‘Voor de uittocht van de Israëlieten uit Egypte kun je geen enkel bewijs vinden,’ zo luidt de overtuiging van veel archeologen. Van uitgesproken atheïsten kun je zo’n bewering verwachten, maar wanneer rabbi’s en dominees in het koor gaan meezingen, wordt het toch wel verwarrend. Voor filmmaker Timothy Mahoney was het reden om naar Egypte af te reizen. Zijn er dan écht geen aanwijzingen voor de uittocht te vinden?

NIEUWSGIERIG?
Geïnteresseerd in meer patronen van bewijs die Mahoney tijdens zijn zoektocht tegen het lijf loopt? Weet Magazine heeft zijn film met Nederlandse ondertiteling op de markt gebracht. Hij is beschikbaar via https://webshop.logos.nl/winkel/producttype/dvds/zoeken-naar-bewijs-exodus/.

Stel nou eens dat de Exodus niet heeft plaatsgevonden. Dat zou dan betekenen dat het jodendom én het christendom gebaseerd zijn op een grote leugen. Die gedachte houdt Timothy Mahoney, een Amerikaanse filmproducent uit Minneapolis, flink bezig als hij besluit op onderzoek te gaan. „Hoe meer ik de Exodus bestudeerde, hoe meer ik de betekenis ervan besefte. Ik wist dat ik dit moest gaan uitzoeken.” Mahoney stapt in het vliegtuig en gaat naar het land waar het volgens de Bijbel allemaal gebeurde: Egypte.

Spraakmakend

De meeste geleerden denken dat de Exodus – als die volgens hen al plaatsvond – tijdens de regeerperiode van farao Ramses II was. Waren de machtige monumenten die hij naliet misschien de bouwsels van zwoegende Hebreeuwse slaven? Op die vraag wil Mahoney antwoord hebben. Hij hoort dat er nieuwe archeologische vondsten zijn gedaan die wijzen op een stad en een volk die in het Bijbelse verslag zouden kunnen passen. Het gaat om vondsten die gedaan zijn bij Avaris. Mahoney bezoekt deze plek en interviewt er egyptoloog Manfred Bietak. Samen met zijn team is hij al meer dan dertig jaar bezig met opgravingen in de Egyptische Nijldelta. Mahoney vraagt Bietak wat hij nu precies heeft blootgelegd. „Een enorme stad van 250 hectare, met een bevolking van ongeveer 25.000 tot 30.000 mensen.” Volgens Bietak waren deze mensen voornamelijk afkomstig uit Kanaän (Syrië-Palestina). „Van oorsprong zijn ze hier wellicht naartoe gekomen als onderdanen van de Egyptische overheid, of met de toestemming van de Egyptische overheid. De stad genoot zoiets als een speciale status. Het was een soort vrije zone.”

Twijfelachtig?

Bietaks relaas past precies in het verslag van Exodus. Daarin staat dat de farao toestemming gaf waardoor de vroege Israëlieten zich vrij konden vestigen in het beste deel van Egypte: Gosen (waar Avaris ligt). Eenmaal op die plek aanbeland vermenigvuldigden ze zich. Maar op Mahoney’s vraag of die vreemdelingen dan misschien de vroege Israëlieten kunnen zijn geweest, antwoordt Bietak ontkennend: „Keer op keer vinden we in dit gebied kuilen met geiten en schapen. We weten dus dat hier herders – waarschijnlijk bedoeïenen – met enorme kuddes rondzwierven. Maar om dit met de proto-Israëlieten te verbinden, is een zeer twijfelachtige zaak.” Als je dat doet ben je volgens Bietak eeuwen te vroeg. De uittocht, als die er in zijn beleving is geweest, zou volgens hem pas eeuwen later hebben plaatsgevonden. Bietak is stellig, en daarvoor heeft hij zijn redenen. Als hij de opgravingen wél accepteert als aanwijzingen voor de aanwezigheid van Israëlieten in Gosen, dan zou zijn hele chronologie – de tijdbalk waarop de gebeurtenissen in de Egyptische geschiedenis plaatsvinden – op de schop moeten.

Wie was de farao?

Het interview met Bietak prikkelt Mahoney’s nieuwsgierigheid. Hoe vast staat de Egyptische chronologie eigenlijk? Om daar achter te komen regelt hij een ontmoeting met één van Amerika’s vooraanstaande egyptologen, Kent Weeks. Desgevraagd schenkt die klare wijn: „De chronologie van Egypte is nog steeds een beetje twijfelachtig. (…) We weten niet precies wanneer de uittocht plaatsvond. Onder Ramses II levert het een mooi plaatje op omdat hij een groot en machtig heerser was. Iedereen kent zijn naam. Hij bouwde fantastische monumenten. Het is aantrekkelijk om hem te kiezen, maar er zijn ook egyptologen die dat niet doen.” Volgens Weeks kan bijna elke farao de farao van de Exodus zijn. „Als we kunnen bewijzen dat er een Exodus is geweest, dan…”

En dus gaat Mahoney op zoek naar meer aanwijzingen voor de uittocht. Daarbij deinst hij er niet voor terug om ook naar een andere tijd of dynastie te kijken. Mahoney’s lijfspreuk is: wetenschappelijk gezien moet je voor alle opvattingen openstaan. Onderzoek het zelf. Als de uittocht echt is gebeurd, moeten er toch patronen van bewijs zijn achtergebleven in de geschiedenis van Egypte? Bepaalde elementen in de geschiedenis zijn immers zo groots…

Andere periode

Mahoney bezoekt egyptoloog David Rohl, die denkt dat veel egyptologen aanwijzingen voor de uittocht hebben gemist, omdat zij ze – net als Bietak – in de verkeerde periode zoeken. De meeste wetenschappers denken dat de gebeurtenissen van Exodus in het Nieuwe Rijk plaatsvonden. Rohl zoekt het in een andere periode: een paar eeuwen eerder, in het vroegere Middenrijk. „Bietak heeft één van de belangrijkste sites opgegraven in de oostelijke delta, de stad Avaris, gelegen in het land dat de Bijbel Gosen noemt. Ik geloof dat dit de plek is waar Jozef en zijn broers woonden. (…) Als Bietak een enorme populatie opgraaft van Semitisch sprekende volkeren met een Semitische cultuur, gedurende een paar honderd jaar, en vervolgens, aan het eind van die periode, vertrekken deze mensen met hun bezittingen en verlaten de stad… dan klinkt dat wel heel erg als de Israëlieten.”

Allemaal toeval?

Rohl zoomt in op Bietaks opgravingen en verduidelijkt zijn standpunt. „In het hart van deze gemeenschap, aan het eind van de twaalfde dynastie, wordt er een Syrisch huis gebouwd. (…) Dit type huizen is ook in Noord-Syrië gevonden, het gebied waar Abraham vandaan kwam. Het is precies de zelfde stijl die je zou verwachten als Jakob voor zichzelf een huis in Egypte zou bouwen. We weten dat de Israëlieten hun vrouwen in de regio van Haran (Noord-Syrië, -red) zochten. Ze gingen allemaal terug om hun bruiden daar vandaan te halen. Dus de cultuur die in Egypte opduikt, aan het eind van de twaalfde dynastie, lijkt oorspronkelijk uit Noord-Syrië te zijn gekomen.” Maar wat is dan het verband met Jozef? „Dit huis van Jakob, als we het zo mogen noemen, is uiteindelijk afgebroken. Er bovenop wordt een paleis gebouwd met een Egyptische architectuur. Maar de bewoners waren niet Egyptisch.” Het paleis heeft binnenplaatsen, colonnades, publieke ruimtes. Er is zelfs een speciale kleedkamer. „Het huis was daarom vrijwel zeker van een hoge, belangrijke staatsambtenaar. Als iemand een paleis als dit krijgt, dan betekent dat een eerbetoon voor zijn bewezen diensten voor die staat.” In de tuin achter het paleis vinden de archeologen twaalf belangrijke graven, met kapellen erbovenop. Het zijn twaalf graven. „Wat wil dat zeggen?” vraagt Mahoney aan Rohl. Het antwoord luidt: „Denk eens na, hoeveel zonen had Jakob?” „Twaalf.” „En hoeveel stammen waren er?” „Twaalf.” „Precies!”

Twaalf, twaalf, twaalf

Rohl gaat verder: „Ook verbazingwekkend is dat het paleis een gevel, een zuilengalerij, had met twaalf pilaren. Er zijn dus twaalf zonen, twaalf stammen, twaalf pilaren en twaalf graftombes… Is dat allemaal toeval?” De vraag stellen is hem beantwoorden. Dat doet Rohl dan ook: „Eén van deze twaalf graven is heel bijzonder. Het is een tombe in de vorm van een piramide. Dat is buitengewoon omdat alleen de farao en koninginnen in deze periode piramidevormige tombes hadden. Maar de persoon die in deze tombe is begraven, was geen koning. Toch werd hij geëerd met de begrafenis van een koning.” In de kapel van de tombe vond Bietak een standbeeld, van een man met rood haar en een bleke huid. Ook dat is uitzonderlijk. „Op die manier beeldden Egyptenaren noorderlingen uit. Ook heeft de man een werpstok over zijn schouder; een uniek ambtssymbool, gemaakt voor deze Aziatische ambtenaar, wonend in het land Gosen. En op de achterkant van zijn schouder zie je de vage resten van verf; gekleurde strepen van een veelkleurige jas.” De oplettende Bijbellezer herkent hierin details uit de geschiedenis van Jozef. De veelkleurige mantel is een geschenk waaruit blijkt dat hij de favoriet is van zijn vader Jakob. Rohl: „Dit soort standbeelden van een Semiet kun je in Egypte verder niet vinden.”

Ongelooflijk

Met nieuwe aanknopingspunten op zak zet Mahoney zijn zoektocht voort. Hij spreekt met egyptoloog Charles Aling en bevraagt hem over Bietaks opmerkelijke vondsten. „Is dit Jozef?” vraagt hij Aling op de man af. Alings antwoord ligt in het verlengde van wat Rohl zegt: „Of het is Jozef, of het is iemand die een carrière heeft die opmerkelijk vergelijkbaar is met die van Jozef. Het is gewoon ongelooflijk om dit in deze tijdsperiode te vinden!”

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Demoed, J.F.A., 2016, Zoeken naar bewijs. Een filmmaker gaat op onderzoek in Egypte, Weet 39: 38-41 (artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.