Een baby en een dreumes willen graag dingen voelen. Voelervaringen doe je op met je zintuigen. Oei-ik-groei noemt voelen zelfs de essentie in de ontwikkeling van een baby/dreumes.1 Tegenwoordig zie je ook steeds vaker boeken met voelattributen, zoals bijvoorbeeld een getekende ijsbeer met een ‘echte’ ijsberenvacht. Er is ook een voelprentenboek met dinosauriërs. Voel zelf maar!

Het voelprentenboek heeft als titel ‘Zo voelt een dinosaurus’ en is geschreven door Émilie Malandain en Julie Mercier. Oorspronkelijk verscheen het boek in het Frans onder de titel Mes docs à toucher. Les dinosaures. Gelukkig nu ook een Nederlandse versie. Op de voorkant zien wij een Triceratops waar de romp zacht is en aan gevoeld kan worden. We zien geribbelde dino’s, een ‘gevederde’ Microraptor, een Ankylosaurus met een knots van een staart, een Stegosaurus met ruwe rugplaten en harde gladde eierschalen. Genoeg om te voelen dus.

Plaatjes

Bij de plaatjes staat een tekst die gebruikt kan worden om de dreumes voor te lezen. We lezen dat een dino schubben heeft. Dat onderzoekers niet precies weten wat voor een kleur dinosauriërs hadden omdat we alleen de botten gevonden hebben. We zien daarnaast ook de grootte van de dino’s in vergelijking met de mensen. Ze leren ook dat de jongen van de dino’s uit een ei komen. De jonge kinderen leren ook veel dinonamen: Diplodocus, Seismosaurus, Compsognathus, Velociraptor, Microraptor, Parasaurolophus, Iguanodon, Tyrannosaurus, Ankylosaurus, Stegosaurus, Triceratops, Oviraptor en Maiasaurus.

Naturalisme

Helaas gaat die tekst uit van het naturalisme. Dat begint al op de eerste bladzijde. Dinosauriërs zouden lang geleden geleefd hebben (wat klopt), toen er nog geen mensen waren (wat niet klopt vanuit creationistisch perspectief). Daarna zien we vooral feitelijk correcte zaken. Totdat we bij de Microraptor komen. Daar staat: “Met mijn grote vleugels vlieg ik van boom naar boom. Ik lijk op een dino én op een vogel.” De Microraptor is inderdaad een mozaïekvorm met kenmerken van beide groepen. Dit is geen probleem voor het scheppingsparadigma, maar de auteur heeft zo’n gevoel dat er meer mee gezegd wordt dan er staat. De schrijvers van het kinderboek volgen de standaard naturalistische theorie dat dino’s uitgestorven zijn ten gevolge van een meteorietinslag. “Daardoor kwamen er aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en een stofwolk voor de zon. Het werd koud en donker, en de dino’s gingen dood.” Wanneer deze beesten (voor het grootste gedeelte) door het zondvloedgeweld omgekomen zijn dan hebben daar zeker ook vulkaanuitbarstingen en meteorietinslagen een rol gespeeld. Dat is waarschijnlijk niet waar de schrijvers van het boek op doelen.

Conclusie

Een dinovoelboek is een goed idee voor onze jonge kinderen. Helaas gaat dit boek uit van het naturalisme, al staat er gelukkig geen vermelding van miljoenen jaren omdat dreumesen dat toch niet begrijpen. Het zou goed zijn wanneer er een creationistische variant op dit boek geschreven kan worden voor onze jongsten. Wie of welke uitgever pakt die handschoen op?

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘De basisschool op weg naar 2020’ onder leiding van Jan van Meerten.

Voetnoten

  1. https://www.oeiikgroei.nl/spelletjes-voor-de-zintuigen-van-je-baby/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.