Wereldwijde vloedverhalen – livestream terugkijken

door | 15 september 2026 | 02. Creationisme, 04. Historische wetenschappen, Antropologie, Geschiedenis, Video, Zondvloed

Op 8 september hield Logos Instituut een livestream met Nick Liguori en Bram van den Heuvel. Nick Liguori (VS) is auteur van twee boeken: ‘Echoes of Ararat I’ (2021) en ‘Echoes of Ararat volume 2‘ (2026). Theoloog Bram van den Heuvel is deze zomer gepromoveerd aan de ETF op een vergelijking tussen het Bijbelse zondvloedverhaal en vloedverhalen uit het Oude Nabije Oosten en de Grieks-Romeinse cultuur. Tijdens de livestream hield Nick een korte presentatie, gevolgd door een panelgesprek met Bram en Erika (gespreksleider) en tijd voor vragen. Onder de livestream in dit artikel vind u aanvullende tekst van Nick Liguori en een beantwoording van de resterende vragen, beide vertaald naar het Nederlands. 

Nadere overwegingen bij het onderzoek naar zondvloedtradities

De huidige stand van zaken en de apologetische waarde ervan
door Nick Liguori

Na de presentatie hadden Bram en ik een interessant gesprek over de onderzoeksmethode en over de vraag hoe het onderzoek naar zondvloedtradities verder kan worden ontwikkeld. Er werden goede vragen gesteld en interessante punten naar voren gebracht. Gezien de beschikbare tijd was het onmogelijk om op elk punt voldoende in te gaan. Daarom wil ik graag nog enkele aanvullende gedachten delen:

  1. Het blijft een voortdurende uitdaging en vraag hoe creationisten informatie moeten publiceren en presenteren, niet alleen voor een breed publiek, maar ook voor academici. Dit geldt voor ieder onderzoeksgebied. Wat de boeken Echoes of Ararat 1 en 2 betreft, geef ik eerlijk toe dat ze niet in de eerste plaats voor een academisch publiek zijn geschreven, maar voor een algemeen publiek. Anders zouden deze boeken 800 pagina’s tellen in plaats van 300! Tegelijkertijd zie ik ernaar uit om dit materiaal verder te ontwikkelen, zodat het beter aansluit bij een publiek van academische specialisten. Ik hoop dat velen zich bij mij zullen aansluiten in dit werk. Echoes of Ararat 1 en 2 zijn daarin slechts een eerste stap.
  2. Het feit dat het materiaal over zondvloedtradities in Echoes of Ararat momenteel nog niet op een manier wordt gepresenteerd die specifiek gericht is op een academisch publiek, moet niet worden beschouwd als een fundamentele zwakte. Het materiaal heeft duidelijke sterke punten en staat op een solide basis. Het is een kwestie van wanneer, niet óf, dit materiaal verder kan worden ontwikkeld tot een geheel dat is gericht op academische specialisten.
  3. Historisch bewijs voor Genesis, zoals zondvloedtradities, hoeft Genesis ook niet te bewijzen om waardevol apologetisch materiaal te zijn. Daarmee wordt de creationist namelijk een oneerlijke bewijslast opgelegd. Vaak is het al voldoende om een vraag te beantwoorden, op een argument te reageren of een bepaald standpunt van de tegenpartij te verzwakken. We kunnen mensen die met een bepaalde vraag worstelen, aanmoedigen. We kunnen obstakels en intellectuele barrières voor het Evangelie wegnemen. Al deze dingen kunnen we bereiken zonder het gevoel te hebben dat we moeten bewijzen dat Genesis waar is.
  4. Ter illustratie van het vorige punt: ik geloof dat een van de belangrijkste bijdragen van Echoes of Ararat is dat het laat zien dat de twee seculiere argumenten van missionaire invloed en plaatselijke overstromingen grote problemen hebben als verklaring. Als mijn boeken dat alleen al bereiken – en ik hoop dat ze daarnaast nog een aantal andere dingen doen – dan zou ik zeer tevreden zijn met dat resultaat.
  5. Hoe moeten wij als creationistische gemeenschap het onderzoeksgebied van historisch bewijs en zondvloedtradities beoordelen? Ik raad aan dit te zien als een zeer krachtige en waardevolle vorm van apologetisch bewijs die we niet over het hoofd moeten zien, ook al kan dit bewijs Genesis niet bewijzen. We hoeven onszelf niet aan zo’n oneerlijke maatstaf te onderwerpen. Nogmaals: bewijs kan van grote betekenis zijn zonder doorslaggevend te zijn. Als we de waarschijnlijkheid van concurrerende verklaringen alleen al kunnen verschuiven ten gunste van een Bijbels perspectief, dan is dat een succes. Als we kunnen aantonen dat alternatieve verklaringen, zoals missionaire invloed, een onafhankelijke oorsprong vanuit plaatselijke overstromingen of ontlening aan een Babylonische bron, zwakker zijn dan vaak wordt gedacht, dan is ook dat een succes. Dit bewijs hoeft niet alles te bereiken om toch iets te bereiken.

Resterende vragen over vloedverhalen beantwoord

  1. Is het verhaal van de zondvloed, zoals dat in de Tenach wordt verteld, een mythe die is ontstaan uit een overstroming van de Zwarte Zee na een ijstijd? Ik denk dat dat heel aannemelijk klinkt.

Nick: Goede vraag. Ik zal mijn gedachten hierover geven. Als ik Genesis lees, zie ik als eerste probleem de zeer grote kloof tussen de overstroming van de Zwarte Zee en het zondvloedverhaal in Genesis. In Genesis vinden we veel details die daar niet goed bij passen. Zo lezen we over Gods oordeel en de waarschuwing vooraf, de bouw van een ark gedurende vele jaren, het meenemen van paren dieren, het landen van de ark op een berg, het loslaten van vogels, een zondvloed die een jaar duurt en het verbond dat God daarna sluit. Daarnaast zijn er uitgebreide Bijbelgedeelten over de herbevolking en verspreiding van de mensheid na de zondvloed, die logisch met deze zondvloed samenhangen. Hoe kan al dit materiaal, dat voor een groot deel niet nodig zou zijn, zijn ontstaan uit een heel andere gebeurtenis, namelijk een overstroming van de Zwarte Zee? De verklaring zou beter passen als de tekst over de zondvloed in Genesis minder specifiek was, of meer overeenkwam met het doorbreken van de Bosporus.

Misschien kunnen we die verschillen terzijde schuiven als we alleen proberen het zondvloedverhaal in Genesis en enkele andere versies uit Anatolië en Mesopotamië te verklaren. Maar er is nog een ander probleem: overal ter wereld vinden we zondvloedtradities met specifieke overeenkomsten. Die overeenkomsten zijn te specifiek om te verklaren vanuit een onafhankelijk ontstaan of door toeval. We hebben te maken met één wereldwijd verhaal met een gemeenschappelijke oorsprong. Op dit punt zou men misschien missionaire invloed of culturele ontlening kunnen aanvoeren om dit probleem op te lossen, en tot op zekere hoogte is dat een geldige verklaring. Er is echter veel bewijs dat dit materiaal van oorsprong uit de betreffende culturen zelf komt en teruggaat tot het allereerste begin van taalfamilies. Denk bijvoorbeeld aan de clusters van motieven die we binnen verschillende taalfamilies aantreffen.

Bewijst dit noodzakelijkerwijs dat de zondvloed daadwerkelijk heeft plaatsgevonden? Nee. Maar het ondergraaft wel de opvatting dat het verhaal over de zondvloed in Genesis zijn oorsprong vindt in de overstroming van de Zwarte Zee of een andere plaatselijke overstroming. Interessant genoeg kan de overstroming van de Zwarte Zee zelf een direct gevolg zijn van de wereldwijde zondvloed en de langdurige gevolgen daarvan.

Bram: Voor zover ik in de literatuur heb gezien, houden maar weinig academici zich met deze theorie bezig. Eén reden daarvoor is dat het zeeniveau geleidelijk lijkt te zijn gestegen en niet plotseling. Een andere reden is dat er geen duidelijke verklaring is voor de manier waarop een verhaal van bewoners van de kust van de Zwarte Zee invloed zou hebben gehad op de verhalen van de Sumeriërs, Hebreeën, Grieken enzovoort.

2. Nick, ik heb een vraag voor je. Ik ben geboren in Colombia en ik vraag me af of daar ook zondvloedverhalen voorkomen, bijvoorbeeld bij de Muisca.

Nick: Hallo Alexander. Je hebt geluk. Er zijn veel zondvloedverhalen uit Colombia. De versies van de Wounaan en Kágaba zijn persoonlijk mijn favorieten. Ook de Muisca-versie is fascinerend.

3. Zou het mogelijk zijn om de kans te berekenen dat al deze verwante, wereldwijde verhalen eenvoudigweg toevallig kunnen zijn ontstaan, dus zonder dat er in de geschiedenis daadwerkelijk een zondvloed heeft plaatsgevonden? Dat zou een meer wetenschappelijke benadering zijn van de statistische waarschijnlijkheid.

Nick: Goede vraag. Als je doelt op de statistische waarschijnlijkheid dat deze zondvloedverhalen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, kan ik daar geen wiskundige berekening voor geven. Maar het volstaat om te zeggen dat die waarschijnlijkheid uiterst klein is. Daarom betoog ik dat een onafhankelijk ontstaan, gezien het materiaal dat inmiddels aan het licht is gekomen, niet langer houdbaar is. Er moet een gemeenschappelijk verhaal zijn geweest dat is doorgegeven.

Misschien bedoel je echter – en ik denk dat dit de belangrijkere vraag is – wat de statistische waarschijnlijkheid is dat een dergelijk verhaal door de mensheid is gedeeld en vanaf de vroegste tijden is doorgegeven, terwijl het slechts een mythe is en geen herinnering aan een werkelijke zondvloed. Dat is mogelijk. Als ik een seculiere denker was, zou dit het standpunt zijn dat ik zelf zou moeten innemen. Er zijn echter serieuze problemen met het idee dat zo’n verhaal überhaupt zou zijn ontstaan en vervolgens gedurende de menselijke geschiedenis in een relatief herkenbare vorm zou zijn blijven bestaan. Meer hierover is te lezen in de inleiding van Echoes of Ararat, deel 2.

Bram: Het ontwikkelen van een methode om literair onderzoek te kwantificeren lijkt mij een interessant idee, maar ik heb nog nooit gezien dat een andere literatuurwetenschapper of historicus dit heeft gedaan. Bovendien zou ik niet eens weten waar ik moest beginnen, mede omdat er zoveel factoren, richtingen en variabelen zijn om rekening mee te houden.

Maar je hebt gelijk dat we plaatselijke overstromingen en toevallige overeenkomsten als alternatieve verklaringen moeten beschouwen en slimme manieren moeten vinden om die hypothesen te toetsen.

4. Dhr. Liguori noemde kort het onderzoek naar Proto-vloedverhalen over de zondvloed. Voor zover ik heb gelezen over de Proto-Indo-Europese mythologie, is er geen gereconstrueerd Indo-Europees zondvloedverhaal. Waarom is dat zo?

Nick: We hebben in ieder geval de Indiase, Iraanse, Griekse, Romeinse, Noorse en Keltische versies, en misschien nog enkele andere. Helaas is de hoeveelheid beschikbare informatie relatief beperkt. Ik zou dat voor een groot deel toeschrijven aan de kerstening van Europa en het verloren gaan van veel tradities. We kunnen nog steeds proberen een waarschijnlijke Proto-Indo-Europese versie te reconstrueren, maar die zal niet zo sterk onderbouwd zijn als een reconstructie van een taalfamilie waarvan meer materiaal bewaard is gebleven, zoals bijvoorbeeld de Tai-Kadai- of Algonkische taalfamilie.

Bram: Voor zover ik heb gelezen (en dat is niet zo veel), komt het zondvloedverhaal voor in enkele zeer oude Griekse en Sanskrietteksten, maar niet in de alleroudste teksten die we hebben. Dat betekent niet dat men in die tijd geen zondvloedverhaal kende, maar omdat er geen schriftelijk bewijs voor is, zullen onderzoekers die zich bezighouden met reconstructies het verhaal op dit moment waarschijnlijk buiten beschouwing laten.

5. Zou het mogelijk zijn om deze verhalen binnen een gangbare evolutionaire tijdlijn te verklaren, als de mensheid vóór haar verspreiding te maken heeft gehad met een grote regionale overstroming, bijvoorbeeld ongeveer 100.000 jaar geleden?

Nick: Goede vraag. Hier ligt, denk ik, juist een zwak punt van de enorme tijdschaal van de gangbare evolutionaire visie: die werkt hier eerder in ons nadeel dan in ons voordeel. We hebben te maken met gedetailleerde reeksen van terugkerende motieven in deze zondvloedverhalen! Het is één ding om te zeggen dat deze elementen 4.000 tot 5.000 jaar bewaard zijn gebleven. Om ze 100.000 jaar lang te bewaren is iets totaal anders!

Bram: Geen idee! Het zou hier interessant zijn om na te denken over de manier waarop verhalen worden bewaard (mondeling of schriftelijk) en over de manier waarop, en de snelheid waarmee, ze veranderen. En wanneer ze veranderen: veranderen dan alleen bepaalde details, of verandert ook de kern van het verhaal? Voor mij lijkt 100.000 jaar een zeer lange tijd en waarschijnlijk valt dat buiten wat we met enige mate van zekerheid kunnen zeggen. Historici beperken doorgaans de periode waarover ze een verhaal terug in de tijd willen projecteren tot niet meer dan een eeuw wanneer er geen ondersteunend bewijs is.

6. Vraag aan Bram/Nick: Hebben jullie overeenkomsten gevonden tussen de demografische verspreiding vanuit Ararat en de ontwikkeling van alle bekende talen? (Uiteraard vanuit Bijbels perspectief.)

Nick: Dit is een vraag die ik heel interessant vind om verder te onderzoeken. Ik denk dat we een aanwijzing hebben in het feit dat de oudste beschavingen die we kennen zich allemaal binnen een relatief klein gebied rond Mesopotamië bevinden, het land van waaruit de mensheid zich volgens Genesis verspreidde (Genesis 10–11). Op genetisch gebied is dr. Rob Carter van Creation Ministries International een van de belangrijkste onderzoekers op dit gebied. Een uitstekend artikel van hem hierover is hier te vinden: https://doi.org/10.15385/jpicc.2018.8.1.15

Er zijn aanwijzingen voor een zogenoemd ‘starburst’-patroon (een patroon waarbij verspreiding vanuit één centrum plaatsvindt, red. Logos Instituut) dat ontstaat in hetzelfde algemene gebied waar Genesis de verspreiding van de mensheid na de zondvloed plaatst. Misschien zal ik in een toekomstig derde deel van mijn werk hierover ook enkele opmerkingen maken.

Bram: In de clusters van verhalen uit de Bijbel, het Oude Nabije Oosten en de Grieks-Romeinse wereld ben ik niets tegengekomen. Het zou een interessant onderzoeksgebied zijn!

7. Komen in andere verhalen ook de reden voor de zondvloed voor?

Nick: Over het algemeen zien we dat de reden voor de zondvloed wordt gezocht in Gods oordeel over het kwaad van de mens. Hans Kelsen heeft een heel artikel aan dit thema gewijd: The Principle of Retribution in the Flood and Catastrophe Myths. Het is een buitengewoon hardnekkig thema. Zoals we zouden kunnen verwachten, verschilt de precieze aard van de overtreding sterk per verhaal. In Genesis lezen we natuurlijk: ‘En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.’ (Genesis 6:5)

Bram: Jazeker. Het Babylonische verhaal (Atrahasis) beschrijft de hoogste god, Enlil of Ellil, die een zondvloed veroorzaakt omdat de mensen luidruchtig zijn en zoveel lawaai maken dat hij niet kan slapen! Het Griekse verhaal geeft verschillende redenen, afhankelijk van de auteur. Bij Apollodorus zijn de mensen gewelddadig en is er een ras van reuzen dat alles te gronde richt. Dit wordt niet expliciet als de reden genoemd, maar het wordt wel vlak vóór de zondvloed vermeld. Bij Ovidius is het hetzelfde, maar wordt bijzondere nadruk gelegd op een kwaadaardige koning die Lycaon heet. Deze koning ontvangt Zeus, die vermomd is als een arme man, maar geeft hem vervolgens een maaltijd waarin mensenvlees wordt opgediend. Nonnus beschrijft hoe Zeus de wereld in brand steekt wanneer hij ten strijde trekt tegen de Titanen (een oudere generatie goden). Daarna zuivert hij de wereld door haar met de zondvloed als het ware ‘af te wassen’.

Maandelijkse nieuwsbrief


Steun Logos Instituut