Kunnen mutaties nieuwe informatie creëren?

by | dec 7, 2023 | Biologie, Evolutie, Genetica

Kunnen mutaties nieuwe informatie creëren?

Net zoals soorten niet statisch zijn, zijn ook genomen aan verandering onderhevig. Genomen veranderen door de tijd heen; soms willekeurig, soms volgens voorafbepaalde wegen en soms volgens instructies van reeds bestaande algoritmen. Wat de bron ook mag zijn, we noemen deze veranderingen meestal ‘mutaties’. Veel evolutionisten gebruiken het bestaan van mutatie als bewijs voor evolutie op de lange termijn. De voorbeelden die zij citeren voldoen echter niet aan de eisen die hun theorie stelt. Veel creationisten stellen dat mutaties niet in staat zijn om nieuwe informatie te produceren. Er is veel verwarring rondom definities. Wat houdt een mutatie nou eigenlijk in? En wat is de definitie van ‘biologische informatie’?

mutaties nieuwe informatie

Het probleem van definities

Evolutie vereist het bestaan van een proces dat uit het niets nieuwe informatie kan uitvinden. Een genoom opereert echter binnen ten minste vier dimensies en zit bomvol meta-informatie, waardoor potentiële veranderingen sterk zijn voorgeschreven. Kunnen mutaties dan nieuwe informatie produceren? Ja, afhankelijk van wat je verstaat onder ‘nieuw’ en ‘informatie’. Kunnen deze mutaties een verklaring geven voor de evolutie van al het leven op Aarde? Nee!

Schadelijke mutaties

Mutaties zijn vooral bekend voor de schade die ze aanrichten, zoals die in de “plumeau parkiet” (links). Deze resulteert in misvormde veren van de Grasparkiet. Sommige genetische veranderingen lijken echter te zijn geprogrammeerd om op te treden. Daardoor ontstaat er variatie en het helpt organismen om zich aan te passen. Is dit ‘nieuwe informatie’?

De zin “Mutaties kunnen geen nieuwe informatie creëren” is bijna een mantra onder sommige creationisten, maar daar ben ik het niet mee eens. Evolutionisten hebben een aantal reacties geboden op dit idee, maar de meeste daarvan lijden aan gebrekkige argumentatie. De meeste van die reacties demonstreren een gebrek aan kennis wat betreft de complexiteit van het genoom. Ik zal hieronder uitleggen waarom ik geloof dat het genoom is ontworpen om in ten minste vier dimensies te opereren en waarom dit het moeilijk maakt om te geloven in de evolutionistische verklaring voor de opkomst van nieuwe informatie.

Het probleem van het gebrek aan kennis

Een ander probleem is een gebrek aan kennis met betrekking tot de locatie van biologische informatie. Dit gebrek zie je vooral onder evolutionisten, maar creationisten – inclusief ikzelf – zijn daar niet van gevrijwaard. De meeste mensen zijn geneigd om te denken dat DNA (het ‘genoom’) de opslagplaats van informatie is. Het is zeker de locatie van een groot deel daarvan. Maar deze gen-centrische visie negeert de informatie die oorspronkelijk is ingebouwd in de eerste geschapen organismen. De bouw van de cel, inclusief de celwand, nucleus en de sub-cellulaire compartimenten, samen met een legio aan moleculaire machines, vind zijn oorsprong niet in DNA, maar is daar los van en naast DNA geschapen. Geen van beiden kan bestaan zonder de ander. Dus een groot, maar nu nog onmeetbaar deel van de biologische informatie binnen levende organismes moet buiten het DNA liggen. Een organisme-centrische visie zal het debat dramatisch veranderen.1 Maar aangezien een organisme-centrisch standpunt uiteindelijk het creatieve genie van God inhoudt – wat wij niet kunnen beginnen te bevatten – lopen we meteen aan tegen een ‘muur van onberekenbaarheid’. Om die reden zal ik mij in de rest van dit artikel beperken tot één onderdeel van biologische informatie: genetische informatie.

Darwins tweevoudige idee van evolutie

Een derde probleem heeft te maken met het feit dat Darwin eigenlijk over twee verschillende ideeën schreef. Ik noem die maar zijn speciale en zijn algemene theorieën van evolutie (zie hieronder). De reactie van creationisten tegen evolutie in het algemeen heeft geleid tot enig onbegrip met betrekking tot de hoeveelheid te verwachten verandering binnen organismen, door de tijd heen. Er zijn drie basale ideeën die ik graag wil introduceren in deze discussie: 1) Zoals God niet beperkt was tot het creëren van statische soorten [Engels: species], zo was God ook niet beperkt tot het scheppen van statische genomen; 2) God heeft wellicht intelligent ontworpen genetische algoritmen ingebakken in de genen van Zijn geschapen soorten [Engels: kinds], algoritmen die veranderingen in genetische informatie veroorzaken of zelfs nieuwe informatie – de novo – scheppen; en 3) God kan informatie in gecomprimeerde form in het genoom hebben geplaatst, om later te decomprimeren en wat dan gezien wordt als ‘nieuwe’ informatie.

Wat is een mutatie?

Een ‘mutatie’ is een verandering in de sequentie van DNA. Mutaties kunnen slecht zijn of (theorethisch) goed, maar in elk geval is er sprake van een verandering in de sequentie van letters (basis paren) in het genoom. Een enkele mutatie kan zo eenvoudig zijn als het wisselen van een letter (bijvoorbeeld: C verandert in T), of de toevoeging of verwijdering van een paar letters. De meeste mutaties zijn van deze orde. Maar mutaties kunnen ook complex zijn, zoals de verwijdering of verdubbeling van een compleet gen, of zelfs een massale omkering van een sectie van miljoenen basis-paren binnen een chromosoom arm.

We moeten een onderscheid maken tussen mutatie en ‘ontworpen variatie’.

Ik geloof niet dat alle huidige genetische verschillen in mensen het resultaat zijn van mutatie. We moeten een onderscheid maken tussen mutatie en ‘ontworpen variatie’. Er is een gigantisch aantal één letter verschillen tussen mensen, maar deze verschillen worden meestal gedeeld binnen alle bevolkingsgroepen.2 Dit wijst erop dat veel van de diversiteit die we onder mensen aantreffen zo ontworpen is. Adam en Eva droegen een belangrijke hoeveelheid variatie in zich. Die variatie was goed vertegenwoordigd in de Ark van Noach en in de bevolking van Babel, onmiddellijk na de Zondvloed. De groepen die na Babel ontstonden waren groot genoeg om de meeste van de daar aanwezige variatie met zich mee te dragen. De meeste genetische verwijderingen (~90%) daarentegen worden niet gedeeld door de verschillende menselijke groepen.3 Dit wijst erop dat een significant aantal genetische verwijderingen hebben plaatsgevonden, maar pas na Babel. Verwijderingen zijn blijkbaar geen ontworpen variatie en een voorbeeld van een snelle achteruitgang in het genoom. Hetzelfde kan gezegd worden van DNA toevoegingen, maar die komen slechts 1/3 maal zoveel voor als de verwijderingen van dezelfde orde. De alomtegenwoordigheid van grote, unieke verwijderingen binnen de verschillende menselijke bevolkingsgroepen wereldwijd is bewijs voor de snelle erosie of corrumpering van genetische informatie, door mutatie.

Wat is een gen?

Technisch gezien is een ‘gen’ een stukje DNA dat codeert voor proteïne, maar de moderne genetica heeft onthuld dat verschillende onderdelen van verschillende genen in verschillende combinaties gebruikt worden om proteïne te produceren.45 De exacte definitie hangt dus nog een beetje in de lucht momenteel.6 De meeste mensen, inclusief wetenschappers, gebruiken het woord ‘gen’ om twee verschillende dingen mee aan te duiden: ofwel 1) een stukje DNA dat codeert voor proteïne, of 2) een eigenschap. Dit is een belangrijk onderscheid om in gedachten te houden.

Wat is informatie?

Deze vraag, ‘Wat is informatie’, is eigenlijk de kern van het argument, maar de term ‘informatie’ is moeilijk te definiëren. Evolutionisten die zich met dit onderwerp bezighouden gebruik in de meeste gevallen een statistische maat genaamd Shannon Informatie. Dit is een concept dat halverwege de 20ste eeuw werd uitgevonden door de briljante elektrotechnicus C.E. Shannon. Shannon probeerde antwoord te krijgen op de vraag hoeveel data iemand in een radiogolf kon stoppen of door een kabel drijven. Hoewel er vaak naar gegrepen wordt hebben Shannons ideeën over informatie weinig te maken met biologische informatie.

Een goed voorbeeld: een uit glas gesneden vaas kan makkelijk omschreven worden. Je hebt alleen maar een beschrijving van het materiaal nodig en de locatie van elke rand en/of hoekpunt binnen een driedimensionale ruimte. Zo’n peperdure vaas kan vervolgens heel eenvoudig worden verpulverd tot een waardeloze bult zand. Als iemand die bult zand exact zou willen reproduceren, dan zou er een enorme hoeveelheid Shannon informatie nodig zijn om de vorm te beschrijven van elke zandkorrel, evenals de oriëntatie en de ligging van elke korrel binnen het geheel. Wat heeft er nu meer ‘informatie’, de bult zand of de oorspronkelijke vaas waar een grote hoeveelheid doelbewust ontwerp in is gestopt. Dat hangt af van welke definitie van informatie je hanteert!

Nieuwe informatie mutaties

Afbeelding 1. Een biologisch systeem wordt gedefinieerd als informatie bevattend wanneer alle vijf van de volgende hiërarchische niveaus van informatie worden aangetroffen: statistiek (hier weggelaten omwille van de eenvoud), syntaxis, semantiek, pragmatiek en apobetiek (van Gitt, zie voetnoot 9.)

Binnen andere definities van ‘informatie’ kan de bult zand heel eenvoudig worden omschreven aan de hand van slechts enkele statistische maten (bijvoorbeeld de grootte van de gemiddelde zandkorrel of de hellingshoek van het zand). In deze zin kan elk aantal onafhankelijke bulten zand praktisch identiek zijn. Dat is de essentie van Zemanskys gebruik van informatie.7 Maar ook dit heeft weinig te maken met biologische informatie, want biologie is niet eenvoudig om samen te vatten. Elke poging daartoe zal nutteloze resultaten opleveren. Zo zegt een statistische maat van de gemiddelde snelheid van een chemische reactie, bemiddeld door een bepaald enzym, niets over de oorsprong van de informatie die nodig was om dat enzym te produceren.

Het is dus niet zo makkelijk om tot een definitie van ‘biologische informatie’ te komen, en dit maakt de discussie over het vermogen van mutaties om informatie te scheppen extra ingewikkeld. De pioniers op dit gebied, waaronder Gitt8 en anderen, hebben al heel veel over dit probleem gezegd, dus het is niet nodig dat ik alle argumenten hier herhaal. Ik volg Gitt en definieer informatie als, “… een gecodeerde, symbolisch vertegenwoordigde boodschap die een verwachtte handeling en bepaald doel overbrengt. Verder stel ik: “Informatie is altijd aanwezig wanneer alle vijf van de volgende hierarchische niveaus binnen een systeem worden waargenomen: statistiek, syntaxis, semantiek, pragmatiek en apobetiek” (zie afbeelding 1).9 Hoewel Gitts definitie misschien niet opgaat voor alle soorten van biologische informatie, ik geloof dat hij wel gebruikt kan worden binnen een discussie over potentiële veranderingen binnen genetische informatie – het hoofdonderwerp van dit artikel.

Kunnen mutaties informatie creëren?

We kunnen ons nu buigen over de hoofdvraag: “Kunnen mutaties nieuwe genetische informatie creëren?”

God was niet beperkt tot het scheppen van statische genomen of vaststaande soorten

Nieuwe informatie

Afbeelding 2. Een schematisch overzicht van de centrale rol die ‘intelligent-ontworpen’ VIGEs, binnen de genen van levende wezens, mogelijk spelen bij het genereren van variatie, aanpassingen en speciatie gebeurtenissen die tot veranderingen in het DNA leiden. Onder: mogelijk kunnen VIGE’s op een directe manier de output van (morpho)genetische algoritmes moduleren, door de effecten van de positie. Boven: VIGE’s die zich bevinden op andere chromosomen kunnen het resultaat zijn van soortvormende gebeurtenissen, aangezien hun homologe sequenties chromosomale verplaatsingen en andere belangrijke karyotype herschikkingen faciliteren.

1) God was niet beperkt tot het scheppen van statische genomen, evenmin Hij beperkt was tot het scheppen van vaststaande soorten [Engels: species].10 In de jaren 1800 reageerde Darwin tegen de populaire gedachte dat God alle soorten [Engels: species] schiep in hun huidige verschijningsvorm. De Bijbel leert niet dat de soorten onveranderlijk vaststaan [‘fixity of species’]. Die gedachte was afkomstig van oudere wetenschappers en filosofen, vooral bij hen wiens leer gestoeld is op de geschriften van Aristoteles. 11 Tegenwoordig hebben de meeste creationisten geen moeite met het feit dat soorten niet onveranderlijk zijn [‘non-fixity of species’]. Evolutionisten proberen constant het stroman argument in te brengen dat wij geloven in statische soorten. We worden zelfs vergeleken met mensen die in een platte aarde geloven, maar beide ideeën zijn historische mythen.12 Door de geschiedenis heen hebben de meeste mensen geloofd dat de aarde rond was. Ook waren er creationisten, zoals Linnaeus13 en Blyth14, die voorafgaand aan Darwin al geloofden dat soorten konden veranderen (maar dan wel binnen bepaalde grenzen). Vooral CMI heeft artikelen en een DVD15 uitgebracht over het onderwerp hoe soorten kunnen veranderen. Onze Vraag & Antwoord pagina heeft een uitgebreide sectie over het onderwerp.16 Hier komt een belangrijke vraag: als soorten kunnen veranderen, hoe zit dat dan met hun genomen?

Niet alleen staan soorten niet onveranderlijk vast, er zijn alleen al in dit vakblad meerdere artikelen gepubliceerd die gaan over het onderwerp van niet-statische genomen. Enkele recente artikelen zijn die van Alex Williams17, Terborg18, Jean Lightner19, Evan Loo Shan20 en anderen. Het lijkt erop dat God het vermogen om DNA te veranderen heeft ingebouwd in levende wezens. Dit vind plaats door homologe crossover, springende genen (retrotransposons, 21, ALU’s, etc.) en andere middelen (inclusief de willekeurige DNA spellingfouten die we ‘mutaties’ noemen.) Terborg heeft een term in het leven geroepen: ‘variatie inducerende genetische elementen’ (VIGE’s)22. Deze term beschrijft de intelligent-ontworpen genetische modules die God mogelijk in de genen van levende wezens heeft aangebracht om veranderingen in DNA sequenties teweeg te brengen. Zie afbeelding 2.

Veranderingen zijn niet altijd het gevolg van ongelukjes

2) Creationisten voeren een sterk pleidooi voor het idee dat genomen niet statisch zijn en dat de DNA sequentie door de tijd heen kan veranderen. Maar ze zeggen daar wel bij dat sommige van deze veranderingen worden aangestuurd door genetische algoritmen die bij het genoom zelf zijn ingebouwd. Met andere woorden: niet alle veranderingen komen per ongeluk tot stand; een groot deel van de genetische ‘informatie’ is algoritmisch. Als er een verandering in het DNA optreedt door toedoen van een intelligent ontworpen algoritme, zelfs als het gaat om een algoritme dat is ontworpen om willekeurige, maar beperkte wijzigingen aan te brengen, hoe noemen we dat dan? Mutatie betekende oorspronkelijk gewoon ‘verandering’, maar tegenwoordig draagt die term een boel extra semantische lading met zich mee. Kunnen we zeggen dat een door God ontworpen mechanisme om door de tijd heen diversiteit binnen een soort te creëren de oorzaak kan zijn van een ‘mutatie’, met de connotatie van gedachteloze willekeur? Er is juist aanzienlijk bewijs dat sommige mutaties herhaalbaar zijn, dus niet volledig willekeurig.23, 24 Dit wijst op de aanwezigheid van een of andere genomische factor, ontworpen om de plaatsing van in ieder geval sommige mutaties te besturen. Als die factor een doelbewuste verandering in het DNA teweegbrengt, moeten we dan spreken van een ‘mutatie’ of van een ‘intelligent gewerkte verandering in de DNA sequentie’? Er komen natuurlijk nog steeds willekeurige mutaties voor, maar die worden meestal veroorzaakt doordat fouten optreden binnen het proces van DNA kopiëring en reparatie machines.

Verborgen informatie wordt gaandeweg onthuld

3) Het kan zijn dat er een aanzienlijke hoeveelheid gecomprimeerde, verborgen informatie opgeslagen ligt binnen het genoom. Wanneer deze informatie wordt gedecomprimeerd, ontcijferd, onthuld of hoe je het ook wilt noemen, dan kan dit niet worden gebruikt als bewijs voor evolutie, aangezien de informatie al in het genoom opgeslagen lag.

Neem de informatie die God in Adam en Eva heeft gelegd. Een evolutionist kijkt naar eventuele DNA verschillen en ziet die als het resultaat van mutatie, maar God kan al een aanzienlijke hoeveelheid variatie regelrecht in Adam en Eva hebben ontworpen. Er zijn miljoenen plekken binnen het menselijk genoom die verschillen van persoon tot persoon, waarvan de meerderheid wordt gedeeld door alle bevolkingsgroepen.25 De meeste van deze variabele posities hebben twee veelvoorkomende versies: A of G, T of C, etc.26 De meerderheid van deze moeten plekken zijn waar God volslagen acceptabele alternatieve lezingen gebruikte tijdens het scheppen van de mens. Dit zijn geen mutaties!

Deze door God ingebouwde alternatieven in Adam en Eva worden door de tijd heen gehusseld, waardoor nieuwe eigenschappen kunnen ontstaan, zelfs vele goede eigenschappen die er nog niet eerder waren. Hoe? Eén manier is door middel van een proces dat ‘homologe recombinatie’ wordt genoemd. Mensen hebben twee paar chromosomen. Laten we stellen dat een bepaald gedeelte van één van Adam’s chromosoom #1 leest: ‘GGGGGGGGGG’ en maakt dat een of ander iets groen kleurt. De andere kopie van chromosoom 1 leest: ‘bbbbbbbbbb’, die voor blauw zorgt, maar blauw is recessief. Iemand met één of twee kopieën van de enkel-G chromosoom krijgt dus dat iets in de kleur groen. Iemand met twee kopieën van de enkel-b chromosoom krijgt dat iets in het blauw. Binnen de vroege bevolkingsgroep zal ongeveer driekwart van de mensen de groene versie hebben en ongeveer een kwart de blauwe versie.

Hoe produceert dit proces nu dan nieuwe eigenschappen? Homologe chromosomen recombineren van de ene generatie naar de volgende door een proces genaamd ‘oversteken’. Als zo’n oversteek plaatsvind in het midden van deze sequentie, dan krijgen we een chromosoom dat ‘GGGGGbbbbb’ leest en zorgt voor de productie van iets paars. Dit is een splinternieuwe eigenschap die voorheen nog niet was voorgekomen. Het is het resultaat van een verandering in de DNA sequentie en we zullen niet in staat zijn om het onderscheid te maken tussen deze oversteek en een ‘mutatie’ totdat we het het stuk DNA in kwestie in kaart hebben gebracht. Dus nieuwe eigenschappen (soms ten onrechte of in de volksmond ‘genen’ genoemd) kunnen optreden door homologe recombinatie.27 Maar dit is dus geen mutatie. Recombinatie is een deel van het intelligent-ontworpen genoom dat vooraf in het genoom verpakt is door de Meester Ontwerper. Het kan ook nieuwe combinaties van mutaties en ontworpen diversiteit onthullen. Ook is recombinatie niet willekeurig28, 29, dus er is een grens aan de hoeveelheid nieuwe eigenschappen die op deze manier tot stand kan komen.

Slechte voorbeelden die door evolutionisten worden gebruikt

Aangepaste immuniteit

Ik heb er moeite mee om zoiets als aangepaste immuniteit te bestempelen als ‘mutatie’. Aangepaste immuniteit houdt in veranderingen in de volgorde van een groep genen om nieuwe antistoffen aan te maken. Het wordt vaak door evolutionisten aangedragen als voorbeeld van ‘nieuwe’ genen (eigenschappen) die door mutatie zijn ontstaan. Hier hebben we een voorbeeld van een mechanisme dat DNA modules neemt en deze modules op een complexe manier door elkaar husselt om zo antistoffen te genereren voor antigenen waar het lichaam nog nooit aan is blootgesteld. Dit is het wezenlijke voorbeeld van intelligent ontwerp. De DNA veranderingen die betrokken zijn bij aangepaste immuniteit treden alleen op op een gecontroleerde manier, onder een beperkt aantal genen binnen een beperkte groep cellen die enkel deel zijn van het immuunsysteem. Deze veranderingen zijn bovendien niet erfelijk. Dus, het hele argument voor evolutie gaat onderuit.30

Gen verdubbeling

Gen verdubbeling wordt vaak aangehaald als mechanisme voor evolutionaire vooruitgang en als middel om ‘nieuwe’ informatie te genereren. In dit geval zou dan een gen worden gedupliceerd (wat op verschillende manier kan gebeuren) en door mutatie uitgeschakeld, om vervolgens over een tijdspanne verder te muteren en ten slotte weer door een nieuwe mutatie te worden geactiveerd. En voila, een nieuwe functie is ontstaan.

Helaas vertellen de mensen die met dit argument komen ons nooit wat de benodigde mate van duplicatie moet zijn, of hoeveel van deze verdubbelde maar uitgeschakelde genen we mogen verwachten te vinden binnen een gegeven genoom. Ook niet wat de nodige snelheid van aan- en uitschakelen moet zijn, of de kans waarop een nieuwe functie optreedt binnen het uitgeschakelde gen. En ook niet hoe zo’n nieuwe functie dan zal worden geïntegreerd in het al complexe genoom van het organisme of in welke mate we mogen verwachten dat de uitgeschakelde ‘junk’ DNA verloren gaat door willekeur of door natuurlijke selectie. Deze getallen zijn niet gunstig voor de evolutie theorie. Wiskundige onderzoeken die zich op deze kwestie gestort hebben liepen tegen een muur van onwaarschijnlijkheid aan, zelfs bij gebruikmaking van een model met slechts eenvoudige veranderingen.31, 32, 33 Dit lijkt op de wiskundige problemen die Michael Behe noemt in zijn boek, The Edge of Evolution. 34 Feitelijk komen genetische verwijderingen35 en mutaties die leiden tot verlies van functie in nuttige genen verrassend vaak voor.36 Waarom zou iemand verwachten dat een gedeactiveerd gen miljoenen jaren of langer blijft rondhangen terwijl een onwaarschijnlijke nieuwe functie zich ontwikkelt?

Maar de situatie met gen verdubbeling is nog ingewikkelder dan dit. Het effect van een gen hangt meestal af van het aantal aanwezige kopieën daarvan. Als er een organisme opduikt met extra kopieën van een bepaald gen, dan is het mogelijk niet in staat om de uiting van dat gen te besturen. Daardoor zal er een disbalans ontstaan in zijn fysiologie waardoor zijn geschiktheid omlaag gaat (zoals bijvoorbeeld trisomie abnormaliteiten als het Down syndroom veroorzaken.) Aangezien het kopie-getal een type informatie is en aangezien het bekend is dat er variaties in kopie aantallen voorkomen (zelfs bij mensen37) is dit een voorbeeld van een mutatie die informatie wijzigt. Merk op dat ik niet zei ‘voegt informatie toe’, maar ‘wijzigt’. Meestal achten wij woord duplicatie onnodig (vraag elke willekeurige leraar Nederlands). Zo is ook gen duplicatie meestal, maar niet altijd, een slecht iets. In de gevallen waar het kan optreden zonder het organisme te beschadigen moeten we ons afvragen of dit wel een geval is van informatie toevoegen. Beter nog: is dit het type toevoeging voor evolutie vereist is? Nee, dat is het niet.

Verschillende creationisten hebben over dit onderwerp geschreven, waaronder Lightner,38 Liu en Moran.39 Zelfs al zou er een voorbeeld worden ontdekt van een nieuwe functie die tot stand is gekomen door gen duplicatie, dan nog moet de nieuwe functie aansluiten bij de oude functie, zoals een nieuw maar gelijksoortig eindproduct van een enzym. Er is geen reden om iets anders te verwachten. Nieuwe functies die opkomen door duplicatie zijn niet onmogelijk, maar ze zijn wel bijzonder onwaarschijnlijk. Ze worden nog onwaarschijnlijker met elke graad van verandering die nodig is voor de ontwikkeling van elke nieuwe functie.

Gedegradeerde informatie

In de evolutionaire literatuur komen we overvloedig voorbeelden tegen waar genetische degradatie is gebruikt in een poging om toename van informatie door de tijd heen aan te tonen. Onder deze voorbeelden vinden we sikkelcelanemie, wat de drager weerstand geeft tegen de malaria parasiet door middel van misvormde hemoglobine moleculen.40 Andere voorbeelden zijn aerobe citraat ontleding door bacteriën (wat gepaard gaat met verlies over de controle van normale anaerobe citraat ontleding41 en nylon opname in door bacteriën (wat het verlies van substraatspecificiteit in een enzym binnen een extra-chromosomale plasmiden.42 Aangezien al deze voorbeelden een afname van oorspronkelijke informatie inhouden kunnen geen van allen dienen als afdoende bewijs voor een toename aan biologische complexiteit door de tijd heen.

Resistentie tegen antibiotica in bacteriën

Hier is al zo vaak mee afgerekend dat ik aarzel of ik het nog wel moet noemen. Hoe dan ook, om de een of andere reden blijven evolutionisten hiermee aankomen, bijna tot vervelens toe. Wie daar in geïnteresseerd is kan met gemak vele artikelen vinden over het onderwerp, met gedetailleerde weerleggingen door creationisten.43

Algemene toename-in-functie mutaties

Evolutie vereist toename-in-functie mutaties (TIF), maar het valt evolutionisten niet mee om met goede voorbeelden voor de dag te komen.44 Aangepaste immuniteit, homologe recombinatie, antibiotica resistentie in bacteriën en sikkelcel anemie in mensen zijn allemaal gebruikte voorbeelden, maar zoals we hebben gezien schieten al deze voorbeelden tekort om aan de vereisten van een ware TIF te voldoen. Het algemene gebrek aan voorbeelden, zelfs theoretische voorbeelden, van iets dat zo absoluut vereist is door evolutie is een sterk getuigenis tegen de geldigheid van de evolutie theorie.

Waar het echt om gaat

De ontwikkeling van nieuwe functies is het enige wat belangrijk is voor evolutie. We hebben het dan niet over kleine functionele veranderingen, maar radicale wijzigingen. Een of ander organisme moest leren om suikers om te zetten naar energie. Een ander om zonlicht te absorberen en in suiker om te zetten. Weer een ander organisme moest leren om licht op te nemen en het om te zetten naar een interpreteerbaar beeld in het brein. Dit zijn geen eenvoudige dingen, maar ontzagwekkende processen waar meerdere stappen bij betrokken zijn. Bovendien zullen functies met circulaire en/of ultra-complexe verbindingen eerder weg geselecteerd worden, voordat ze de kans hebben om zich tot een werken systeem te ontwikkelen. DNA zonder functie, om maar een voorbeeld te noemen, is rijp voor verwijdering. Het aanmaken van proteïnes/enzymen die nog geen nut hebben tot er een complete verbinding of nano-machine ter beschikking is is een verspilling van kostbare cellulaire grondstoffen. Er zijn vele kip-en-het-ei problemen. Wat kwam er eerst: de moleculaire machine genaamd ATP synthase of de proteïne en RNA aanmakende machines die afhankelijk zijn van ATP op de ATP synthase machine te produceren? De meest basale processen waarvan al het leven afhankelijk is kan niet ingelijfd worden in reeds bestaande systemen. Wil evolutie werken dan moeten die systemen vanaf het begin opkomen, voorzichtig gebalanceerd en gereguleerd worden in verhouding tot andere processen en ze moeten werken om behouden te worden.

De verwarring van Darwin’s twee ideeën

Zeggen dat een gen gekopieerd kan worden om vervolgens te gebruiken als prototype voor een nieuwe functie is niet wat evolutie vereist, aangezien dit geen verklaring biedt voor radicaal nieuwe functionaliteit. Gen duplicatie kan de meest fundamentele vragen over evolutionaire geschiedenis niet beantwoorden. Net zo min hebben de meest algemene modi van mutatie (willekeurige letter wijzigingen, omkeringen, verwijdering, etc.) het vermogen om te doen wat nodig is voor evolutie. Darwin haalde twee zaken door elkaar in zijn On the Origin of Species. In feite heeft hij twee verschillende theorieën geproduceerd: wat ik zijn speciale en algemene evolutie theorieën noem. Daarin volg ik Kerkut.45 Darwin ging er uitgebreid op in hoe soorten veranderen. Dit was de Speciale Evolutie Theorie. Hij had verschillende voorlopers, waaronder verschillende creationisten, die hetzelfde idee opperden.

Het duurde lang voordat Darwin ter zake kwam, maar uiteindelijk heeft hij gezegd:

“… ik zie geen limiet aan de hoeveelheid verandering … die op de lange duur tot stand kan komen door de kracht van natuurlijke selectie.”46

Dit was zijn Algemene Evolutie Theorie en daar ging hij de mist in, aangezien hij geen werkelijk mechanisme voor de veranderingen kon bieden en geen kennis had van de onderliggende mechanismen die later onthuld zouden worden. Om een moderne analogie te gebruiken, dit is ongeveer hetzelfde als stellen dat kleine, willekeurige veranderingen in een complex computer programma radicaal nieuwe software modules tot stand kan brengen, zonder dat het systeem crasht.47 Dus, het ‘kunnen mutaties nieuwe informatie creëren’ argument gaat in werkelijkheid over de brug tussen de speciale en algemene modi van evolutie. Ja, mutaties kunnen zich voordoen binnen levende soorten [Engels: kinds], maar, nee, die mutaties kunnen niet verklaren hoe die soorten in eerste plaats tot stand kwamen. We praten hier over twee compleet verschillende processen.

Het ‘kunnen mutaties nieuwe informatie creëren’ argument gaat in werkelijkheid over de brug tussen de speciale en algemene modi van evolutie.

De meta-informatie uitdaging

We moeten over het naïeve idee dat we het genoom begrijpen omdat we de sequentie van een lineaire DNA streng kennen stappen. In feite weten we alleen nog maar de eerste van ten minste vier dimensies waarbinnen het genoom opereert (1: de eendimensionale, lineaire reeks van letters; 2: de tweedimensionale interacties tussen het ene en het andere deel van een streng, direct of door RNA en proteïne proxy; 3: de driedimensionale ruimtelijke structuur van het DNA binnenin de nucleus; en 4: veranderingen in de eerste drie dimensies door de tijd heen). Er zit een geweldige hoeveelheid aan informatie verpakt in dat genoom die we nog niet begrijpen, waaronder meerdere simultaan overlappende codes.48 Tijdens discussies over de vraag of mutaties wel of niet nieuwe informatie kunnen creëren brengen evolutionisten standaard een overdreven simplistische kijk op mutatie in. Ze beweren het probleem opgelost te hebben terwijl ze het echte probleem wegwuiven: de vijandschap tussen ultra-complexiteit en willekeurige mutatie.

Als een vierdimensionaal genoom al moeilijk genoeg is om te bevatten, dan is er ook nog de grote hoeveelheid ‘meta-informatie’ die het bevat. Dat is de informatie over de informatie! Dit is de informatie die een cel vertelt hoe het zijn informatie moet beheren, hoe beschadigingen te herstellen, hoe het te kopiëren, hoe te interpreteren wat er is, hoe en wanneer het te gebruiken en hoe het door te geven aan de volgende generatie. Al die informatie zit gecodeerd in die lineaire reeks van letters, zonder welke het leven niet zou bestaan. Het leven is ontworpen vanuit een top-down perspectief, waarbij blijkbaar de meta-informatie eerst kwam. Volgens een briljant geschreven stuk van de hand van Alex Williams,49 moet organismen, wil het leven kunnen bestaan, een hiërarchie hebben van:

  1. Volmaakt pure, enkele-molecuul-specifieke biochemie,
  2. speciaal gestructureerde moleculen,
  3. functioneer geïntegreerde moleculaire machines,
  4. uitgebreid gereguleerde, informatie-gedreven stofwisselingsfuncties, en
  5. omgekeerd-causale meta-informatie.

Geen van deze niveaus kan worden verkregen door natuurlijke processen, geen ervan kan worden voorspeld vanuit het niveau eronder en elk is afhankelijk van het niveau erboven. Meta-informatie is het hoogste niveau van biologische complexiteit en kan niet worden verklaard door naturalistische mechanismen. Toch kan het leven niet bestaan zonder.50

Conclusies

Kunnen mutaties voor nieuwe informatie zorgen? Ja, afhankelijk van wat je verstaat onder ‘informatie’. Ook betekent ‘nieuw’ niet noodzakelijk ‘beter’ of zelfs ‘goed’. Wanneer evolutionisten voorbeelden aanhalen van ‘nieuwe’ informatie dan zijn dat meestal voorbeelden van nieuwe eigenschappen, maar deze eigenschappen werden veroorzaakt door de corruptie van bestaande informatie. Mutaties kunnen nieuwe variaties van oude genen teweegbrengen, zoals te zien in witte laboratorium muizen, staartloze katten en mensen met blauwe ogen. Maar schadelijke mutaties kun niet gebruikt worden om het idee van molecuul-tot-mens evolutie te rechtvaardigen. Dingen stuk maken leidt niet tot een hogere functie en verondersteld een reeds bestaande functie die stukgemaakt kan worden. Het is ook zo dat niet alle nieuwe eigenschappen worden veroorzaakt door mutaties! Sommige komen tot stand door het ontwarren van bestaande informatie, sommige door het decomprimeren van ingepakte informatie en weer anderen door het aan of uitschakelen van bepaalde genen.

In alle gevallen die ik ken van gebruikte voorbeelden tegen schepping komt evolutie er niet beter vanaf. Er zijn geen bekende voorbeelden van het type informatie-toenemende mutaties die noodzakelijk zijn voor een grootschalig evolutionair proces. Het lijkt er juist op dat alle voorbeelden van toename-in-functie mutaties, in het licht van de lange termijn vereisten voor opwaartse evolutionaire progressie, uitzonderingen zijn voor wat nodig is, omdat elk voorbeeld dat ik ken een beschadiging van iets inhoudt.

Wij als creationisten zijn hier in het voordeel. Als we dit op de juiste manier behandelen, dan kunnen we een grote overwinning halen in onze lange strijd om de waarheid. Het genoom is niet wat evolutie verwacht dat het is. De voorbeelden van mutaties die we hebben zijn niet van het soort dat nodig is voor evolutie vooruit te helpen. Evolutie moet een verklaring bieden voor het ontstaan van het vierdimensionale genoom, met zijn meerdere overlappende codes en bomvol meta-informatie. Kan een mutatie nieuwe informatie maken? Misschien, maar dan in de meest beperkte zin van het woord. Kan het zorgen voor het soort informatie dat nodig is om een genoom te produceren? Absoluut niet!

Dankwoord

Ik bedank Don Batten, Jonathan Sarfati en drie anonieme reviewers voor hun kritische opmerkingen op dit manuscript. Het is het product van echt teamwerk, aangezien ik op deze ideeën gekomen ben door jarenlange interactie met mijn creationistische collega’s. Velen die hebben bijgedragen kon ik niet noemen vanwege gebrek aan ruimte, niet vanwege gebrek aan verdienste. Ik ben bang dat ik geen recht heb gedaan aan allen die mij zijn voorgegaan.

Bronvermelding

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven door Dr Robert W. Carter en verscheen op creation.com op 28 oktober 2011. Met toestemming overgenomen en vertaald. Geraadpleegd op 15 november 2023.

Voetnoten

  1. Dank aan Randy Guliuzza, van het Institute for Creation Research, die mij voor het eerst aanmoedigde om van een gen-centrisch naar een organisme-centrisch standpunt te bewegen.
  2. Gabriel, S.B. et al., The structure of haplotype blocks in the human genome, Science 296:2225–2229, 2002.
  3. Conrad, D.F. et al., A high-resolution survey of deletion polymorphism in the human genome, Nature Genetics 38(1):75–81, 2003; Zie ook artikelen door Hinds et al. en McCarroll et al. in diezelfde uitgave.
  4. Barash, Y. et al., Deciphering the splicing code, Nature 465:53–59, 2010.
  5. Carter, R.W., Splicing and dicing the human genome: Scientists begin to unravel the splicing code 2010.
  6. Gerstein, M.B. et al., What is a gene, post-ENCODE? History and updated definition, Genome Research 17:669–681.
  7. Zie Sarfati, J., Refuting Evolution, 4th ed., Creation Book Publishers, pp. 120–121, voetnoot #7, 2008
  8. Gitt, W., Information, Science and Biology, Journal of Creation 10(2):181–187, 1996.
  9. Gitt, W., Implications of the scientific laws of information part 2, Journal of Creation 23(2):103–109, 2009.
  10. Er zijn veel artikelen over dit onderwerp geschreven en gepubliceerd in de creationistische literatuur. Zie bijvoorbeeld: Batten, D., Ligers and wholphins? What next? Creation 22(3):28–33.
  11. Het vertrouwen op Aristoteles kwam neer op een ‘argument op basis van autoriteit’, wat je kunt zien als een klassieke drogreden. We kunnen in de verleiding komen om te zeggen dat zij beter hadden moeten weten, maar eeuwenoud gezag was in die tijd en cultuur nog erg belangrijk. Tegenwoordig werkt de wetenschap op basis van een enorm systeem op basis van vertrouwen in vroegere autoriteiten, totdat het tegendeel bewezen wordt.
  12. De notie van een platte aarde was, schijnbaar uit het niets, uitgevonden door Washington Irvin in zijn boek over Columbus. Zie verschillende auteurs, Who invented a flat earth? Creation 16(2):48–49, 1994 en Faulkner, D., Geocentrism and creation, Journal of Creation 15(2):110–121, 2001.
  13. Dit was niet het geval in zijn vroege jaren, maar in zijn laatste editie van Systema Naturae, had Linnaeus informatie toegevoegd met betrekking tot verandering door de tijd heen.
  14. Grigg, R., Darwin’s illegitimate brainchild, Creation 26(2):39–41, 2004.
  15. Wieland, C, Dynamic Life: Changes in Living Things. DVD verkrijgbaar via creation.com
  16. Speciation and the Created Kinds, creation.com/speciation-questions-and-answers.
  17. Williams, A., Facilitated variation: a new paradigm emerges in biology, Journal of Creation 22(1):85–92, 2007; zie ook creation.com/alexander-williams.
  18. Terborg, P., Evidence for the design of life: part 2 Baranomes, Journal of Creation 22(3):68–76, 2008.
  19. Lightner, J.K., Comparative cytogenetics and chromosomal rearrangements, Journal of Creation 24(1):6–8, 2010. Dit is slechts één van vele artikelen van Lightner die ik had kunnen citeren.
  20. Shan, E.L., Transposon amplification in rapid intrabaraminic diversification, Journal of Creation 23(2):110–117, 2009.
  21. Carter, R.W., The slow, painful death of junk DNA, 2010; zie ook Shan (2009), ref. 20.
  22. Terborg, P., The design of life: part 3 an introduction to variation-inducing genetic elements, Journal of Creation 23(1):99–106, 2009.
  23. Lightner, J.K., Gene duplications and nonrandom mutations in the family Cercopithecidae: evidence for designed mechanisms driving adaptive genomic mutations, Creation Research Society Quarterly 46(1): 1–5, 2009.
  24. Terborg, P., An illusion of common descent, Journal of Creation 24(2) 122–127, 2010.
  25. Gabriel, S.B. et al., The structure of haplotype blocks in the human genome, Science 296:2225–2229, 2002.
  26. Dit baseer ik op persoonlijke kennis na vele uren van studie. De HapMap data is online verkrijgbaar voor iedereen die mijn bewering wil controleren: www.HapMap.org.
  27. Shibata, T. et al., Homologous genetic recombination as an intrinsic dynamic property of a DNA structure induced by RecAyRad51-family proteins: A possible advantage of DNA over RNA as genomic material, Proceedings of the National Academy of Science (USA) 98(15):8425–8432, 2001.
  28. Berg. I.L., et al., PRDM9 variation strongly influences recombination hot-spot activity and meiotic instability in humans, Nature Genetics 42(10):859–864, 2010.
  29. Parvanov, E.D., Petkov, P.M. and Paigen, K., Prdm9 Controls Activation of Mammalian Recombination Hotspots, Science 327:835, 2010.
  30. Type ‘adaptive immunity’ in het zoekveld op creation.com en je vindt verschillende geschikte artikelen die dieper ingaan op dit onderwerp.
  31. Axe, D.D., The limits of complex adaptation: an analysis based on a simple model of structured bacterial populations, BIO-Complexity 2010(4):1–10, 2010.
  32. Truman, R., Searching for needles in a haystack, Journal of Creation 20(2):90–99, 2006.
  33. Truman, R., Protein mutational context dependence: a challenge to neo-Darwinian theory: part 1, Journal of Creation 17(1):117–127, 2003.
  34. Batten, D., Clarity and confusion, A review of The Edge of Evolution: The Search for the Limits of Darwinism by Michael J. Behe, Journal of Creation 22(1):28–33, 2008.
  35. Zie voetnoot 3.
  36. The 1000 Genomes Project Consortium, A map of human genome variation from population-scale sequencing, Nature 467:1061–1073.
  37. Sudmant, P.H. et al., Diversity of human copy number variation and multicopy genes, Science 330:641–646, 2010.
  38. Lightner, J.K., Gene duplication, protein evolution, and the origin of shrew venom, Journal of Creation 24(2):3–5, 2010.
  39. Liu, Y. and Moran, D., Do functions arise by gene duplication? Journal of Creation 20(2):82–89, 2006.
  40. Konotey-Ahulu, F., Sickle-cell anemia does not prove evolution! Creation 16(2):40–41, 1994.
  41. Batten, D., Bacteria ‘evolving in the lab’? ‘A poke in the eye for anti-evolutionists? 2008.
  42. Batten, D., The adaptation of bacteria to feeding on nylon waste, Journal of Creation 17(3):30–5, 2003.
  43. Een van de vele voorbeelden vind je hier: Is antibiotic resistance really due to increase in information?.
  44. Lightner, J.K., Gain-of-function mutations: at a loss to explain molecules-to-man evolution, Journal of Creation 19(3):7–8, 2005.
  45. Kerkut, G.A., Implications of Evolution (Pergamon, Oxford, UK), p. 157, 1960.
  46. Darwin, C.R., On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life, 1st ed., John Murray, London, p. 109, 1859; darwin-online.org.uk.
  47. Stevens, R.W., Can evolution make new biological software? Creation Research Society Quarterly 46(1):17–24, 2010.
  48. Itzkovitz, S., Hodis, E. and Segal, E., Overlapping codes within protein-coding sequences, Genome Research 20:1582–1589, 2010.
  49. Williams, A., Life’s irreducible structure—Part 1: Autopoiesis, Journal of Creation 21(2):109–115, 2007.
  50. Williams, A., Meta-information: an impossible conundrum for evolution, 2007.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!