Gijsbert van den Brink heeft op de website Geloof & Wetenschap van ForumC een artikel geschreven over de vraag of wonderen echt gebeurd zijn of niet. Volgens Van den Brink is dat wel het geval, en hij draagt argumenten aan voor die visie. In zijn ogen zijn er verschillende soorten wonderen. Enerzijds zijn er wonderen waarbij de samenloop van omstandigheden dermate extreem onwaarschijnlijk is, dat de gebeurtenis door de mens als een interventie van God wordt ervaren. Dit zou volgens Van den Brink het geval zijn bij de doortocht van het volk Israël door de Rode Zee. Anderzijds worden in de Bijbel wonderen beschreven die rechtstreeks tegen natuurwetten in lijken te gaan, zoals lopen op water of de vermenigvuldiging van de broden en vissen door Jezus. Van den Brink noemt dit doorbrekingswonderen, omdat natuurwetten lijken te worden gebroken. Hij betoogt dat deze wonderen ook waar gebeurd zijn en probeert dit voor de hedendaagse mens rationeel aanvaardbaar te maken. Dat hij dat doet, is lovenswaardig. De wijze waarop hij dit doet, is dat minder. Van den Brink noemt C.S. Lewis, maar gaat een weg die tegengesteld is aan die van deze illustere apologeet.

Kijken we eerst naar een citaat van Van den Brink en laten we daarna zien wat Lewis zegt:

”De vraag is echter of deze beschrijving van doorbrekingswonderen correct is. Ze veronderstelt een zogeheten ‘gesloten wereldbeeld’ waarin bij voorbaat geen ruimte is voor goddelijk handelen. Met name C.S. Lewis heeft in zijn bekende boekje over wonderen (Miracles, 1947) laten zien dat de vraag of we al of niet in wonderen kunnen geloven in hoge mate samenhangt met ons wereldbeeld. Wanneer dat ‘open’ is in die zin dat er ruimte is voor goddelijk handelen (zoals dat in de Bijbel het geval is), is er feitelijk geen sprake van een doorbreken van natuurwetten, maar van een gebruikmaken daarvan. Denk maar aan de manier waarop menselijk handelen zich verhoudt tot de natuurwetten. Normaal gesproken valt een bal die ik in de lucht gooi naar beneden tot hij de grond raakt, conform de zwaartekrachtwet. Wanneer ik die bal echter halverwege weer opvang, gebeurt dat niet: de bal blijft een meter boven de grond stil liggen. Is de zwaartekrachtwet nu doorbroken? Gebeurt er iets ‘tegennatuurlijks’? Welnee, de zwaartekracht heeft alleen een ander effect gekregen doordat de opwaartse druk vanuit mijn arm haar tegengaat. Gelovigen gaan ervan uit dat ook God op soortgelijke manieren kan handelen. Natuurwetten worden dan dus niet doorbroken, maar God maakt gebruik van de plasticiteit die ze hebben, net zoals wij dat kunnen doen. Het verschil is alleen dat we daar in het geval van Gods handelen de vinger niet achter kunnen krijgen doordat het zich aan onze waarneming onttrekt. Wetenschappelijk gezien moet in zulke gevallen gesproken worden van een ‘anomalie’, ofwel een gebeurtenis die vanuit onze huidige kennis niet begrepen kan worden. Op zulke anomalieën zijn wetenschappers vaak gestuit. Soms werden ze na verloop van tijd alsnog begrepen (bijvoorbeeld vanuit een nieuw ‘paradigma’), soms ook niet.”

De argumentatie die Van den Brink toepast, is dat God de natuurwetten niet doorbreekt, maar er handiger gebruik van maakt dan wij mensen kunnen begrijpen. Naarmate wij door wetenschappelijke kennis meer van de werkelijkheid gaan begrijpen, gaan we meer zien volgens welke natuurwet ook de verschillende wonderen te verklaren zijn. Daardoor blijven in de loop van de tijd steeds minder wonderen over. Een christen is naar de visie van Van den Brink echter niet afhankelijk van wonderen, want hij ziet achter de natuurwetten ook in de gewone dingen de hand van God. Laten we dit concreet maken. Dan verliep de opstanding van Jezus volgens de natuurwetten. Alleen kennen wij de werking van die natuurwetten nog niet en God kent die wel. Dan volgde het veranderen van water in wijn bij het wonder op de bruiloft de natuurwetten. Die natuurwetten zijn ons echter onbekend. Dezelfde redenatie zien we ook bij Heino Falcke in een video over wonderen bij ForumC. Ook theoloog Reinier Sonneveld lijkt uit hetzelfde vaatje te tappen, als hij bij de presentatie van het kinderboek “Het geheime logboek van topnerd Tycho” zegt, met betrekking tot het wonder van de opstanding van Jezus (dat hij dus wel aanvaardt, maar het wonder van de schepping in zes dagen niet): “Ik zie geen enkel probleem. Het is wetenschappelijk niet bewezen dat iemand niet uit de dood kan opstaan” (Refdag.nl, 2015). De vraag komt naar boven of God naar deze gedachtegang nog wel Almachtig en Vrij is. Immers, kunnen er dan geen natuurwetten zijn, of zullen er dan geen natuurwetten zijn, die zo basaal zijn dat ze zich zelfs door God niet laten manipuleren? Verdwijnt God zo niet uit Jorwerd?

Dit is een verhaal dat tegengesteld is aan het betoog van C. S. Lewis in zijn zeer lezenswaardige boekje over wonderen (Wonderen). Lewis maakt in zijn boek duidelijk dat hoe meer de wetenschap voortschrijdt, hoe wonderlijker en onmogelijker de wonderen worden. In hoofdstuk 8, getiteld ‘Het wonder en de natuurwetten’ beschrijft hij zijn zienswijze. Laten we hem volgen.

Lewis onderscheidt drie verschillende manieren om naar natuurwetten te kijken:
1) “Natuurwetten zijn kale feiten, alleen bekend uit de waarneming en met geen enkele zin of bedoeling in verband te brengen. Wij weten dat de natuur zich zus en zo gedraagt; het waarom weten wij niet en wij zien niet in waarom zij niet het tegenovergestelde zou doen.”
2) “Natuurwetten zijn gemiddelden. De grondslagen van de natuur liggen in het willekeurige en wetteloze; maar we werken met zulke enorme aantallen eenheden dat het gedrag van die massa’s zich met praktisch bruikbare zekerheid berekenen laat. Wat wij ‘onmogelijke dingen’ noemen, zijn dingen die – statistisch gezien- zo geweldig onwaarschijnlijk zijn dat wij er geen rekening mee hoeven te houden.”
3) “Dat de fundamentele natuurkundige wetten werkelijk wat wij noemen ‘noodzakelijke waarheden’ zijn, zoals de waarheden van de wiskunde; met andere woorden: dat wij door maar goed te begrijpen wat wij zeggen, ook zullen inzien dat het tegenovergestelde betekenisloze onzin zou zijn.”

De eerste twee gezichtspunten zijn volgens Lewis duidelijk niet in tegenspraak met de mogelijkheid dat wonderen plaats kunnen vinden. Het eerste gezichtspunt niet omdat daarbij het gegeven dat iets plaatsvindt, geen enkele garantie biedt dat in eenzelfde geval niet iets heel anders plaats zou kunnen vinden. Het tweede gezichtspunt ook niet, omdat dat alleen geldig is als niet aan de natuur gerommeld wordt. Maar bij een wonder wordt er juist op een of andere manier aan de natuur gerommeld. Het derde gezichtspunt is zo op het eerste gezicht moeilijker in overeenstemming te krijgen met de mogelijkheid van wonderen. “Het breken van zulke wetten zou een tegenstrijdigheid zijn en ook de Almachtige zelf kan geen dingen doen die met zichzelf in strijd zijn.” Maar “we zijn (dan) te hard van stapel gelopen” aldus Lewis.

Dan gaat Lewis een voorbeeld gebruiken dat gaat over een biljartspel waarbij het lijkt dat het spel niet volgens de regels van de natuurkunde verloopt, maar waar dat veroorzaakt wordt door een keu waarmee geknoeid is. Het voorbeeld is ongeveer van dezelfde structuur als dat van Van den Brink. “Als nu God tot wonderen overgaat, komt Hij als een dief in de nacht. Het wonder is natuurwetenschappelijk gezien een vorm van gerommel van buitenaf, vervalsing of zo u wilt bedrog. Het brengt een nieuwe factor in het spel, te weten bovennatuurlijke kracht, waarmee de wetenschapsman geen rekening gehouden had.” (Lewis) Het verschil tussen Lewis en Van den Brink is dat volgens Lewis God niet gebruikmaakt van de plasticiteit die de natuurwetten hebben. God brengt een nieuwe factor in het spel. Juist doordat we wetenschap bedrijven, weten we dat het een wonder is. Omdat natuurwetten echter descriptief zijn, en niet prescriptief “is het (…) niet juist om wonderen te typeren als iets wat de natuurwetten breekt. Dat doet het niet.” Als er een wonder gebeurt, dan volgt dat wonderlijke vervolgens trouw de natuurwetten. Het wonder wordt opgenomen in de stroom van oorzaak en gevolg. Van water dat in wijn is veranderd, kun je dronken worden. Brood dat vermenigvuldigd is, voedt de mensen. Een mens die opgewekt is uit de dood, heeft honger. Een wonder is niet zonder oorzaak en ook niet zonder gevolgen. De oorzaak is een daad van God. Het gevolg is de gewoonlijke gang van dat soort dingen door de tijd. De gevolgen van een wonder zijn dus verweven met het vervolg van de geschiedenis. De oorzaak van het wonder ligt echter niet verweven in de historie. Daar ligt een breuk. Daar ligt voor een naturalist, iemand die denkt dat onze werkelijkheid de volledige werkelijkheid is, een probleem. Welk verband heeft het wonder dan wel met de rest van de werkelijkheid? Hier komt Lewis tot prachtige uitspraken. “Het grote samenstel dat natuur heet en het nieuwe bijzondere geval dat door het wonder is ingevoerd, staan met elkaar in verband via hun gemeenschappelijke oorsprong in God.” “Op die manier zijn de wonderen en de voorafgaande natuurgeschiedenis evenzeer met elkaar verweven als welke twee andere realiteiten ook; alleen moet je helemaal tot hun beider Schepper teruggaan om de verweving te vinden. Je zult die niet binnen de natuur vinden.”

Van den Brink plaatst het wonder in het (nog) ongekende natuurlijke. Volgens C.S. Lewis zul je het daar niet vinden, maar in God alleen. Dat is een wereld van verschil.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Gijsbert van den Brink heeft op de website Geloof & Wetenschap van ForumC een artikel geschreven over de vraag of wonderen echt gebeurd zijn of niet. Volgens Van den Brink is dat wel het geval, en hij draagt argumenten aan voor die visie. In zijn ogen zijn er verschillende soorten wonderen.

...
Read more