Wonderen en de natuurwetenschap

by | jun 24, 2021 | Theologie

Uit gesprekken die ik in de afgelopen jaren met medechristenen gehad heb over de Bijbel en soms ook over wetenschap, komt bij mij het beeld op dat er twee manieren zijn waarop belijdende christenen naar wonderen kunnen kijken. Deze zijn beiden valide maar brengen hun eigen gevaren met zich mee.

Eerst iets over wonderen. Men kan verschijnselen op verschillende manieren als een wonder ervaren. Zo kan de geboorte van een kind of een onverwachte genezing van een ernstige ziekte als een wonder worden ervaren terwijl ook de opstanding uit de dood een wonder is. Er is een diepe overeenkomst, namelijk dat beiden het werk van God zijn. Er is daarnaast een diepe verbondenheid tussen wonderen en de natuurlijke gang van zaken. Zo merkt Augustinus op, dat het gegeven dat God elke dag ons van brood voorziet niet minder wonderlijk is, dan hoe Hij de Israëlieten van voedsel voorzag. Maar onze voedselvoorziening vindt dagelijks plaats en dan ervaren we het al snel niet meer als een wonder. Was dit ook niet het probleem met Israël? Ondanks deze eenheid tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijk is er ook verschil. Vanzelfsprekend, dat het ene natuurlijk is en het andere bovennatuurlijk. Het ene maakt deel uit van een waarneembare historische reeks oorzaak en gevolg relaties, terwijl het andere dat pad zomaar kan doorkruisen. Maar ook wonderen kunnen in hun aard van elkaar verschillen. Zo is de geboorte van een kind naar onze ervaring een wonder van een andere categorie dan de opstanding van een mens uit de dood. Het eerste voorbeeld is als feit voor een naturalist aanvaardbaar maar het tweede niet. Zo zouden wonderen in verschillende categorieën kunnen worden in gedeeld. Ik noem er hieronder vier.

De eerste categorie wonderen is dat we iets als een wonder ervaren, terwijl we tegelijk weten dat er sprake was van natuurlijke omstandigheden. Het kan zijn dat er gebeurtenissen optreden, die door de gelovige als een duidelijke blijk van het handelen van God wordt ervaren. Terwijl, als de gebeurtenissen zakelijk worden beschouwd er geen sprake is van een bovennatuurlijke gebeurtenis. Een onverwacht herstel van ziekte bijvoorbeeld of een toch vervulde kinderwens waarbij medische hulp is ingeroepen of een ongeluk dat niet zo ernstig verliep als had kunnen gebeuren. Het kan voor het christelijk geloof belangrijk zijn, dat achter de normale fysieke gang van zaken opgemerkt wordt dat God als uiteindelijke Oorzaak de omstandigheden bestuurt en daarin ook ons persoonlijk niet vergeet. Dit kan het geloof verdiepen en de liefde tot God aanwakkeren.

De tweede categorie wonderen is die waarbij een gebeurtenis optreedt die volgens de natuurlijke wetmatigheden weliswaar mogelijk is, maar die wel uiterst onwaarschijnlijk is. Het kan zo zijn dat ik in geestelijke nood ben en de predikant weet precies op dit moment voor mij het juiste woord te vinden, waardoor de nood wordt opgelost. Het kan zijn dat ik verdwaald ben en ik moet een keuze maken en die ene keuze uit vele duizenden blijkt net die ene goede keuze te zijn, waardoor ik gered word. Dit type wonderen is fysiek niet onmogelijk, maar dat ze plaatsvinden is wel erg onwaarschijnlijk.

De derde categorie wonderen is die waarbij heel duidelijk de invloed van God ervaren wordt; waarin God ons iets laat doen, wat we niet van plan waren, en wat uiteindelijk leidde tot Gods doel. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van John Lennox, waarin hij verhaalt dat hij jaren geleden in een treincoupé plaats wilde nemen waar hij voor betaald had, maar dat “iets” hem tegen hield. Hij werd innerlijk gedwongen in de verkeerde treincoupé plaats te nemen. Even later namen daar ook een aantal atheïstische wetenschappers uit het Oostblok plaats. Ze raakten in gesprek. John Lennox mocht deze wetenschappers in dat gesprek tot God in Christus brengen.

De vierde categorie wonderen is die waarbij fysiek sprake is van een bovennatuurlijke gebeurtenis. Wonderen zoals de Bijbel die ons beschrijft. Mensen die opgewekt worden uit de dood, dieren die twee aan twee naar de ark komen en zo de zondvloed overleven, een pad door de zee. Dergelijke gebeurtenissen zijn niet slechts onwaarschijnlijk, maar gezien de natuurlijke gang van zaken onmogelijk. God parkeert als het ware de natuurlijke gang van zaken en laat iets unieks gebeuren. Dergelijke wonderen treden op in onze natuurlijke werkelijkheid. Dat zorgt ervoor dat bij dergelijke wonderen altijd zowel een bovennatuurlijke als een natuurlijke component aanwezig is. Voordat het wonder plaatsvond, vonden de gebeurtenissen plaats op een natuurlijke wijze, voor mensen wellicht min of meer voorspelbaar en op een wijze zoals die door natuurwetten werd beschreven. Op een of andere wijze was daar een gebeurtenis die deze natuurlijke gang van zaken doorkruiste. Vervolgens ging daarna de natuur gewoon weer zijn gang. Uit de dood opgestane mensen zoals Lazarus moesten slapen, eten en drinken, werden ouder en stierven uiteindelijk weer. Tijdens het wonder zelf was er ook een wonderlijk samengaan van natuurlijke en bovennatuurlijke verschijnselen. Het lichaam van Lazarus dat werd opgewekt, was een lijk, onderhevig aan natuurlijke afbraakprocessen. Dat lijk werd bovennatuurlijk opgewekt, vervolgens was het een natuurlijk levend lichaam. Het water dat in wijn veranderde was natuurlijk water, min of meer zuiver H2O dat bevriest bij 0 ℃ en verdampt bij 100 ℃, de uiteindelijke wijn was goede wijn die de dorst leste en de ziel verkwikte. Het is moeilijk om de grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk scherp te trekken. Dit komt enerzijds doordat de beschrijvingen zoals die in de Bijbel staan, weliswaar concreet zijn, maar ook bepaald niet uitputtend. Ook zijn ze weergegeven vanuit een menselijk waarnemersperspectief.

Ten opzichte van deze categorie wonderen merk ik soms bij medechristenen de neiging om de bovennatuurlijke component te minimaliseren. Als er bij de tocht van de Israëlieten door de woestijn elke ochtend manna valt, dan is er de neiging te bedenken dat dit eten elders door een natuurlijk proces is ontstaan en op een wat wonderlijke manier in de woestijn terecht kwam; dan hadden de kikkers, luizen, hagelstenen, de drie dagen duisternis of de doortocht door de rode zee ergens een natuurlijke oorzaak, maar door een wonderlijke samenloop leidde dit tot de redding van de Israëlieten. En, het moet gezegd worden, dit kan inderdaad zo zijn. Ook de Bijbeltekst kan aanleiding geven om aan natuurlijke oorzaken te denken. Bij de doortocht door de rode zee staat bijvoorbeeld dat er een sterke Oostenwind opstak, die ertoe leidde dat de zeebodem droog viel (Exodus 14). Het is ook een Oostenwind die de sprinkhanen brengt (Exodus 10) en misschien ook wel de kwakkels. Anderzijds zijn er medechristenen die vinden dat je bij een beschrijving van een wonder in de Bijbel niet moet proberen om deze zoveel als mogelijk via natuurlijke mechanismen te verklaren. Dit zou een te sterke aantasting van de geschiedbeschrijving zijn, zoals de Bijbel die geeft. Dan wordt gedacht dat het manna in de woestijn ter plaatse op een wonderlijke manier gevormd is, en dat de muren van water bij de doortocht door de rode zee inderdaad verticaal staande watermassa’s waren door een bovennatuurlijke kracht in stand gehouden tot de laatste Israëliet het pad verlaten had.

In onze opstelling ten opzichte van schepping en evolutie speelt dit verschil in zienswijze ook een rol. In de eerste hoofdstukken van Genesis worden tenslotte verschijnselen beschreven die niet te rijmen zijn met onze huidige natuurwetten. Christenen die de neiging hebben om het bovennatuurlijke te minimaliseren, kunnen in de knel raken bij vragen rond het wonder van de schepping. Bijvoorbeeld door de vraag hoe het kon dat er licht was, en dat er al dagen waren voor de vierde dag, toen de zon geschapen werd. Ook de fysieke gevolgen van de zondeval hebben een bovennatuurlijke component. Wie geneigd is de bovennatuurlijke component in de vloek van de zondeval te minimaliseren heeft meer moeite met de vraag hoe het kon dat roofdieren voor de zondeval geen vleeseters waren. Dan moet men zich hedendaags gebouwde leeuwen voorstellen die gras aten met een op vlees ingerichte anatomie en fysiologie. Ook bij de visie op de zondvloed speelt dit een rol. Christenen die geneigd zijn om de verschijnselen van de zondvloed, het optreden van Noach, de geordende toestroom van de dieren, het overleven van de acht mensen en de dieren in de ark en vervolgens de spreiding van deze dieren niet zozeer als bovennatuurlijke maar als natuurlijke verschijnselen te zien, hebben moeite, om dit in een natuurlijk patroon in te kaderen.

Als we de neiging hebben om zoveel als mogelijk van het wonder middels natuurlijke processen te verklaren, dan kan het verstandig zijn bij onszelf na te gaan, waarom we deze neiging hebben. Het zou kunnen voortkomen uit de wens, de aanstoot van het wonder weg te nemen, en zo anderen ontvankelijker te maken voor het christendom. Of begint men zelf toch al moeite met wonderen te krijgen? Beginnen we zo gefocust te raken op de fysieke wereld, dat de geestelijke wereld zijn betekenis verliest? Begint het materialisme, en naturalisme ons zodanig in de greep te krijgen, dat wonderen voor ons problematisch worden? Dat hoeft natuurlijk niet het geval te zijn. Maar als dit het geval is, dan is het goed dat men zich ervan bewust is. Dan is het goed eveneens te beseffen dat veel verschijnselen in de Bijbel van zo expliciet bovennatuurlijke oorsprong zijn, dat men bij acceptatie van de Bijbel nooit om het bovennatuurlijke heen kan. De Bijbel zal nooit een natuurlijk boek worden.

Christenen, die veel ruimte geven aan het bovennatuurlijke binnen het wonder hebben veel minder moeite met vragen naar wat zich rondom het wonder voltrok. Dan strekte het bovennatuurlijke zich mogelijk ook uit ten opzichte van de verandering van anatomie en fysiologie van dieren met de zondeval of het toestromen van dieren naar de ark, behoud van de dieren in de ark en vervolgens de spreiding van de dieren vanuit de ark. Dan zijn vragen over aantallen dieren in de ark irrelevant geworden. Persoonlijk denk ik dat deze benadering meer recht doet aan de reikwijdte van het handelen van God dan de eerste benadering. Toch heeft ook deze benadering een zwakke plek. Het bovennatuurlijke onttrekt zich aan natuurwetenschappelijk onderzoek. Hoe meer verschijnselen we als bovennatuurlijk classificeren, hoe groter het deel van de werkelijkheid dat we onttrekken aan het domein van wetenschappelijk onderzoek. Het is dan bijvoorbeeld niet mogelijk om natuurwetenschappelijke uitspraken te doen over de schepping, de zondeval of over gebeurtenissen rond de zondvloed. Dat ligt dan principieel voorbij onze kennishorizon. Er zijn medechristenen die dat wellicht niet aanvaarden. Dan helpt het om te beseffen, dat dergelijke wonderen geen schering en inslag zijn. De Bijbel beschrijft een aardhistorie van zo’n 4000 jaar en het aantal wonderen is niet overweldigend groot. Ook als we aannemen dat bij wonderen sprake is van een grote bovennatuurlijke component, zijn in onze werkelijkheid nog genoeg natuurlijke verschijnselen over die het waard zijn wetenschappelijk bestudeerd te worden, om op die wijze God als Schepper en Onderhouder te eren.

M
"

Artikelen

Artikelen