Is het redelijk om te geloven in iets wat je niet kunt zien?

door | 24 augustus 2026 | 07. Filosofie, Wetenschapsfilosofie

In dit artikel wordt ingegaan op de bewering dat het niet redelijk is om te geloven in iets wat je niet kunt zien. Het filosofisch materialisme ontkent het bestaan van dingen als God en de ziel, omdat we deze niet kunnen waarnemen. Maar onzichtbare werkelijkheden zoals God en de ziel herkennen we door hun impact en uitwerking. Daardoor is de ontkenning van de materialisten weerlegd.

Theoretisch natuurkundige en Nobelprijswinnaar Steven Weinberg zou hebben gezegd: „Het onzichtbare en het niet-bestaande lijken erg op elkaar.” Met deze opmerking wilde hij God op de korrel nemen. Toch erkennen zelfs atheïsten het bestaan van talrijke werkelijkheden die niet rechtstreeks waarneembaar zijn – zoals zwarte gaten, magnetisme, zwaartekracht en wind. Atheïsten zijn het er echter over eens dat deze werkelijkheden bekend zijn vanwege hun gevolgen. Hetzelfde zou gezegd kunnen worden over God en Zijn scheppingsdaden, en – voor degenen onder ons die er niet bij waren om het te aanschouwen – de opstanding van Jezus. We kunnen zulke dingen vandaag de dag niet zien, maar ze hebben de wereld beïnvloed op manieren die zichtbaar en meetbaar zijn.

Een soortgelijk bezwaar luidt als volgt: „De wetenschap vereist ondubbelzinnig dat alle dingen bestaan uit materie en energie. Daarom kunnen immateriële substanties – zoals God of de menselijke ziel – niet bestaan.”

De wetenschap zelf biedt echter geen enkele onderbouwing voor deze premisse. Immers, als de wetenschap zich alleen met materie en energie kan bezighouden, kan zij onmogelijk aantonen dat andere dingen niet kunnen bestaan. Deze beweerde eis is veeleer een filosofisch standpunt dat materialisme wordt genoemd, en er zijn gegronde redenen om hieraan te twijfelen. ‘Materialisme’ betekent in de filosofie niet het streven naar materiële goederen, maar de overtuiging dat materie (of massa/energie) het enige is dat bestaat.

De immateriële Schepper van het heelal

Tot de redenen om het materialisme te verwerpen behoren de overtuigende argumenten die het bestaan van een immateriële Schepper van het heelal ondersteunen. Hiertoe behoren onder meer het ontwerp van levende wezens, de fijnafstemming van het heelal op leven, en het bewijs dat het een eindige ouderdom heeft.

Deze kenmerken van de werkelijkheid kunnen het best worden verklaard door de Bijbelse leer dat God de Schepper is. Als deze argumenten steekhoudend zijn, faalt het materialisme.

Mensen zijn meer dan enkel machines

Als het materialisme waar zou zijn, zouden mensen louter uit georganiseerde materie bestaan, wat we met reden in twijfel trekken. De beroemde atheïst Richard Dawkins verwoordt zijn visie op de menselijke natuur op welsprekende wijze:

Op één planeet [de aarde], en mogelijk de enige planeet in het hele universum, verzamelen moleculen – die normaal gesproken niets ingewikkelder zouden vormen dan een brok steen – zich tot brokken materie ter grootte van een steen, met een zo duizelingwekkende complexiteit dat ze in staat zijn om te rennen, te springen, te zwemmen, te vliegen, te zien, te horen, andere dergelijke levende brokken complexiteit te vangen en op te eten; in sommige gevallen zelfs in staat om te denken en te voelen, en verliefd te worden op weer andere brokken complexe materie.

 

Cyber vrouw

ID 152820940 © Volicholi | Dreamstime.com

Dit materialistische perspectief wordt echter geconfronteerd met ernstige filosofische en wetenschappelijke uitdagingen. Als mensen worden gereduceerd tot enkel fysieke objecten zonder enig immaterieel aspect, wordt het buitengewoon moeilijk om veel fundamentele waarheden over de mens te verklaren.

Intrinsieke waarde van de mens

De eerste daarvan is de waarde van een persoon. Fysieke objecten hebben alleen waarde omdat wij er waarde aan toekennen. Het zijn hulpmiddelen, geen doel op zich. Hun waarde is extrinsiek en afhankelijk van veranderlijke factoren. Mensen daarentegen bezitten intrinsieke waarde louter op grond van het feit dat zij mens zijn, onafhankelijk van externe factoren. Wij verliezen onze waarde niet, zelfs niet als wij belangrijke vermogens verliezen – bijvoorbeeld door mentale achteruitgang of het in coma raken, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Christenen weten dat onze intrinsieke waarde voortkomt uit het feit dat we naar Gods beeld zijn geschapen (zie kader ‘Beelddragers’). We zijn niet louter lichamen, maar zielen die een relatie met God kunnen aangaan. Toch zullen zelfs niet-christenen vaak de waarde van de mens erkennen, of ze nu de bron van die waarde onderkennen of deze consequent op alle mensen toepassen.

Zonder intrinsieke waarde zou het bijvoorbeeld moeilijk zijn om mensenrechten te begrijpen. We weten dat het verkeerd is om mensen als louter objecten te behandelen. Maar het evolutionaire materialisme van onze tijd houdt vol dat we zonder hulp uit dieren zijn voortgekomen, die oorspronkelijk willekeurig uit eenvoudige chemische stoffen zijn ontstaan. Dat betekent dat mensen geen ziel hebben en niet het beeld van God dragen. Met andere woorden, ze kunnen slechts louter fysieke objecten zijn. Vanuit een dergelijk standpunt kan de intrinsieke aard van onze waarde niet worden verklaard.

Eerstepersoonsperspectief mensen

Ten tweede ontbreekt bij fysieke objecten een eerstepersoonsperspectief. Ze beschikken niet over bewustzijn en zelfbewustzijn en zijn niet in staat om een werkelijk subjectief standpunt in te nemen, waarbij ze het zelfreflectieve voornaamwoord ‘ik’ gebruiken. Zelfs complexe computers en robots met kunstmatige intelligentie missen echt bewustzijn.

Mensen daarentegen beschikken wel over een eerstepersoonsperspectief. Wij zijn bewuste actoren, die niet alleen in staat zijn tot bewustzijn, maar ook tot zelfbewustzijn en het vermogen om ons standpunt onder woorden te brengen. Het is moeilijk om deze universele ervaring te verklaren als mensen louter fysieke objecten zouden zijn.1

Intentionele mentale toestanden

Ten derde beschikken mensen over intentionele mentale toestanden. ‘Intentionaliteit’ is een technische term in de filosofie die verwijst naar het vermogen van de geest om andere dingen te vertegenwoordigen of ernaar te verwijzen. Dat wil zeggen dat sommige mentale toestanden ‘van’ of ‘over’ iets anders kunnen gaan. Telkens wanneer mensen denken, geloven, verlangen, vrezen of zich afvragen, richten ze hun gedachten op een specifiek onderwerp of concept. Ze kunnen bijvoorbeeld aan het ontbijt denken, of angst voor spinnen ervaren. Fysieke gebeurtenissen zijn op zichzelf niet ‘van’ of ‘over’ andere dingen in diezelfde zin, dus wat er in onze geest gebeurt, is niet fysiek. Dagelijks komen we mentale toestanden tegen die niet alleen door hersenmaterie kunnen worden verklaard.2

ID 118686008 © Pop Nukoonrat | Dreamstime.com

Menselijke emoties en andere ‘gevoelde’ ervaringen

Ten vierde: wanneer iemand zich blij, verdrietig of angstig voelt, maken de hersenen deel uit van het neurale netwerk dat een rol speelt bij het opwekken van die ervaringen bij die persoon. De hersenen zelf zijn echter niet blij, verdrietig of angstig; dat is de persoon wel. De hersenen zijn slechts een complex orgaan – een fysiek object met fysieke eigenschappen, in die zin vergelijkbaar met een computer. Een computer kan weliswaar worden geprogrammeerd om te zeggen: „Ik ben verdrietig“, maar de computer zou niet echt verdriet voelen. Emoties zoals geluk, verdriet en angst zijn geen materiële entiteiten. Ze kunnen alleen worden ervaren door bewuste, gevoelige wezens die een niet-materieel aspect aan hun wezen hebben, zoals mensen en veel dieren. Dit is het bewijs dat we niet louter hersenen in lichamen zijn.

Proefpersonen in hersenonderzoek

Empirische studies laten resultaten zien die aansluiten bij de bovenstaande filosofische argumenten. Zo voerde de baanbrekende neurowetenschapper Wilder Penfield meer dan 1.100 hersenoperaties uit, waarbij hij hersengebieden stimuleerde terwijl de patiënten bij bewustzijn waren en hun reacties noteerde.3 Hij slaagde erin lichaamsbewegingen, gewaarwordingen, emoties en herinneringen op te wekken. Maar de patiënten verklaarden steevast dat de reactie op een reflex leek, en niet op een handeling waarvoor zij zelf hadden gekozen. Penfield ontdekte dat hij hun wil niet kon stimuleren. Ook kon hij hen er niet toe brengen conclusies te trekken, beslissingen te nemen of zelfs maar abstracte gedachten te denken (bijvoorbeeld over wiskunde). Dergelijke experimenten suggereren dat het immateriële zelf uiteindelijk verantwoordelijk is voor deze activiteiten, en niet het fysieke brein.4

Niet slechts brokken complexe materie

Als mensen uitsluitend uit materie zouden bestaan, zou het op zijn zachtst gezegd problematisch zijn om de bovengenoemde waarheden over de mens te verklaren. Omgekeerd zijn ze volkomen logisch als mensen een niet-fysieke component hebben. We hebben dus goede redenen om niet alleen aan het materialisme te twijfelen, maar ook te geloven dat de ziel echt bestaat.

We hebben ook vele redenen om te geloven dat God werkelijk bestaat, en dat Hij geest is – een transcendent, immateriëel, onstoffelijk bewustzijn. Hoewel Hij onzichtbaar is, is Hij niet denkbeeldig.

Kijken naar het onzichtbare

De Bijbel vertelt ons dat er bepaalde onzichtbare werkelijkheden zijn die zelfs nog belangrijker zijn dan de dingen die voor ons zichtbaar zijn. Dit wil niet zeggen dat fysieke dingen onbelangrijk zijn. Hoewel de schepping gevallen is, heeft God haar aanvankelijk ‘zeer goed’ gemaakt (Genesis 1:31) en blijft zij waarde hebben. De eeuwige toestand voor gelovigen houdt in dat wij in een fysieke wereld zullen leven met fysieke, herrezen lichamen. Het christendom bevestigt de waarde van de materiële wereld.5

Zoek eerst God

Maar christenen moeten streven naar het onzichtbare en het blijvende. Bijvoorbeeld:

„Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg. Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” (2 Korintiërs 4:16–18; vgl. 1 Timotheüs 4:7–8).

Deze onzichtbare werkelijkheden hebben een veel grotere prioriteit dan het fysieke. Jezus zei in Mattheüs 6:25: „Daarom zeg ik u: maak u geen zorgen over uw leven, over wat u zult eten of drinken, noch over uw lichaam, over wat u zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel, en het lichaam meer dan kleding?” Wij moeten „eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid zoeken, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden” (Mattheüs 6:33).

Beelddragers

© Wirestock | Dreamstime.com

God schiep en vulde de aarde, die aanvankelijk leeg was (“vormloos en leeg”), zoals beschreven in Genesis 1:2. Hij voerde deze taak met uitzonderlijke precisie en vakmanschap uit, en creëerde daarmee een prachtig toneel waarop Hij Zijn belangrijkste scheppingswerk, de mensheid, ten toon kon stellen. God bewaarde niet alleen het beste voor het laatst, maar Hij schiep de mens ook op een manier die hem onderscheidde van de dieren. Volgens Genesis 1:26 werden mensen geschapen om een unieke relatie met God te hebben. Dit werd verwezenlijkt door het goddelijke plan (“Laten wij de mens maken”), het goddelijke patroon (“naar Ons beeld”) en het goddelijke doel (“dat zij heerschappij uitoefenen”)6. Het kenmerk om naar Gods beeld te zijn (imago Dei) wordt niet slechts door God geschonken en door de mens behouden. Het is wat mensen een bijzondere waarde geeft (Genesis 9:6; Jakobus 3:9), en het maakt deel uit van Gods ontwerp voor de mens, die specifiek is geschapen om God op aarde te vertegenwoordigen en veel van Zijn eigenschappen te weerspiegelen.

Bronvermelding

Met toestemming overgenomen van creation.com en vertaald door Logos Instituut. Voor het eerst verschenen in Creation 47(3), pagina’s 45 – 47, juli 2025. Lees het Engelstalige artikel hier: Is it reasonable to believe in something you cannot see?

Afbeelding geblinddoekte vrouw: Person © Nexusplexus | Dreamstime.com

Voetnoten

  1. Jaeger, L., Christ and the concept of person, Themelios 45(2):277–290, 2020.
  2. Horgan, T. and Tienson, J., The intentionality of phenomenology and the phenomenology of intentionality, in Chalmers, D.J. (ed.), Philosophy of Mind: Classical and Contemporary Readings, Oxford University Press, New York, pp. 520–533, 2002.
  3. What 1,000+ brain surgeries taught about the mind, evolutionnews.org, 24 Aug 2024.
  4. Egnor, M., Neuroscience and dualism, in Menuge, A.J. et al. (eds.), Minding the Brain: Models of the Mind, Information, and Empirical Science, Discovery Institute Press, Seattle, WA, pp. 237–264, 2023.
  5. Sanders (Cosner), L. and Bates, G., The new earth: Christ’s victory over the Fall, creation.com/new-earth, 20 Apr 2014.
  6. Ross, A.P., Creation and Blessing: A Guide to the Study and Exposition of Genesis, Baker, Grand Rapids, MI, p. 112, 1997.

Maandelijkse nieuwsbrief


Steun Logos Instituut