Al zo’n honderdvijftig jaar lang hebben geleerden geprobeerd een aantal Egyptische teksten te vertalen die zijn gevonden in de Sinaï. De teksten zijn opmerkelijk genoeg niet in de bekende Egyptische hiërogliefen geschreven, maar in een alfabetschrift. Tot voor kort leverden vertaalpogingen weinig op. Maar eind vorig jaar baarde de Canadese archeoloog Douglas Petrovich opzien met een controversiële lezing over deze teksten.

Petrovich beweert dat de teksten in een oude vorm van Hebreeuws waren geschreven. Hij zegt dat de Hebreeuwssprekende Israëlieten, die indertijd in Egypte woonden, het zeer complexe hiërogliefenschrift van de Egyptenaren hebben vereenvoudigd tot een alfabet van 22 letters.

Dat Petrovich’ voordracht door veel vakgenoten werd bekritiseerd, is begrijpelijk. Als hij gelijk heeft zijn de consequenties enorm: niet alleen zullen veel handboeken opnieuw geschreven moeten worden, ook zou het een bewijs zijn dat de Israëlieten vóór de tijd van de exodus in Egypte woonden. Veel geleerden zijn van mening dat het Bijbelse verslag over het verblijf van de Israëlieten en de uittocht uit Egypte onbetrouwbaar is.
Ook christenen hebben vaak het idee dat de Israëlieten in Egypte – en later ook in het beloofde land – onbeschaafde lieden waren, die in overgrote meerderheid niet konden lezen en schrijven. Hooguit zou er een school in Jeruzalem zijn geweest, waar priesters onderwijs kregen. Maar klopt dat beeld wel?

Nu is Douglas Petrovich geen amateur, getuige alle titels achter zijn naam: Ph.D., M.A., Th.M., M.Div. en universitair docent. Alleen al daarom verdient zijn stelling serieuze aandacht te krijgen van vakgenoten. Wat mij persoonlijk trof, is dat (als hij gelijk heeft) de Israëlieten de uitvinders waren van misschien wel de belangrijkste verworvenheid van onze beschaving: het alfabetschrift. Dit oorspronkelijke alfabetschrift heeft aan de wieg gestaan van nagenoeg alle andere alfabetten; dat van de Grieken, Romeinen, Russen en uiteindelijk ook dat van ons.

Vroeger, als student, heb ik jarenlang gezwoegd om me het Babylonisch-Assyrische spijkerschrift eigen te maken. Er zijn honderden spijkerschrifttekens, die niet alleen meerdere betekenissen kunnen hebben, maar ook nog eens op verschillende manieren werden geschreven. Ik kan me herinneren dat ik eens worstelde om een tekst van twintig regels te lezen en te vertalen. Toen dat na acht uur nog niet was gelukt, had ik de neiging om al mijn studieboeken Babylonisch-Assyrisch het raam uit te smijten. Ik ben dan ook blij dat ik deze column niet in het Babylonisch-Assyrische schrift of in het even moeilijke Egyptische hiërogliefenschrift hoef te schrijven. Een alfabet met een beperkt aantal letters maakt het leven veel gemakkelijker. Dat hebben we dus mogelijk aan de Israëlieten te danken.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Siebesma, P.A., 2017, ’s Werelds oudste alfabet, Weet 46: 35.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by en

Prof. dr. P.A. Siebesma studeerde Semitische talen en letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Daar promoveerde hij ook op een onderwerp over de grammatica van het Bijbels Hebreeuws. Hij is senior docent Oude Testament, Hebreeuws en wereldreligies aan de Christelijke Hogeschool Ede en hoogleraar Godsdienstwetenschappen aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven. Daarnaast is hij docent Hebreeuws aan het Instituut Da'at in Lunteren en doet o.a. onderzoek naar de rabbijns joodse uitleg van het Oude Testament.