Onlangs werd mij gevraagd of ik de lezing van Dr. John Walton ‘Genesis lezen met oude ogen’ wilde bekijken en er feedback op geven. Walton was recent in de Fraser Valley van Brits Colombia en gaf daar deze lezing en ik heb begrepen dat er verscheidene CanadeesGereformeerde mensen aanwezig waren. Walton’s benadering van Genesis 1 wekt belangstelling. Sommigen vinden zijn argumenten indringend. Daarom en ook omdat de vraag naar de oorsprong van het leven in onze kerken onderwerp van discussie vormt, vond ik het de moeite waard deze lezing te bekijken en mijn mening erover te delen. Ik ga niet op alles in wat hij zei, maar stip wat kernpunten aan die bij mij zorgen baren.

The_Lost_World_of_Genesis_one.amazon

“Walton’s benadering van Genesis 1 wekt belangstelling. Sommigen vinden zijn argumenten indringend. Daarom en ook omdat de vraag naar de oorsprong van het leven in onze kerken onderwerp van discussie vormt, vond ik het de moeite waard deze lezing te bekijken en mijn mening erover te delen.”

Allereerst, wie is Dr. John Walton? Hij is professor Oude Testament aan het Wheaton College. Hij geeft al sinds 2001 colleges op Wheaton en heeft veel boeken en artikelen geschreven, o.a. The Lost World of Genesis One: Ancient Cosmology and the Origins Debate. Bovendien is hij lid van de Raad van Adviseurs van BioLogos. Voor het geval u met deze organisatie niet bekend mocht zijn, kunt u hier lezen wat zij geloven. BioLogos is vast overtuigd van theïstische evolutie en promoot die:

“Wij geloven dat God het heelal, de aarde en alles wat leeft in de loop van miljarden jaren heeft geschapen. Wij geloven dat de diversiteit en verwantschap van alle leven op aarde het best worden verklaard met een door God geleid evolutieproces vanuit een gemeenschappelijke afstamming”

‘pushen’ (benadrukken). Zijn doel is eenvoudig de Bijbel goed te lezen. Dit is een loffelijke zaak. Dat willen we allemaal. Maar de vraag is: slaagt Walton erin om Genesis 1 goed te lezen? Zoals ik al zei, geef ik hier geen puntsgewijze recensie van de lezing. Daarom zal ik niet alles bespreken maar er slechts drie hoofdproblemen uitlichten.

Eerst een subtiel probleem dat met het uitgangspunt te maken heeft. Laat me eerst vaststellen wat ons uitgangspunt behoort te zijn wanneer we te maken hebben met vragen hoe we de Bijbel moeten lezen. Eenvoudig gezegd: we moeten met de Bijbel zelf beginnen. We gaan naar de Bijbel om te leren hóe we de Bijbel goed lezen. Een paar punten staan hiermee in verband. Daar God de auteur van de Schrift is, bezit de Bijbel een intrinsieke eenheid. Daardoor kunnen en moeten we de hele Bijbel gebruiken om de Bijbel te begrijpen. Onze interpretatieprincipes behoren we uit de Bijbel zélf te halen. Wanneer we dat nu doen, blijkt dat God de voornaamste auteur is (2 Timoteüs 3:16-17 en 2 Petrus 1:21) waarbij Hij zijn Woord gaf door middel van mensen. Toch moeten we vasthouden dat het Goddelijke boven het menselijke staat als het om de Bijbel gaat. Om hier niet een te lang verhaal van te maken, zal ik niet uitweiden over een Bijbelse methode van Bijbelverklaring. Degenen die hier meer over wensen te lezen kunnen het beste beginnen met de samenvatting van dr. Seakle Greijdanus: Schriftbeginselen ter Schriftverklaring. Voor een wat uitgebreidere bespreking in het Engels, zou ik Graeme Goldsworthy’s Gospel-Centered Hermeneutics willen aanbevelen. Helaas lijkt dit niet de benadering van Walton te zijn. Zijn eerste dia in de lezing met het daarbij gegeven commentaar brengt me tot die conclusie. Eén van de speerpunten op die dia is “Gezag berust bij de auteur”. Toen ik dat voor het eerst zag, vond ik dat een orthodoxe verklaring. Als God de auteur van de Schrift is, dan berust het gezag zeker bij deze auteur. Maar Walton zei, “Het gezag van de Schrift berust bij de menselijke auteurs”. Waar leert de Bijbel dit over zichzelf? Dit is geen goed uitgangspunt. In het hele vervolg van de lezing behandelt Walton in wezen Genesis 1 zoals elke andere klassieke tekst uit het Nabije Oosten namelijk als een menselijke tekst die een Goddelijke boodschap uitdraagt, in plaats van een tekst die allereerst is geïnspireerd door de Heilige Geest die de hele Schrift heeft geïnspireerd. Als gevolg hiervan geeft Walton géén aandacht aan de benadering van Genesis 1 in het Nieuwe Testament. Genesis 1 wordt door onze Here Jezus in Mattheüs 19:4 genoemd en ook door Paulus in 1 Timoteüs 2. Hoe wordt Genesis 1 in die teksten beschouwd? Moeten we niet Schrift met Schrift vergelijken? In plaats daarvan lijkt het me dat Walton de Bijbel op een menselijke manier benadert. Zo’n invalshoek is gevaarlijk en zal onvermijdelijk tot verkeerde conclusies leiden.

lake-430508_1280

“De bedoeling van de Schrift is toegankelijk, zelfs voor hen die geen achtergrond in Oude Nabije Oosten studies of de Hebreeuwse taal hebben.”

Mijn tweede punt bouwt verder op dit eerste punt. De Gereformeerde theologie leert dat de Schrift verschillende eigenschappen bezit. Eén hiervan is helderheid. Sommigen spreken van ‘doorzichtigheid’ van de Schrift. De Schrift is een lamp voor onze voeten – zij verspreidt licht (Psalm 119:105 en 130). De bedoeling van de Schrift is toegankelijk, zelfs voor hen die geen achtergrond in Oude Nabije Oosten studies of de Hebreeuwse taal hebben. Paulus verwijst naar de geschiedenis van het nalatige Israël in de woestijn zoals die in de Pentateuch beschreven is, omdat die “werd opgetekend als waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is” (1 Corinthe 10:11). Die door de Geest geïnspireerde woorden werden aan de Christenen in Korinthe geschreven, van wie sommigen misschien Joden zullen zijn geweest, maar velen waren dat niet. Toch verwachtte Paulus dat het Woord ook voor de Christenen te Korinthe duidelijk was omdat hij begreep dat het boek Exodus, hoewel honderden jaren eerder geschreven, Gods bedoeling duidelijk weergaf. Walton’s benadering compromitteert de helderheid van de Schrift. Met zijn hypothese hebben hedendaagse Christenen eigenlijk een achtergrond van studies van het klassieke Nabije Oosten nodig vóór zij de boodschap van Genesis 1 kunnen begrijpen. In feite zou de kerk met deze benadering van Walton al eeuwen in het duister hebben getast tót deze studies plaatsvonden en licht lieten schijnen op wat daarvoor in het duister lag. Maar er staat een eenvoudige en duidelijke boodschap in Genesis 1 en we moeten academici niet toestaan om duisternis voor te stellen waar God licht heeft gegeven. Ja, er staan moeilijke teksten in de Schrift en de leer van de ‘doorzichtigheid’ ontkent dat niet, zie wat de Schrift zelf zegt in 2 Petrus 3:16. Echter, in historisch opzicht werd Genesis 1 niet als een moeilijke tekst beschouwd. Wanneer men het hoofdstuk in de context van de hele Bijbel leest (en de Schrift de Schrift laat uitleggen), dan is wat er gezegd wordt zo duidelijk dat een kind het kan begrijpen. Het werd alleen een moeilijke tekst door de vraagtekens die er door ongelovige wetenschappers bij werden gezet.

adam_en_eva_in_de_hof_van_eden_door_peter_wenzel

“God heeft hemel en aarde en alle schepselen uit niet (vanuit niet-materie naar materie) geschapen en Hij heeft aan ieder schepsel niet alleen zijn “wezen, gestalte en vorm” gegeven, maar ook aan ieder schepsel “zijn specifieke taak en functie om zijn Schepper te dienen”.”

Mijn derde punt gaat meer direct in op de door Walton voorgestelde manier van lezen van Genesis 1. Walton vindt dat Genesis 1 in termen van functionele ontologie (leer van het zijn/bestaan) spreekt. Hij redeneert dat in de wereld van het Oude Nabije Oosten dingen ontstaan door hun functie. Genesis 1 beschrijft daarom niet de schepping van de materie, maar het nemen en ordenen ervan om het (vervolgens) in werking te stellen. Mijn antwoord hierop is allereerst dat Walton hier een vals dilemma tussen ‘materieel’ en ‘functioneel’ lijkt te creëren. Hoewel ik hier nu zelf tegenaan liep, merkte ik na wat onderzoek dat ik niet de eerste ben die dit probleem onderkende.1 Waarom kunnen niet beide, materiële en functionele schepping in Genesis 1 zijn beschreven? Ik vind dat als we Schrift met Schrift verklaren dit onze conclusie zou moeten zijn. Ik zie niet in dat de functionaliteit die in Genesis 1 wordt beschreven, de materíële zijde of ook de historiciteit ervan als een verslag van wat werkelijk in die zes dagen is gebeurd, uitsluit. Interessant is dat we deze “zowel…als” benadering ook in artikel 12 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis vinden. God heeft hemel en aarde en alle schepselen uit niet (vanuit niet-materie naar materie) geschapen en Hij heeft aan ieder schepsel niet alleen zijn “wezen, gestalte en vorm” gegeven, maar ook aan ieder schepsel “zijn specifieke taak en functie om zijn Schepper te dienen”. In samenhang met het hiervoor genoemde valse dilemma legt Walton voor zijn standpunt een te zware nadruk op het Hebreeuwse werkwoord ’bara’ (formeren). Hij argumenteert dat het werkwoord altijd in de Schrift wordt gebruikt om naar niet-materiële zaken in de natuur te verwijzen. Hij zegt: “Niets wat van materie is wordt aangeduid met ‘bara’”. Maar zelfs op zijn dia die dit werkwoord bespreekt, staan materiële zaken in de natuur. Bijvoorbeeld mannelijke en vrouwelijke mensen. Mensen hebben een materiële natuur en zij werden geschapen uit materie: stof. Lezers hoeven dat maar niet op mijn gezag aan te nemen. Eén van de vooraanstaande woordenboeken van het Oude Testament zegt:

Hoewel br’ niet voorkomt met vermelding van het materiaal waaruit iets is geschapen, wordt het regelmatig geplaatst bij werkwoorden die dat wel doen (bijv. Genesis 1:26-27; 2:7,19; Jesaja 45:18; Amos 4:13). Van nog meer betekenis is dat br’ wordt gebruikt voor zaken die voortkomen uit reeds bestaand materiaal: bijv. een nieuwe generatie dieren of mensen, of een ’rein hart’. (Psalm 104:29-30; 102:18[19]; 51:10[12]; vgl. 1 Korinthe 4:6). (New International Dictionary of Old Testament Theology and Exegesis NIDOTTE, 1.731).

Zo geeft NIDOTTE dus aan dat Walton’s standpunt in feite “enigszins misleidend” is.

Ik zou nog veel meer naar voren kunnen brengen, maar ik denk dat wat ik verder ook zou willen zeggen, waarschijnlijk al beter door anderen is gezegd. Laat mij mogen concluderen dat de opvatting van Walton parallel loopt met de benadering van Genesis 1 en 2 in de kader hypothese. Onlangs heb ik het boek van de ERQ predikant Paulin Bédard “In Six Days God Created” gerecenseerd.2 Hij geeft een kritische bespreking van nog veel andere zaken, die ik niet heb aangestipt, hoewel hij Walton niet rechtstreeks bespreekt. Dit boek beveel ik van harte aan! In tegenstelling tot John Walton neemt Paul Bédard de Bijbel serieus op zijn eigen condities – dat is hoe we de Bijbel goed lezen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van en vertaald door www.eeninwaarheid.info. Het originele stuk is hier te vinden.

Voetnoten

  1. https://world.wng.org/2009/08/appearances_matter
  2. U kunt mijn recensie hier vinden en het boek hier bestellen.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. W. Bredenhof is predikant in de Free Reformed Church te Launcheston (Tasmanië).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over