Het fruitvliegje Drosophila melanogaster wordt sinds 1908 als modelorganisme voor de genetica gebruikt. Meer dan 3000 mutaties daarvan zijn tot op heden beschreven. Tot op heden is echter nog nooit een ontwikkeling tot een nieuw voordelig bouwplan vastgesteld.

Drosophila_melanogaster_-_side_(aka).wikipedia

Sinds meer dan 100 jaar gebruiken biologen het kleine fruitvliegje Drosophila en hebben ze er intussen duizenden experimenten mee uitgevoerd om de erfelijkheidswetten te onderzoeken.1 In het practicum werken biologie-studenten met fruitvliegen, waarbij zij proberen, nieuwe varianten te kweken, door verschillende fruitvliegsoorten met elkaar te kruisen. Er zijn momenteel duizenden publicaties over het fruitvliegje. Het is het schepsel bij voorkeur om de evolutiegenetica te onderzoeken. Men gebruikt het, omdat het genetisch eenvoudig is opgebouwd en in het laboratorium gemakkelijk kan worden geteeld. Bovendien heeft het vier paren van eenvoudig waar te nemen chromosomen met “slechts” 13.000 genen. In maart 2000 beschikte men over het volledige genoom van het fruitvliegje.2

Kunstmatig verwekte mutaties

Met röntgenstraling is men in staat in het laboratorium kunstmatige mutaties te veroorzaken. Op deze wijze zijn bijvoorbeeld abnormale vleugelvormen, kleurige ogen, enzovoorts ontstaan. Maar ondanks ontelbare mutaties en intelligente menselijke selectie is nooit een nieuwe levensvorm ontstaan. De evolutionist Pierre-P. Grassé moest vaststellen: “De fruitvlieg, het meest geliefde onderzoeksobject van genetici, waarvan men de geografische, biotopische, stedelijke en landelijke soorten door en door kent, schijnt sinds de oertijd dezelfde te zijn gebleven”.3

Aanpassing aan een droger klimaat

Ary Hoffmann is directeur van het centrum voor omgevingsstress en aanpassingsonderzoek aan de La Trobe Universiteit in Melbourne (Australië). Hij wilde weten, of de Australische fruitvlieg (Drosophila Birchii) zich kan aanpassen aan een droger klimaat. In meerdere experimenten werd een groep vliegen aan een zeer droog klimaat blootgesteld, zodat 90 % van hen stierven. De overlevenden heeft hij verder gekweekt en nogmaals aan de droogte blootgesteld, tot wederom 90 % van hen stierven.

Dit heeft hij gedurende meer dan 30 generaties herhaald. De verwachting, dat deze vliegen zich aan een een steeds droger klimaat zouden kunnen aanpassen, werd echter niet vervuld.4 Hoffmann en zijn team zijn tamelijk snel op de grenzen van het aanpassingsvermogen van deze vliegensoort gestoten. Indien het tropische klimaat, waarin zich deze fruitvliegen ophouden, nu werkelijk droger zou worden, dan mag men ervan uitgaan, dat zij zullen uitsterven.

Voetnoten

  1. Sherwin, Frank, Fruit Flies in the Face of Macroevolution, Acts and Facts 35/1, Januari 2006, blz. 5.
  2. Mark D. Adams et al., The Genome Sequence of Drosophila melanogaster, Science 287, 24 maart 2000, blz. 2185-2195.
  3. Pierre-P. Grassé, Evolution of living Organisms, New York: Acad. Press, 1977, blz. 130.
  4. Terry Lane und Ary Hoffmann in Radio National, The International Interest, http://www.abc.net.au/rn/talks/natint/stories/s911112.htm

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

4 Comments

Jente

‘Maar ondanks ontelbare mutaties en intelligente menselijke selectie is nooit een nieuwe levensvorm ontstaan”

Dit [is een onjuiste weergave] (…) van hoe evolutie werkt. Je kan geen nieuwe levensvorm maken met enkele mutaties. Het proces duurt miljoenen jaren en duizenden mutaties. Daarnaast is soortvorming zeer goed bestudeerd bij fruitvliegjes (zie het werk van Jerry Coyne en Allen Orr). De genetische basis van reproductieve isolatie is welbekend.

Ook op basis van één enkele studie (naar adaptatie aan een droger klimaat) besluiten dat deze vliegjes niet zouden evolueren, is te kort door de bocht. Zoals er ook te lezen staat in dit artikel: “Er zijn momenteel duizenden publicaties over het fruitvliegje.” Uit deze duizenden studies diegene selecteren die het creationisme zouden ondersteunen, [geeft een onjuist beeld].

Reply
Maikel

“Indien het tropische klimaat, waarin zich deze fruitvliegen ophouden, nu werkelijk droger zou worden, dan mag men ervan uitgaan, dat zij zullen uitsterven.”

Hoe kan dit geconcludeerd worden uit het genoemde onderzoek, waarin fruitvliegjes in een onderzoeksomgeving aan een “zeer droog” klimaat werden blootgesteld? Een tropisch klimaat is per definitie een niet-droog klimaat en het verschil met het klimaat uit het onderzoek is m.i. veel te groot om dit zonder nader onderzoek te concluderen. [Zie:] https://nl.wikipedia.org/wiki/Tropisch_klimaat

Reply
Peter

Laat ik eerst even de informatie corrigeren: Drosophila melanogaster heeft omstreeks 175 miljoen basepaar en 19296 genen volgens Flybase (http://flybase.org/); er waren in 1967 3000 mutanten bekend, allemaal gescoord op uiterlijk. Er zijn een 1500 soorten Drosophila bekend; de soort Drosophila melanogaster is het standaard laboratoriumvliegje. Vrijwel geen enkele Drosophilasoort kan kruisen met een andere soort. “Nieuwe varianten kweken, door verschillende fruitvliegsoorten met elkaar te kruisen”, zoals in de stelling staat, kan niet. Wat is het punt van de stelling? Is het punt dat “nooit een ontwikkeling tot een nieuw voordelig bouwplan” is vastgesteld? Dan had er moeten staan wat onder ‘voordelig’ en onder ‘bouwplan’ verstaan wordt. Is het punt dat niet alle selectie op elke eigenschap werkt? Klopt, maar dat heeft niemand ook beweerd. De website onder noot 4 bestaat niet meer, en daarmee is het onduidelijk over welk onderzoek dit zou gaan. Is het punt dat er geen nieuwe eigenschappen bij Drosophila melanogaster ontstaan? Dan is het onjuist. Drosophila melanogaster komt oorspronkelijk uit tropisch Afrika, en is met de mens meegegaan naar de andere continenten. Alcohol komt in de natuur voor in gistende vruchten, en heel veel in vruchtensap dat gist als gevolg van de bedrijvigheid van de mens. Selectie voor de jonge alcoholdehydrogenase variant met hogere enzymactiviteit is heel recent. Bij de uitbreiding naar het noorden toe heeft Drosophila melanogaster ook de mogelijkheid van diapause – ‘winterslaap’ – door mutatie en selectie verkregen. Diapauze is niet aanwezig in tropische vliegen. In Noord-Amerika is er een geleidelijke toename van zuid naar noord van de genetische mogelijkheid voor diapauze: tot 90% van de noordelijke vliegen kunnen in diapauze gaan.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over