Een artikel dat we publiceerden in het Journal of Creation heeft wat sneren van Leon van den Berg opgeleverd. Maar snijdt zijn commentaar hout? We denken van niet.

Brosse breuk overburden

Wij bepleiten dat de sedimentaire afzettingen op het zout synchroon met het omhoogkomen van de pijler zijn verplaatst. En dat dit enkel mogelijk was indien het zout én de sedimenten gelijktijdig in vloeibare fase waren. Dit wordt bekritiseerd door te wijzen op breuklijnen, die aantonen dat tenminste de sedimenten niet vloeibaar waren.

Figuur 1: De onder Zuidwending (NL) gepositioneerde zoutpijler, bedolven onder sedimentaire, uit water afgezette, lagen (=overburden). Deze pijler heeft bij de ongeveer 2,5 kilometer opwaartse beweging de overburden versmeerd. Bovendien is de overburden zijdelings weggestroomd om plaats te maken voor de ettelijke kubieke kilometers zout.

Inderdaad worden er veel brosse breuken waargenomen in sedimentair gesteente boven zoutpijlers. Echter zijn dat meestal kleine breuken met een verticaal verzet van hoogstens enkele tientallen meters. Terwijl de pijlers eronder vele kilometers omhoog in de overburden zijn doorgedrongen. Figuur 1 toont dat de overburden over de kilometerslange weg is uitgesmeerd en opgestuwd tegen de wanden van de pijler. Versmering van vast gesteente is uiteraard onmogelijk. Dit toont aan dat het vloeibare modder betrof toen de zoutpijler omhoog kwam.

De brosse breuken dekken dus bij lange na niet de afgelegde weg. Het zijn breuken in de marge, gevormd na uitharding van de modder waarin de stollende pijler zich bevond. De hitte van de pijler veroorzaakte de uitharding van de modderige klei tot gesteente. Iedere volgende vormverandering van de pijler door extra erupties of door thermische krimp leidde daarna tot breuken. De krimp door afkoeling is overigens aanzienlijk, aangezien de dichtheid van de vloeibare zoutmagma slechts 1800 kg/m³ is, terwijl het in vaste vorm een dichtheid verkrijgt van gemiddeld 2350 kg/m³.

Er zijn ons ook grotere breuken in overburdens bekend bij zoutpijlers. Daar is ons onderzoek niet op ingegaan, echter zien we ook dan dat de overburden enorme plastische vervormingen in opwaartse richting heeft ondergaan. Bijvoorbeeld meerdere lagen die gezamenlijk een kwart cirkelboog omhoog vormen. Dat duidt nog altijd op kneedbare modder die niet versteend was ten tijde van de vervorming.

Geologische tijdschaal

De fossielhoudende zondvloedafzettingen worden door seculiere geologen geïnterpreteerd als ruim een half miljard jaar geologische geschiedenis. De vulkanische zoutformaties komen in alle geïnterpreteerde ouderdommen van Precambrium tot Kenozoïcum voor. Al deze zoutformaties zijn het gevolg van vulkanische injecties van zoutmagma in zondvloedmodder.

Kruip in de zoutlaag

Experimenten met krankzinnig hoge drukverschillen op kleine zoutstaafjes laten inderdaad een zeer langzame en kleine plastische vervorming zien. Die vervorming wordt verklaard door het begrip ‘kruip’. Maar in werkelijkheid zijn de drukverschillen over een zoutformatie verwaarloosbaar klein, als de afmetingen worden meegerekend (zie figuur 2). Terwijl de benodigde verplaatsingen zeer groot zijn.

Leon van den Berg schrijft over ons onderzoek: “Zij menen Chris Spiers (hoogleraar in de experimentele gesteente-deformatie) en Janos Urai (hoogleraar in de structurele geologie en gesteentemechanica) te kunnen corrigeren”. Inderdaad zijn we niet onder de indruk van hun onderzoeken.

Hun proefconfiguratie is volkomen tegengesteld aan hun verklaringsmodel. In hun proefopzet wordt een zoutpijler als het ware terug geperst in de zoutlaag. Ze moeten echter laten zien hoe een zoutlaag met een diameter van 50 km en een dikte van 1 km onder de druk van de bovenliggende lagen naar het centrum verplaatst en daar een pijler vormt van meerdere kilometers hoog.

Hun testconfiguratie is fout en hun conclusies idem dito. De bewering dat kruip verklarend is voor verplaatsingen over 25 km horizontaal gevolgd door kilometers omhoog, is onzin. Deze verplaatsingen zijn niet in vaste maar in vloeibare toestand tot stand gekomen. Dit hebben wij in ons onderzoek, met daarbij nog andere argumenten, onderbouwd.

Regionale extensie

Figuur 3: Het reguliere model vereist dat de overburden uiteen wordt getrokken door een externe kracht. Daardoor ontstaan drukverschillen die het onderliggende zout als tandpasta in de scheur omhoog persen. Gedurende de pijlervorming wordt de + 50 km brede doorsnede wijder met de dikte van de zoutpijler. Het gehele proces vindt continue plaats onder het water dat de toenemende laag sediment levert.

De huidige visie op zout tektoniek is dat regionale extensie het oprijzen van de pijler initieert (fase b in figuur 3). De overburden wordt daarbij alzijdig weggetrokken om in het midden een cilindrisch gat (of een breuk) te realiseren. Maar…, dat betreft het opzij bewegen van een gedeeltelijk geconsolideerde modderlaag gedurende miljoenen jaren over een zoutlaag die tegelijkertijd in tegenovergestelde richting beweegt. De overburden legt daarbij een of meer kilometers in de ene richting af, terwijl de zoutlaag zo’n 25 km in de andere richting beweegt. Tegelijkertijd is de modderlaag stevig gefundeerd en gefixeerd op diezelfde zoutlaag. Ra, ra, hoe kan dat? Welke kracht trekt die bovenlaag van het zout af? Kun je eigenlijk trekken aan sedimentair gesteente en 25 kilometer verderop een scheur veroorzaken? Is die modderlaag sterk genoeg om de trekkracht door te geven? Nee dus. En hoe zit het bij meerdere zoutruggen op rij? Dan zullen de diverse opzij getrokken overburdens met elkaar in botsing komen. Ook dat gaat niet werken. De veronderstelde regionale extensie in de overburden als oorzaak van reactive diapirisme is dus lariekoek!

NB: merk ook op dat de sedimentlagen in het seculiere model (figuur 3e) bij de pijler neerwaarts zijn afgebogen, terwijl ze opwaarts uitgesmeerd worden aangetroffen (figuur 1). Alweer een misser van de seculiere modelmakers.

Referenties

1. https://logos.nl/zoutmagma-gestold-in-interactie-met-modder/
2. Stef J. Heerema; Gert-Jan H.A. van Heugten; Salt Magma and Sediments Interfingered; Journal of Creation 32(2) 2018; p. 118-123
3. http://www.sterrenstof.info/2807-2/#more-2807

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Stef Heerema

Written by en

Stef Heerema doet sinds 2006 structureel onderzoek naar het ontstaan van zoutformaties en ijstijd verschijnselen. Zijn eerste wetenschappelijke publicatie dateert van 2009. Hij is lid van de Nederlandse Geologische Vereniging en van het Koninklijk Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap. Stef Heerema heeft nieuwe ontdekkingen gedaan over het ontstaan van de zoutlagen onder Noord-Nederland en ontdekte hoe de Bijbelse zondvloed hierdoor wordt bevestigd.