Hierbij reageer ik op het onderwerp biodiversiteit dat de laatste dagen (tweede week van maart 2019) ter sprake kwam op het voorblad over schepping van het Reformatorisch Dagblad.

Dit onderwerp is tegenwoordig vaak in het nieuws als het gaat over bescherming van het milieu. Met name door de diverse milieubewegingen worden we geïnformeerd over soorten die op het punt staan uit onze ecosystemen te verdwijnen of al verdwenen zijn. Het resulteerde in het verleden reeds tot wetgeving over bedreigde dieren- en plantensoorten.

Nu is het inderdaad zo dat er in diverse ecosystemen een kwetsbaar evenwicht is tussen de daar aanwezige populaties. De draagkracht van een ecosysteem is meestal niet afhankelijk van 1 of 2 soorten. Als er echter steeds meer soorten verdwijnen wordt het systeem steeds instabieler en dreigt het over te gaan in een armere structuur die nog kwetsbaarder is. Sommige nog wel aanwezig soorten kunnen zich dan vaak niet langer handhaven, waardoor zo’n ecosysteem verdwijnt, kortom verarming van de natuurlijk omgeving (denk aan het verlies aan insecten).

Maar dit is maar één kant van het verhaal. Aan de andere kant blijkt het aanpassingsvermogen van de natuur veel flexibeler te zijn dan sommige natuurfans ons voorhouden. Dat wordt o.a. duidelijk uit het artikel over natuur in de stad en er zijn meer voorbeelden.

Aandacht voor natuurbehoud is een goede zaak maar laten we niet doorschieten in overdreven regelzucht, alsof wij mensen dit in goede banen moeten leiden. Allerlei menselijke activiteiten tot natuurbehoud of herstel van vroegere omstandigheden, leiden niet zelden tot onwenselijke situaties. Denk aan de Oostvaardersplassen, of het herinvoeren van dieren (bevers, otters ed). Sommige vinden het geweldig dat wolven zich hier weer vestigen, maar let op de reacties zodra er ongelukken van komen.

Nogmaals, het is goed als we ons bewust zijn van de schoonheid van de natuur. Een ieder die zich daarin verdiept zal tot de conclusie komen dat onze Schepper alles met wijsheid heeft gemaakt (Ps. 104:24). Hij heeft in zijn scheppingswerk niet alleen een nauwelijks te bevatten soortenrijkdom gecreëerd, maar ook een enorme flexibiliteit aan herstel- en aanpassingsvermogen. Laten we uit eerbied voor Hem met wijsheid omgaan met de natuur.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Breejen, P. den, 2019, Biodiversiteit, Reformatorisch Dagblad 48 (294): 20-21.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Drs. P. den Breejen was vanaf nov. 1960 tot 1976 werkzaam als analist, aanvankelijk werkte hij mee aan enkele research-projecten van 2 TNO-instituten. Hierna kwam hij in dienst van het pathologisch laboratorium van het academisch ziekenhuis Dijkzigt in Rotterdam, op de afd. elektronenmicroscopie. Daar was hij betrokken bij een onderzoek van dr. W.C. de Bruin, wat resulteerde in zijn proefschrift: “De pathogenese van experimenteel verwekte Atheromatose bij konijnen”. Tijdens dit onderzoek werd veel aandacht besteed aan het zichtbaar maken van celstructuren voor electronenmicroscopische waarneming. Naast zijn werk op dit laboratorium studeerde hij van 1971-1978 biologie (parttime) aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Deze studie werd afgesloten met een doctoraalscriptie over de relatie tussen de buitenmembraam van het Rauscher Leukemie virus en zijn gastheercel. Vanaf aug 1977 tot aug 2006 was hij docent biologie aan de Christelijke Scholengemeenschap “De Lage Waard” voor HAVO en VWO en vanaf 1990 gaf hij daarnaast ook godsdienstlessen. Sinds zijn pensioen verdiept hij zich opnieuw in de moleculaire celbiologie.