontstond voor een broer om met zijn zus te trouwen.

Met andere woorden, Kaïn of een van zijn broers, kon heel goed met zijn zus (of nicht, of een ander naast familielid) trouwen zonder enig biologisch risico. Alleen Kaïn, Abel en Seth worden genoemd, maar de Bijbel is er duidelijk over (in Gen. 5:4) dat Adam en Eva ook andere ‘zonen en dochters’ hadden. We hebben immers al opgemerkt dat zo’n huwelijk in de familiekring onvermijdelijk is geweest, omdat de mensheid met slechts twee mensen is begonnen.

Het is zinvol hier vast te stellen dat we spreken over wettige, monogame huwelijken, die zijn gesloten voor Gods aangezicht. De morele aspecten komen hierna aan bod.

Meer Bijbelse argumenten

Het menselijk geslacht te laten beginnen met twee personen, zoals God had bepaald, hield logischerwijs in dat onderling trouwen van nabije familieleden iets onvermijdelijks was, als de mensheid zich tenminste nog wilde vermenigvuldigen en de aarde bevolken (Gen. 1:28).12

De Bijbel ondersteunt deze stelling nog op een andere manier. Abraham leefde een paar honderd jaar na de zondvloed, die ongeveer 1700 jaar na de schepping plaatsvond. Hij trouwde met zijn halfzus Saraï en er is geen enkele aanwijzing dat hun kinderen enig lichamelijk of geestelijk gebrek vertoonden.

Zou God Abraham en zijn vrouw niet hebben moeten straffen, omdat zij de wet tegen het huwelijk tussen kinderen van dezelfde vader of moeder overtraden? Geenszins, want zo’n wet bestond toen nog helemaal niet. Die werd pas door Mozes bekendgemaakt, vele honderden jaren later. Het is goed om te beseffen dat zaken niet goed of fout zijn op basis van onze opvattingen, maar op basis van wat de Schepper zegt. En hoe komen we erachter wat Zijn opvattingen zijn? Hij heeft Zijn volmaakte morele norm bekendgemaakt in Zijn geschreven Woord, de Bijbel.

Verandert God van gedachten?

Toch kunnen mensen zich wel eens afvragen of God niet inconsequent is en of Zijn morele principes niet zijn veranderd. Laten we in gedachten even stilstaan bij een herder die met zijn kudde schapen in een open veld verblijft. Er zijn geen roofdieren te bekennen en het enige gevaar is aan de rand van het veld. Daar is namelijk een steile afgrond waar de schapen naar beneden kunnen vallen. De herder maakt dus een afrastering langs die afgrond. Die afrastering staat symbool voor een wet en zegt: ‘Gij zult niet …’ Er is geen aanleiding om de andere zijden van het veld af te rasteren.

Enige tijd later duiken er wolven op in het gebied. Nu ontstaat er een nieuw gevaar voor de dieren. Wanneer zij buiten het zicht van de herder raken, bestaat de kans dat zij worden gedood en opgegeten. Daarom is er een nieuwe serie wetten nodig, nieuwe ‘gij zult niet …’ Vandaar dat de herder nu een afscheiding om het hele terrein maakt. De morele principes van de herder zijn niet veranderd, zijn liefdevolle zorg voor de kudde blijft ongewijzigd. Maar de tijden veranderen en een nieuwe wet is noodzakelijk waarin zijn zorg voor de dieren tot uitdrukking komt.

God stond aanvankelijk onderlinge huwelijken tussen naaste familieleden toe, om te kunnen starten met één man (en één vrouw uit die man genomen) voor de opbouw van de mensheid. Toen kwam er een moment waarop God een nieuwe wet uitvaardigde, die, zoals in het verhaal over de schapen, hun voordeel en bescherming bood. Dit zou wel eens van speciaal belang kunnen zijn geweest voor het volk Israël, waaraan de mozaïsche wetten werden gegeven. Zij vormden immers een geïsoleerd volk; ze mochten niet trouwen met mensen van buiten het eigen volk (tenzij mensen zich bekeerden en de ware God van Israël gingen aanbidden). Daardoor groeide de kans dat nauw verwante personen met elkaar zouden huwen en dat maakte zo’n verbod noodzakelijk. Huwelijken met personen van buiten het eigen volk zouden de gevolgen van zich opstapelende mutaties ook afzwakken en vertragen. Het was van immens belang dat het volk van Israël bewaard zou blijven, want uit hen zou de beloofde Messias voortkomen, het ‘nageslacht van de vrouw’ (Gen. 3:15).

Hoe zit het met het land Nod?

Het is begrijpelijk dat sommige mensen denken dat er nog andere mensen op aarde rondliepen, nadat Kaïn Abel had vermoord. Wanneer Kaïn verbannen wordt, lezen we in de Bijbel: ‘En de Heere stelde een teken aan Kaïn; opdat hem niet versloeg al wie hem vond.’ Vervolgens dat hij ging wonen in het ‘land Nod’, ‘en dat ‘hij een stad bouwde’. Heel wat mensen maken hier uit op dat hij een vrouw nam uit de inwoners van Nod. De Schrift zegt dat echter niet letterlijk; er staat dat hij, nadat hij in Nod ging wonen, zijn vrouw ‘bekende’ (in de betekenis van seksuele gemeenschap hebben). Het kan net zo goed zijn dat het land Nod helemaal leeg was voordat Kaïn erheen trok. Mogelijk is hij erheen getrokken met zijn vrouw en heeft hij haar niet daar pas ontmoet.

Daarnaast is het goed om te beseffen dat het Hebreeuwse woord (ir), dat als ‘stad’ vertaald is, niet de moderne betekenis heeft van een plaats met tienduizenden mensen. Dit Hebreeuwse woord wijst op een ommuurde woonplaats, en die kan zo klein zijn als een versterkt kampement.

Hoe het werkelijk is geweest, doet er feitelijk niet heel veel toe. Het is duidelijk dat in de tijd die verstreken was voordat Kaïn Abel vermoordde (meer dan honderd jaar) het aantal mensen op aarde sterk kon zijn toegenomen. Kaïn was de eerstgeborene van Adam en Eva en was waarschijnlijk kort na de zondeval verwekt. Dit vond een paar dagen of weken na de schepping plaats. (Eva raakte niet zwanger vóór de zondeval, alhoewel zij en Adam volkomen gezonde mensen waren in een volmaakte wereld en het gebod hadden gekregen vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen.)

Het lijkt erop dat Seth de plaats heeft ingenomen van Abel (Gen. 4:25). Adam was 130 jaar oud toen Seth geboren werd. Dat betekent dat toen Kaïn Abel doodde en hij verbannen werd, er bijna 130 jaar verstreken waren. (Gezien de leeftijd van Kaïn, zelfs in een tijdperk met leeftijden van 900 jaar, is het aannemelijk dat hij al een hele tijd getrouwd was voordat hij naar Nod vertrok.) Stellen we dat de eerste generatie kinderen van Adam en Eva zelf zo’n 25 à 30 jaar na de schepping kinderen kreeg, dan zouden er drie tot vier generaties bij gekomen kunnen zijn, met een exponentiële toename van de aantallen mensen in elke generatie.

Deze bevolkingsopbouw zou het resultaat zijn geweest van onderlinge huwelijken tussen de kinderen van Adam en Eva – waarop eerder is gewezen. In Genesis 5:4 lezen we dat zij zonen en dochters hadden, naast diegenen die met name genoemd worden. We weten niet hoeveel zonen en dochters zij kregen, maar hoe meer het er waren, des te sterker zullen de aantallen zijn toegenomen in de latere generaties. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus13 vermeldt dat ‘het aantal kinderen van Adam, volgens de oude traditie, 33 zonen en 23 dochters bedroeg.’ Het is duidelijk dat er een flinke populatie kan zijn ontstaan, zelfs verspreid over verscheidene locaties, in een periode van zo’n 130 jaar.

Naast de ‘steden’ die er waarschijnlijk al waren, bouwde Kaïn er dus een bij. Sommigen geven aan dat Kaïns angst voor wraak (Gen. 4:14) moet zijn gevoed door de aanwezigheid van allerlei mensen in de omgeving. Dat kon heel goed mogelijk zijn geweest, zoals hierboven is uiteengezet. Het is de moeite waard even stil te staan bij de vraag wie er belang zouden hebben gehad bij het wreken van de dood van Abel en dus een bedreiging vormden voor Kaïn. Dan moeten we denken aan zijn directe familieleden. Het gegeven dat alle mensen in die tijd nauw aan Abel (en Kaïn en elkaar) verwant waren, geeft de tekst een nog diepere betekenis.

Samenvatting en conclusie

Er is geen twijfel over mogelijk dat de Bijbel aangeeft dat God de mensheid met twee personen liet beginnen. Dat houdt in dat in de eerste generaties allerlei huwelijken moeten hebben plaatsgevonden tussen onderling nauw verwante mensen, en ten minste één huwelijk tussen broer en zus. We zien in de Bijbel dat Adam en Eva ook dochters hadden. Kaïn kan gehuwd zijn geweest met zijn zus of met een nicht. De biologische problemen die tegenwoordig het gevolg zijn van dit soort relaties, worden veroorzaakt door een opeenstapeling van genetische fouten vanaf de zondeval. Een in wezen volmaakte populatie zou zulke problemen nooit hebben.

We lezen in de Bijbel dat Abraham, die lang na de schepping leefde, gewoon met zijn halfzus Saraï trouwde, zonder ook maar enige aanwijzing dat zijn nageslacht (Izak) lichamelijke of geestelijke problemen had. Dit huwelijk was geen overtreding van Gods geboden. De wet van Mozes die huwelijken tussen naaste familieleden verbood, werd pas eeuwen later door God ingesteld.

 

Hoe bestaat het?

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het boek: Batten, D., & Mediagroep In Genesis. (2009). Hoe bestaat het! 60 vragen over schepping, evolutie en de Bijbel (3de editie). De Banier.

Het betreft hoofdstuk 8,  ‘Wie was de vrouw van Kaïn?’, pagina 155-168.

Dit boek is tevens te koop in onze webshop: https://webshop.logos.nl/winkel/doelgroep/bovenbouw-middelbare-school/hoe-bestaat-het/

Voetnoten

  1. Als afstammelingen van Adam hebben we hoe dan ook verlossing nodig, omdat we zijn zondige natuur geërfd hebben.
  2. R. Grigg, ‘Darwin’s quisling’, in: Creation 22/1 (1999), p. 50-51.
  3. Voorlopige bewerking van: ‘The world’s most famous court trial’, in The Tennessee Evolution Case, Bryan College (reprinted original edition), 1990, p. 302. Samenvatting van dit incident op www.bryan.edu/802.html.
  4. Zie: D. Batten, J. Sarfati, Is Genesis geschiedenis? 15 argumenten, Amerongen 2009. Te bestellen via www.scheppingofevolutie.nl.
  5. J. Sarfati, ‘Loving God with all your mind: logic and creation’, in: Journal of Creation 12/2 (1998), p. 142-151; www.creation.com/logic.
  6. J. Sarfati, ‘DNA: marvellous messages or mostly mess?’ in: Creation 25/2 (2003), p. 26- 31; www.creation.com/message.
  7. Er is een enkele evolutionist die het probleem van het meetorsen van een onmogelijke hoeveelheid genetische belasting (als de mensheid er al heel lang zou zijn geweest) accepteert en het probeert op te lossen door te wijzen op het mechanisme van selectie waarmee slechte mutaties eruit worden gefilterd. De meeste mutaties zijn echter alleen schadelijk (en daarmee kandidaat voor uitfiltering) wanneer ze afkomstig zijn van beide ouders. Zelfs wanneer het in lage frequentie voorkomt, zou het onvermijdelijk bijdragen aan een steeds toenemende genetische belasting. Daarom is zo’n opeenstapeling van mutaties een steeds groeiend probleem voor elke populatie. De geneticus dr. John Sanford heeft dit probleempunt voor de evolutie en de lange tijdsduur beschreven in zijn boek: Genetic entropy and the mystery of the genome, Elim Publishing, NY, VS, 2005.
  8. Niet alle mutaties veroorzaken merkbare gebreken, veel ervan zijn neutraal, omdat ze voorkomen in een niet-essentieel gedeelte van de genetische instructies. We bedoelen hier met name die mutaties die gevolgen hebben voor het functioneren.
  9. Dit is een essentieel hormoon dat het suikergehalte in het bloed stuurt.
  10. We bezitten ongeveer 25.000 genenparen, waarbij één gen (allel) afkomstig is van één ouder. Daardoor geven we slechts de helft van onze genen (informatie) door aan ieder kind, maar is het wel steeds een andere ‘helft’. (Eeneiige tweelingen zijn ontstaan door een natuurlijk splitsingsproces bij de eerste celdeling na de bevruchting.) Een kind ontvangt van beide ouders de helft van de genen, samen dus 100%.
  11. Hoewel de kans erop slechts 1 op 4 is voor iedere gen-plaats, aangezien er vele honderden mogelijke mutaties zijn, is er toch een grote kans dat er ten minste een van beide ouders wordt geërfd.
  12. Het Hebreeuwse woord betekent ‘vullen’ en niet, zoals in veel Engelse vertalingen lijkt te staan, ‘hervullen’. Zie ook hoofdstuk 3, punt 10 van het gedeelte over de problemen met de hiaattheorie.
  13. F. Josephus, The Complete Works of Josephus (vertaald door: W. Whiston, A.M.), Kregel Publications, Grand Rapids, Michigan, 1981, p. 27.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!