Mensen en chimpansees zijn niet 99% identiek!

door | 10 juli 2026 | 02. Creationisme, Evolutie van de mens

Mensen en chimpansees zijn níet voor 99% identiek aan elkaar, in tegenstelling tot wat ons al 40 jaar lang wordt voorgehouden. De echte verschillen zijn 15 keer groter dan de inmiddels achterhaalde evolutionaire gissingen. Recent onderzoek is de laatste spijker in de doodskist voor het idee van menselijke evolutie.

De eerste schattingen van de genetische overeenkomst tussen mensen en chimpansees werden gedaan in de jaren 1970. Onderzoekers vermengden het DNA van de twee soorten, om het vervolgens herhaaldelijk op te warmen en af te koelen in een reageerbuis. Door licht door de reageerbuis te zenden werd er een schatting gemaakt van de hoeveelheid DNA-uitlijning, op basis van hoe troebel de oplossing werd bij verschillende temperaturen. Uit deze proeven kwamen de eerste beweringen van “98 tot 99%” overeenkomst.1 John Ahlguist, wie we hebben geïnterviewd in Creation magazine, was één van de hoofd-onderzoekers bij dat project. Hij realiseerde zich dat het probleem met deze methode is dat het alleen het DNA meet dat wil uitlijnen. Er kunnen gigantische gebieden van ongelijk DNA bestaan, en die konden ze hiermee niet waarnemen.2

Chimpanzee People

ID 306589876 | Chimpanzee People © Serghei Starus | Dreamstime.com

De meeste evolutionisten namen de “98 tot 99%” simpelweg aan, zonder vragen te stellen. Sindsdien is dat getal talloze keren uitgezonden via praktisch alle media platforms. De enige serieuze uitdaging kwam vanuit de creatonistische gemeenschap3, met slechts af en toe een toegeving van de evolutionaire kant. In één zo’n geval erkende de auteur de “mythe van de 1%” en zei dat het werkelijke getal veel kleiner is.4

De zaak leek voor lange tijd in cirkels te draaien, totdat evolutionair bioloog dr. Richard Buggs in 2018 een blogbericht schreef waarin hij concludeerde dat minder dan 85% van het genoom van mens en chimpansee letter-voor-letter overeenkomt.5 Dit was gebaseerd op een onderzoeksartikel dat hij op het punt stond te publiceren met een van zijn kersverse promovendi, Josiah Seaman6. Het artikel leek op een overeenkomst van 96.6% te wijzen, maar dat getal kon alleen worden verkregen door het weglaten van de centromeren, telomeren, alle variaties in het aantal kopieën, zo’n 300.000 kleine toevoegingen en verwijderingen (goed voor ongeveer 2 miljoen letters in elk genoom), en nog een extra percentage van DNA dat weerstand bood tegen uitlijning (zie noot 24). Ja, mensen en chimpansees hebben een groot deel van hun DNA gemeenschappelijk. Maar wanneer je het materiaal dat ze niet met elkaar delen meerekent, dan keldert het percentage significant, tot in het lage 80% bereik.

Nieuw onderzoek met complete gegevens

Al het voorgaande werk (door Ahlguist, Tomkins, Buggs, etc.) was gebaseerd op incomplete sequentiebepaling. Tot aan de zomer van 2023 hadden we nog geen volledige sequentie van het menselijke genoom7, laat staan een hoge kwaliteit sequentie van die van de chimpansee. Het is zelfs zo dat de vroege versies van het chimpansee genoom waren opgebouwd aan de hand van een steiger van het menselijk genoom. Daardoor leek die automatisch meer op dat van een mens. Maar nu heeft een belangrijk nieuw onderzoek het genoom van elke grote aap in kaart gebracht, en dat van zeer hoge kwaliteit8. Net als in het geval van het menselijk genoom zijn deze (bijna) compleet, van het ene tot het andere eind. Oudere versies bevatten grote gaten, vervalste centromeergegevens en waren zeer problematisch rond de vele repetitieve gebieden. Deze ’telomeer-tot-telomeer’ versies losten al deze problemen op.

Het samenstellen van deze genomen was geen sinecure. Zelfs na al dat werk moesten ze nog een filterprotocol ontwikkelen om bepaalde DNA-varianten uit te sluiten, en moesten ze met de hand verschillende delen corrigeren die zich niet ‘gedroegen’ zoals de bedoeling was.

Het in kaart brengen was nog moeilijker. Ze identificeerden 175 inversies van meer dan 10.000 nucleotiden, één chromosoomfusie en één grote translocatie.9 Daarnaast constateerden ze 632 inversies die bij slechts één soort voorkwamen.

De gegevens analyseren

De gegevens over het ‘procentuele verschil’ zijn opgenomen in de aanvullende informatie van Yoo et al. (figuur 1).

Figuur 1: Het procentuele verschil als gevolg van hiaten in de uitlijning tussen de mens en mensapen. Elke uitlijning werd verdeeld in segmenten van 1 miljoen bp en het procentuele verschil als gevolg van hiaten in dat segment werd berekend. De curven geven histogramachtige (bijvoorbeeld tel-)gegevens weer, en elke curve is genormaliseerd naar zijn maximale waarde (zodat de pieken allemaal dezelfde hoogte hebben). Het gemiddelde voor elke curve wordt aangegeven door de korte verticale lijnen, en de waarden worden weergegeven in de kolom met getallen. De curven zijn vaak behoorlijk scheef, waardoor een ‘gemiddelde’ moeilijker te zien is; daarom hebben de auteurs ook de mediaan (middelste waarde, cirkels) weergegeven. hg002 = mens, PanTro3 = chimpansee, PanPan1 = bonobo, GorGor1 = gorilla, PonAbe1 = orang-oetan. [Van Yoo, D. et al., Complete sequencing of ape genomes, Nature 641(8062):401–418, 2025.]

Ze hebben geen foutmarges vermeld, alleen het gemiddelde voor elk genoompaar. Ook hebben ze de gegevens uitgesplitst naar autosomen en X- en Y-chromosomen. De blauwe uitstulpingen aan de rechterkant in figuur 1 geven enorme hiaten in de uitlijning van het Y-chromosoom weer. De paarse uitstulpingen onderaan geven de verschillen weer die zijn gevonden tussen de twee genoomkopieën binnen hetzelfde individu. Ik heb hun gegevens verwerkt om een volledige schatting te krijgen van de divergentie tussen de soorten (figuur 2).

Figuur 2. Berekeningen van genoomovereenkomst. De gegevens over de divergentie in gaten en SNV’s voor de autosomen en de X- en Y-chromosomen zijn in een tabel weergegeven. De verschillen zijn bij elkaar opgeteld en vervolgens gecombineerd aan de hand van de proportionele lengtes van de drie chromosoomtypes bij de verschillende soorten. De berekeningen van mens naar aap en omgekeerd zijn niet identiek vanwege de aanwezigheid of afwezigheid (afhankelijk van de kijkrichting) van veel uitlijningsgaten. [© CMI]

Op basis daarvan kon een staafdiagram worden gemaakt dat de verschillen binnen en tussen soorten weergeeft (figuur 3).

Figuur 3. Eindoverzicht van de gegevens. Oranje: verschillen binnen een soort. Donkerblauw: van mens naar aap. Lichtblauw: van aap naar mens. [© CMI]

99%? Niet eens in de buurt!

Dit is een nogal belangrijk punt. Ten eerste hebben veel commentatoren beweerd dat dit bewijst dat het genoom van de mens en dat van de chimpansee slechts voor ongeveer 85% identiek zijn.10, 11, 12 Ze hebben volkomen gelijk, maar dat zou je niet zeggen als je de krantenkoppen leest. Ook in het gepubliceerde artikel is deze informatie niet direct te vinden. In plaats daarvan moet je je door meer dan 100 pagina’s gedetailleerde aanvullende informatie worstelen om de relevante gegevens te vinden.

Ten tweede hebben creationistische onderzoekers zoals dr. Jeffrey Tomkins gelijk gekregen. Terwijl eerdere studies werden belemmerd door een gebrek aan betrouwbare sequentiegegevens, laten de nieuwste genomen zien hoe verschillend we zijn van alle apen.

Ten derde zijn er echter enorme stukken sequentie die bijna identiek zijn tussen mensen en chimpansees. Ik vond er willekeurig een die zich uitstrekte over enkele honderdduizenden basen en voor bijna 99% identiek was.13

Onze tegenstanders zullen tot hun laatste ademtocht misleiding en verwarring zaaien.

Ten vierde, onze tegenstanders zullen tot hun laatste ademtocht misleiding en verwarring zaaien. Een goed voorbeeld hiervan is een recente video waarin een commentator genaamd Gutsick Gibbon beweerde dat ik het met haar eens ben over de gelijkenis tussen mens en chimpansee.14 Nee, hoewel ik het met haar eens ben dat Tomkins een mens is en fouten heeft gemaakt (ik heb zelf ook op flagrante fouten in haar werk gewezen en op verschillende fouten in mijn eigen werk15), ben ik het niet met haar eens dat mensen en chimpansees sterk op elkaar lijken.

Ten vijfde: God had ons 99,9999% identiek aan chimpansees kunnen scheppen, of Hij had ons 50% identiek kunnen maken, of zelfs minder. Het bijbelse scheppingsmodel doet hierover geen voorafgaande uitspraak. We zouden een grote gelijkenis mogen verwachten vanwege de duidelijke structurele, gedragsmatige, fysiologische en voedingsgerelateerde overeenkomsten tussen ons. Maar in hoeverre? Niemand kan dat weten! Merk op dat de evolutionaire gemeenschap ook geen schatting kon geven voordat de cijfers waren berekend. Zij hebben geen voorafgaande mening over welke apensoort meer op ons zou lijken. Het debat over welke soort genetisch het meest op ons leek, duurde tot in de jaren tachtig. Veel mensen wilden dat de orang-oetans zouden winnen en verzetten zich tegen het idee dat chimpansees onze evolutionaire neven waren. Sommige paleontologen pleitten nog tot in 2009 voor het primaat van de orang-oetans, hoewel ze op dat moment een zeer kleine minderheid vormden.16

De vier cijfers

Ten slotte, er zijn vier dingen die we moeten weten:

  1. Hoeveel procent overeenkomst is er tussen de onderdelen die met elkaar uitlijnen?
  2. Hoeveel procent overeenkomst is er wanneer je de onderdelen meetelt die niet uitlijnen?
  3. Hoeveel mutaties moeten er hebben plaatsgevonden gedurende de evolutionaire tijd om deze verschillen te kunnen verklaren?
  4. Hoe lang zou het duren om deze nieuwe mutaties functioneel te integreren in het genoom?

Het antwoord op de eerste vraag is bekend: ongeveer 98%. Het antwoord op de tweede vraag is nu ook bekend: ongeveer 85%. De derde vraag is waar het het debut nu om zou moeten draaien. De vierde vraag is misschien wel de grootste achilleshiel die er is voor evolutietheoretici.

Het evolutionaire model verschilt in dit opzicht van het onze doordat het ‘eenzijdig’ is. Zij zullen graag hoge niveaus van overeenkomst accepteren, maar er is een afgrond aan de andere kant van het argument. Als we te veel verschillen van elkaar, dan kunnen ze de verschillen niet verklaren binnen hun bestek van 6,5 miljoen jaar. Ze kunnen nog wel schuiven in de tijd naar de meest recente gemeenschappelijke voorouder, maar er zijn grenzen. Enkele jaren geleden pleitten sommige wetenschappers nog voor 13 miljoen jaar.17 Anderen wensten nog verder terug in de tijd te gaan, maar daar moesten de paleontologen niks van weten omdat ze dan genoodzaakt waren om de vroege apen bij de dinosaurussen te plaatsen. Ze zitten vast. De verschillen moeten klein zijn. Punt uit.

Hoeveel ‘verschil’ kunnen ze verklaren?

Gegeven de evolutionaire transportband van nieuwe mutaties die binnenkomt, oude mutaties die verdwijnen door selectie en drift, en de ‘fixatie’ van heel oude mutaties (100%) verwacht men dat de mutatiesnelheid ongeveer gelijk is aan de fixatiesnelheid.

Hier zie je hoe de berekeningen uitpakken:

  • Met een gegeven frequentie van haploïde mutaties μ, is het aantal nieuwe mutaties per generatie simpelweg 2Nμ, waar N staat voor de bevolkingsgrootte.18
  • Voor een nieuwe neutrale mutatie is de kans op fixatie evenredig aan de frequentie ervan in de populatie. Aangezien er 2N kopieën van het genoom in de populatie zijn en een nieuwe mutatie per definitie in één kopie van één chromosoom ontstaat, bedraagt de frequentie van die mutatie 1/(2N).19 De fixatiesnelheid (r) zou dan evenredig zijn aan het aantal mutaties dat optreedt (2Nμ).
  • Dus, r = 2Nμ / 2N = μ

Als de mutatiesnelheid 100 per individu per generatie bedraagt, komt dat neer op 50 mutaties per haploïd genoom per generatie.19 Zij zouden dus verwachten dat het menselijk genoom per generatie 50 vaste verschillen opbouwt.20 Over een periode van 6,5 miljoen jaar (~300.000 generaties) zouden zij 15 miljoen verschillen verwachten tussen elke soort en onze gemeenschappelijke voorouder, of ongeveer 30 miljoen verschillen tussen ons en hen vandaag de dag.

30 miljoen verschillen / 3 miljard letters = 1%

DIT is de reden waarom ze al die jaren dat cijfer van 1% hebben aangehaald, en dit is de reden waarom ze zich tegen elk ander scenario hebben verzet. Als het aantal veel groter is, pakt het niet in hun voordeel uit. Wanneer het verschil dat niveau overschrijdt, gaan hun modellen mank. Het is simpelweg te moeilijk om zoveel verschillen te verklaren, zelfs binnen hun denkwijze van ‘miljoenen jaren’.

Maar zelfs een verschil van 15% zou nog verklaard kunnen worden als grote inserties en deleties plotselinge veranderingen veroorzaken. Bedenk eens dat het Y-chromosoom van de chimpansee slechts half zo lang is als dat van de mens. Komt dat neer op 30 miljoen verschillen, of op één? Als bijvoorbeeld één enkele deletie de heterochromatische arm van het Y-chromosoom van de chimpansee zou wissen, zou er onmiddellijk een verschil van 0,5% tussen onze twee genomen ontstaan. Welke andere grote veranderingen zouden door dergelijke gebeurtenissen teweeggebracht kunnen worden?

Toch hebben we het hier niet over veranderingen in ‘junk-DNA’. In de niet-uitgelijnde regio’s bevinden zich meerdere functionele genen. Hoewel ongeveer 99% van de menselijke genen ook bij andere soorten voorkomt, ontdekten Yoo et al. 185 genfamilies die uniek zijn voor de mens en ongeveer 1.400 tot 2.000 verschillen in het aantal genkopieën tussen de soorten.21  Het is waar dat veel van de gedupliceerde gebieden bestaan uit sterk repetitief, niet-coderend DNA, maar deze gebieden blijken in toenemende mate functioneel te zijn, zoals wij en anderen al vele malen hebben aangegeven.22 Er bevinden zich ook volledig functionele genen in deze gebieden, met name genen die betrekking hebben op de hersenfunctie.23 Gemiddeld bestaat ongeveer 55% van elk genoom uit repetitieve elementen (LINE’s, SINE’s, LTR’s, enz.).24 Ook deze blijken functies te hebben, dus ze kunnen bij geen enkele vergelijking buiten beschouwing worden gelaten.

Kunnen ze dit, gezien de vele miljoenen puntmutaties en tienduizenden inserties, deleties, inversies en duplicaties, in een evolutionaire context verklaren? Ze kunnen een deel ervan in hun modellen verklaren, maar die modellen zijn vaak nogal simplistisch (zoals de bovenstaande vergelijkingen). Willekeurige paring is een cruciale aanname, maar die gaat nooit op, en niet-willekeurige paring vertraagt alleen maar de snelheid waarmee nieuwe varianten zich verspreiden. Er zijn ook vragen over de bevolkingsgroei en hoe deze alle berekeningen beïnvloedt. Gezien het feit dat de menselijke bevolking is gegroeid (sinds de zondvloed of sinds de uitvinding van de landbouw, kies maar uit), zijn er in de afgelopen 10.000 jaar op de evolutionaire tijdlijn NUL genetische varianten in het menselijk genoom gefixeerd geraakt. Hoe beïnvloedt ‘geen evolutie gedurende 10.000 jaar’ de evolutionaire voorspelling?

Maar de vierde vraag hierboven is misschien wel de meest fundamentele vraag binnen de evolutietheorie. Waarom? Omdat er voor evolutie nieuwe genen moeten ontstaan en in werking moeten treden. Mensen en chimpansees verschillen niet alleen op nucleotideniveau. Onze genen worden niet op dezelfde manier gebruikt en onze hersenen hebben heel andere neurale verbindingen. Die veranderingen zouden niet alleen maar moeten ontstaan. Nee, ze zouden moeten ontstaan, zich verspreiden en het oorspronkelijke gen op die plek vervangen, en zich vervolgens integreren in de reeds bestaande, complexe regulerende processen.

Het ‘feit’ dat ze sinds de jaren zeventig van de daken hebben geschreeuwd, blijkt helemaal geen feit te zijn. Het werkelijke verschil is NIET 1%. Nee, het is 15 keer zo groot.

Dit is een enorm probleem, zelfs voor de ‘1%-groep’. Nu we weten dat de genomen van de mens en de chimpansee meer dan tien keer zo verschillend zijn als men dacht, wordt het probleem van de evolutie alleen maar des te moeilijker. Dit is een van de grootste wetenschappelijke ontdekkingen die het Bijbelse scheppingsmodel ondersteunt. Het betekent echter niet dat evolutionisten nooit zullen kunnen verklaren wat we waarnemen. Het betekent echter wel dat ze wanhopig op zoek zullen gaan naar een uitweg. Het ‘feit’ dat ze sinds de jaren zeventig van de daken hebben geschreeuwd, blijkt helemaal geen feit te zijn. Het werkelijke verschil is NIET 1%. Nee, het is 15 keer zo groot.

Bronvermelding

Met toestemming overgenomen van creation.com en vertaald. Vind het oorspronkelijke artikel hier: ‘Humans and chimpanzees are NOT 99% identical’.

Header afbeelding: ID 15155708 | Chimpanzee © Mason01 | Dreamstime.com

Verder lezen

Lees ook: ‘Lucy geen voorouder van de mens’.

Voetnoten

  1. Zie de discussie in Carter, R.W., Reassessing human–chimpanzee genetic similarity, J. Creation 38(1):93–103, 2024.
  2. Dit was een van de dingen die zijn Darwinistische denkwijze doorbrak en hem ertoe bewoog om tot de Bijbel te keren. Zie Wieland, M., Convert to creation: Margaret Wieland interviews bird expert and former renowned evolutionist Dr Jon Ahlquist, Creation 40(3):36–39, 2018.
  3. Tomkins, J. and Bergman, J., Genomic monkey business—estimates of nearly identical human–chimp DNA similarity re-evaluated using omitted data, J. Creation 26(1):94–100, 2012. Zie noot 1 voor een vollediger lijst met citaten.
  4. Cohen, J., Relative differences: the myth of 1%, Science 316(5833):1836, 2007.
  5. Buggs, R., How similar are human and chimpanzee genomes?, richardbuggs.com, 14 Jul 2018.
  6. Seaman, J. en Buggs, R., FluentDNA: nucleotide visualization of whole genomes, annotations, and alignments, Frontiers in Genetics 11:292, 2020.
  7. Rhie, A. et al., The complete sequence of a human Y chromosome, Nature 621(7978):344–354, 2023.
  8. Yoo, D. et al., Complete sequencing of ape genomes, Nature 641(8062):401–418, 2025.
  9. Yoo et al., noot. 7, aanvullende informatie, p. 101.
  10. Luskin, C, Letter to the Smithsonian: Correct your signage on human-chimp genetic similarity!, evolutionnews.org, 27 mei 2025.
  11. Buggs, R., How much of a human genome is identical to a chimpanzee genome?, richardbuggs.com, 6 May 2025.
  12. Tomkins, J.P., Chimp genome markedly different from human, icr.org, 29 May 2025.
  13. Carter, R.W., Reassessing human–chimpanzee genetic similarity, J. Creation 38(1):93–103, 2024.
  14. Gutsick Gibbon, I killed this creationist argument, youtube.com, 28 mei 2025.
  15. Carter, R., James 3 vs. the anticreationists, biblicalgenetics.com, 16 jan 2024; youtube.com/watch?v=FIY7FTTFZyg.
  16. Grehan, J.R. and Schwartz, J.H., Evolution of the second orangutan: phylogeny and biogeography of hominid origins, J. Biogeogr. 36(10):1823–1844, 2009.
  17. Venn, O. et al., Strong male bias drives germline mutation in chimpanzees, Science 344(6189):1272–1275, 2014.
  18. De formule bevat een “2” omdat het genoom diploïde is. De frequentie van mutatie wordt meestal, om historische redenen, als de frequentie van haploïde mutaties gegeven.
  19. De klassieke formule van de neutrale theorie, r = μ, is van toepassing wanneer μ de mutatiesnelheid per positie is. Toen Kimura dit resultaat afleidde, toonde hij aan dat op elke willekeurige nucleotidepositie de snelheid van neutrale substitutie gelijk is aan de mutatiesnelheid op die positie. Wanneer men echter beide zijden van r = μ vermenigvuldigt met de genoomgrootte, komt men uit op precies hetzelfde getal, vooral omdat we uitgingen van de mutatiesnelheid per haploïd genoom (d.w.z. de som van de mutatiesnelheden per positie * het aantal posities). De relatie r = μ is dus direct evenredig. Ik heb het principe op genoomniveau toegepast in plaats van op het niveau per positie, omdat de vraag betrekking had op de fixatiesnelheid binnen een soort.
  20. Uitgaande van willekeurige paring, wat nooit voorkomt, en een constante populatiegrootte, wat voor mensen duidelijk niet het geval is. Zonder deze aannames kan het evolutionaire model zelfs geen verschil van 1% opleveren.
  21. Yoo et al., noot 7, aanvullende informatie pp. 66–67.
  22. Zie onze pagina ‘Vestigial’ Organs Questions and Answers.
  23. Kuderna, L., Complete ape genomes offer a close-up view of human evolution, Nature 641(8062):313–314, 2025.
  24. Yoo et al., noot 7, aanvullende informatie p. 78.

Maandelijkse nieuwsbrief


Steun Logos Instituut